De Hula Hoop. Het was ontegensprekelijk de grootste rage van de jaren vijftig, en wellicht zelfs de bekendste rage aller tijden. Maar het blijft nog altijd een beetje een raadsel hoe een simpele cirkel uit plastic kon uitgroeien tot zo'n wereldwijd fenomeen. Het typische Amerikaanse speeltje kwam oorspronkelijk uit Australië, waar een fabrikant begin jaren vijftig een bamboecirkel had ontworpen voor tijdens de gymlessen. Twee ondernemende Amerikanen, Richard Knerr en Arthur Merlin, zagen het potentieel en kochten ...

De Hula Hoop. Het was ontegensprekelijk de grootste rage van de jaren vijftig, en wellicht zelfs de bekendste rage aller tijden. Maar het blijft nog altijd een beetje een raadsel hoe een simpele cirkel uit plastic kon uitgroeien tot zo'n wereldwijd fenomeen. Het typische Amerikaanse speeltje kwam oorspronkelijk uit Australië, waar een fabrikant begin jaren vijftig een bamboecirkel had ontworpen voor tijdens de gymlessen. Twee ondernemende Amerikanen, Richard Knerr en Arthur Merlin, zagen het potentieel en kochten de rechten voor hun bedrijf Wham-O (zo genoemd naar het geluid van hun eerste product, een katapult). Ze vervingen het bamboe door plastic, gaven hun speelgoed de naam Hula Hoop en brachten het in de lente van 1958 op de markt, voor twee dollar het stuk. Wat volgde, was een typisch geval van mond-aan-mondreclame. Melin gaf een paar demonstraties in de parken, op scholen en stranden van Zuid-Californië en een paar dagen later werd de Hula Hoop 'hot' aan de westkust. Van daaruit verspreidde de koorts zich over het hele land én de hele wereld, en na een paar maanden moest Wham-O al 20.000 hoops per dag maken om aan de vraag te voldoen. En zelfs dat was nog te weinig, zodat er kapers op de kust kwamen, zoals Spin-A-Hoop, Wiggle-A-Hoop en Whoop-De-Do. Niet iedereen was evenwel even zot van de Hula Hoop. De Sovjet-Unie noemde het speelgoed 'een symbool voor de leegheid van de Amerikaanse cultuur' (oké, daar hadden ze misschien een punt), en in Tokio werd de 'hura hoopu' zelfs verboden, nadat een meisje onder een auto terechtkwam toen ze haar hoepel achternaliep. Ook veel bezorgde burgers hadden geen goed woord over voor de Hula Hoop. Psychologen wezen op de seksuele connotatie van de beweging tijdens het spel, en sommigen beschouwden de hoepel zelfs als een symbolische vagina, waarbij in het speelgoed stappen gelijk stond met een terugkeer naar de moederschoot. Tegen het einde van 1958 was de rage ten einde, nadat er 100 miljoen stuks over de toonbank waren gegaan. De markt raakte verzadigd en door het koudere weer gingen de Hula Hoops de kast in. Wham-O, dat ironisch genoeg net op dat moment een patent op haar product had kunnen nemen, bleef met duizenden onverkochte hoepels zitten en ging bijna failliet. Het bedrijf kon overleven dankzij de inkomsten van een ander product, de Frisbee, en probeerde in de jaren zestig én de jaren tachtig de Hula Hoop nieuw leven in te blazen. De gestreepte Peppermint Hula Hoop die in 1982 op de markt kwam, werd echter een genadeloze flop, en daarmee kwam een definitief einde aan de grootste rage van de eeuw. (S.W.)