De ene beweert dat het in Angers was, volgens de andere moet het Clermont-Ferrand geweest zijn. Vaststaat dat Mathieu Amalric - bekend van Le scaphandre et le papillon (2007), Venus in Fur (2013) of als de Bond-schurk uit Quantum of Solace (2008) - en Arnaud Desplechin - bekend van zijn eigen films - elkaar begin jaren 90 leerden kennen op een festival waar ze allebei een film toonden. Amalric was op het laatste moment zonder hoofdrolspeler gevallen en had dan maar zelf de honneurs waargenomen, zichzelf plechtig belovend zoiets nooit opnieuw te doen. Desplechin zag het anders. Hij vond Amalric een formidabel talent en bood hem een hoofdrol aan in zijn tweede langspeler Comment je me suis disputé... (ma vie sexuelle) (1996). 'Ik wilde films maken', grijnst Amalric. Het is Arnaud die mij heeft uitgevonden als acteur.'
...

De ene beweert dat het in Angers was, volgens de andere moet het Clermont-Ferrand geweest zijn. Vaststaat dat Mathieu Amalric - bekend van Le scaphandre et le papillon (2007), Venus in Fur (2013) of als de Bond-schurk uit Quantum of Solace (2008) - en Arnaud Desplechin - bekend van zijn eigen films - elkaar begin jaren 90 leerden kennen op een festival waar ze allebei een film toonden. Amalric was op het laatste moment zonder hoofdrolspeler gevallen en had dan maar zelf de honneurs waargenomen, zichzelf plechtig belovend zoiets nooit opnieuw te doen. Desplechin zag het anders. Hij vond Amalric een formidabel talent en bood hem een hoofdrol aan in zijn tweede langspeler Comment je me suis disputé... (ma vie sexuelle) (1996). 'Ik wilde films maken', grijnst Amalric. Het is Arnaud die mij heeft uitgevonden als acteur.' Het was in ieder geval the beginning of a beautiful friendship. Vijf films later - Rois et reine (2004), Un conte de Noël (2008), Jimmy P. (2013) en nu Trois souvenirs de ma jeunesse - is Desplechin nog even verliefd op zijn fetisjacteur als toen. 'Ik bewonder Mathieu. Voor mij is hij de nieuwe Marcello Mastroianni. Die kon ook alles spelen. Mathieu is heel viriel, met tegelijk iets vrouwelijks. Hij heeft een sterke fantasie en durft risico's te nemen. Bovendien heb ik hem gekend voor hij echt acteur was en door de jaren heen heb ik hem zien uitgroeien tot de acteur, producent en filmmaker die hij vandaag is. En dan is er nog die vreemde verwarring tussen ons, waarbij we zelf al lang niet meer weten wie nu juist wie imiteert.' De liefde en bewondering zijn wederzijds. Amalric is dol op het romaneske karakter van Desplechins werk en op diens liefdevolle personages. Op hun noblesse. 'We geloven allemaal dat we alleen maar kleine dingen beleven, maar wanneer je met Arnaud draait of wanneer je zijn films ziet, besef je dat je eigenlijk grootse dingen meemaakt.' 'Ik probeer mijn dagdagelijkse personages als superhelden te bekijken,' vult Desplechin aan, 'te zien wat hen uitzonderlijk maakt. Ik beschouw Paul Dédalus, de hoofdfiguur uit Trois souvenirs, niet als een naturalistisch portret maar als een absolute held. Zijn verlangen naar grootsheid is tegelijkertijd onhandig en bewonderenswaardig.' Het is met personages als Paul Dédalus en acteurs als Amalric, Chiara Mastroianni, Emmanuelle Devos, Catherine Deneuve, en anderen dat Desplechin nu al dik twintig jaar een semi-autobiografisch filmlabyrint weeft waarin het aangenaam dwalen is. Trois souvenirs is eigenlijk een prequel op Comment je me suis disputé...(ma vie sexuelle) en vertelt over de jeugdjaren van ene Paul Dédalus die, zoals de regisseur zelf, opgroeit in Roubaix. Maar een zekere Paul Dédalus duikt ook op in Un conte de Noël, Desplechins achtste langspeler, waarin Amalric dan weer een heel ander personage speelt. Een personage dat, net als Dédalus, wel eens Desplechins alter ego genoemd wordt. Maar zonder daarom dezelfde achtergrond te delen. Volgt u nog? Geen nood. Blijkt ook niet echt nodig. 'Ik heb al zoveel films geschreven met verschillende, vaak door Mathieu gespeelde hoofdrollen dat ik niet meer weet wie nu mijn alter ego is. Ik herken me in elk van hen. Soms vraagt Mathieu me ook om iets voor te spelen. "Dat is makkelijk," zegt hij dan, "daarna doe ik je gewoon na, net zoals ik Polanski nadeed voor Venus in Fur." En wanneer ik dan voor Mathieu speel, weet ik niet goed meer of ik nu mezelf of Mathieu of Paul Dédalus speel.' Die verwarring is een essentieel onderdeel van het oeuvre van Desplechin, die in Cannes al vijf keer in competitie zat, maar zich deze keer moest tevredenstellen met een plekje in nevensectie La Quinzaine des Réalisateurs. 'Kijk, ik geloof niet dat ik op een bepaalde manier besta, maar wel dat ik ergens op probeer te lijken. Gekken zijn mensen die geloven dat ze echt bestaan. Wat je menselijk maakt, is de moeite die je doet om je eigen rol in te vullen. En film kan mij daar enorm bij helpen omdat het mij toelaat veel personages te bedenken waar ik dan op probeer te lijken. Dat is ook wat ik zie in de films van Jean Renoir. La règle du jeu (1939), bijvoorbeeld. Voilà, eerst ben ik de baron en doe ik als een baron. Dan ben ik de jachtopziener en gedraag ik me zo. Maar ik sta niet op als jachtopziener. Ik werk eraan.' Jean Renoir, de naam is eindelijk gevallen. En het is niet de enige regisseur die de revue passeert. Resnais Truffaut, Bergman... Desplechin leeft op cinema. Is dat nu een last of een lust om telkens die hele filmgeschiedenis mee te moeten slepen? 'Beide, echt beide. Telkens als ik begin te schrijven, denk ik aan alle films die me omringen en raak ik gedeprimeerd. Het is onmogelijk beter te doen, denk ik dan. Maar tegelijkertijd krijg ik niks op papier als ik te lang geen goede films heb gezien. Ze voeden mij. Ik heb ze nodig. Het is in de filmgeschiedenis ook een natuurlijke reflex om te zeggen dat vroeger alles beter was. Alleen was cinema vroeger ook écht beter. Bergman vroeg zich af wat je nog kon toevoegen aan Carl Theodor Dreyer. En hij had gelijk. Kijk maar naar Gertrud (1964) of Vredens dag (1943). Het is onmogelijk een film te maken na Dreyer. En toen ik voor het eerst films van Woody Allen zag, dacht ik: "Ja, ja, maar het is toch geen Bergman." En later ontdekte ik dat Woody Allen zelf altijd zei: 'Ja, ja, maar ik ben toch geen Bergman." Maar je moet die houding als een dynamiek zien, niet als een verzuchting. Want hoewel film een populaire kunstvorm is, is het toch een beetje kunst. Ik geloof dat het voor een schilder helpt om schilderijen te zien en dus ook dat het voor een filmmaker helpt om films te zien. En sorry dat ik jullie zo lang met Jean Renoir heb verveeld.' Pas de soucis, Arnaud.TROIS SOUVENIRS DE MA JEUNESSE Vanaf 20/5 in de bioscoop. DOOR SAM DE WILDEArnaud Desplechin 'MATHIEU AMALRIC IS VOOR MIJ GEWOON DE NIEUWE MARCELLO MASTROIANNI. DIE KON OOK ALLES SPELEN.'