1 In het nawoord van je roman schrijf je dat je uitgangspunt een krantenartikel was over een sterfgeval binnen een leefgroep. Wat sprak je daar zo in aan?
...

1 In het nawoord van je roman schrijf je dat je uitgangspunt een krantenartikel was over een sterfgeval binnen een leefgroep. Wat sprak je daar zo in aan? Gerda Blees: Het was een combinatie van zaken. Zelf woon ik al bijna tien jaar in woongroepen, waardoor ik die manier van samenleven ken. Zoals ook al uit mijn verhalenbundel Aan doodgaan dachten we niet mocht blijken, ben ik geïnteresseerd in extreme situaties en wat ik in dat artikel las - hoe zo'n groep helemaal ontspoort -, sprak me dus meteen aan. Ik wilde ontdekken hoe de groepsdynamiek zo verloopt dat er een dergelijk dramatisch einde kan volgen. Een andere factor was de obsessie met eten van die mensen. Eten is een basale behoefte en het fascineert me dat sommige mensen die proberen te ontstijgen en dus heil zoeken in de ontkenning van hun fysieke bestaan. En ik hield ook wel van de ambiguïteit van mijn specifieke leefgroep, die neigt naar een sekte, maar het ook weer niet is. Melodie profileert zich niet als een goeroe, maar ze neemt wel die rol op zich. 2 Heel opvallend zijn de verschillende vertelperspectieven. Waarom vond je dat die erin moesten? Blees: Toen ik aan het boek begon, wist ik dat ik mijn verhaal uit verschillende gezichtspunten wilde vertellen. Ik wilde bijvoorbeeld de buren aan het woord laten om de lezer een blik te gunnen op de maatschappelijke context van de woongroep. Ik vroeg me af wie die woongroep wel allemaal zou kunnen observeren, en zo kwam ik uit bij de nacht in het openingshoofdstuk, en vervolgens bij andere niet-menselijke perspectieven. En toen dacht ik dat ook ieder perspectief een eigen stem moest hebben, en een eigen karakter. In het hoofdstuk dat uit het perspectief van een pen is geschreven, had die pen aanvankelijk geen echte persoonlijkheid. Bij het nalezen ontbrak er iets aan, merkte ik, dus gaf ik haar een eigen manier van zijn en denken. 3 Waarom koos je ervoor om nadrukkelijk zaken onbenoemd te laten? Er wordt bijvoorbeeld vaak gesuggereerd dat er iets is misgelopen in de kindertijd van Elisabeth, maar de lezer komt nooit te weten wat. Blees: Omdat ik het in feite zelf ook niet wist. Ik schrijf om achter dingen te komen, en hier kwam ik gewoon niet achter. Iets verzinnen zou niet passen in het verhaal, voelde ik. Een kloppende, logische verklaring zou Elisabeth onrecht hebben aangedaan.