The public enemy (1931)
...

The public enemy (1931) Little caesar (1931) the petrified forest (1946) angels with dirty faces (1938) the roaring twenties (1939) white heat (1949) FILMS: **** extra's: **** (Warner home video) Films. Toen het studiosysteem nog op volle toeren draaide, had elke studio zijn specialiteit. Warner Brothers maakte volkomen onbedoeld films die realistischer en gedurfder waren dan deze van hun grote concurrenten MGM en Paramount. Warners productiefabriek was magerder, dus meer hongerig en maakte van de nood een deugd. Om geld uit te sparen, werd vaak op locatie gefilmd of gekozen voor verhalen die niet meer nodig hadden dan wat halflege, donkere decors, waar de cameralui hun noodlottige licht lieten op schijnen. De onderwereld leverde de ideale grondstof voor de studio in Burbank. Bij de opkomst van de geluidsfilms schuimden hun talent scouts de Broadwaytheaters af, op zoek naar acteurs die zelf liefst criminelen frequenteerden of minstens vertrouwd waren met de doffe ellende in armenwijken als Hell's Kitchen. Ze kwamen terug met tough guys James Cagney, Pat O'Brien, George Raft, Humphrey Bogart en Edward G. Robinson, die ze wegplukten uit het yiddish theater. Een betere introductie tot de Amerikaanse gangsterfilm van de jaren dertig is moeilijk denkbaar dan deze verzameling verhalen over de opkomst en neergang van misdaadkoningen, over de slachtoffers van de Grote Depressie die haast noodgedwongen voor een wetteloze levenswandel kiezen (de Warnerfilms combineerden hun misdaad-loont-niet-filosofie met een sterk sociaal bewustzijn) en over kleine ondernemers die dankzij het alcoholverbod tijdens de Drooglegging de American Dream - of liever Nightmare - waarmaken. De collectie wemelt van de iconografische scènes. Om ons tot de grote Cagney-momenten te beperken: zijn piëta-achtige sterfscène nadat hij neergemaaid wordt op de kerktrappen in The Roaring Twenties ('He used to be a big shot', snottert zijn trouw vriendinnetje Gladys George); hoe hij in The Public Enemy een pompelmoes uitduwt in het snoetje van de taterende Mae Clarke; hoe hij in White Heat dodelijk getroffen wordt en bovenop een olietank zijn beroemde kreet slaakt ('Made it Ma, top of the world') net vooraleer hij door G-Men kordaat de lucht wordt ingeblazen. Met hun brutaal rechtlijnige plots, dialogen die ratelen als machinegeweren, hun sfeer van doem en hun schrille expressionistische zwart-witcontrasten zijn dit films die hun strakke productiemethode (het ging tenslotte om lopende bandwerk) ver overstijgen. Zoals de grootste regisseurs ook de dominante studiostijl doen vergeten en hun eigen individuele stijl weten door te drukken. Dat geldt misschien minder voor een supervakman als Michael Curtiz ( Angels with Dirty Faces is slechts een van de 44 films die hij tussen 1930 en 1939 opnam!) dan voor een woest talent als Raoul Walsh die ons in The Roaring Twenties in negentig minuten tijd in een ademloos ritme door twintig jaar uit het leven van zijn protagonisten jaagt. Extra's. Het leukste idee aan de onberispelijke digitalisering van deze hardgekookte klassiekers is de superbonus Warner Night at the Movies, die het gevulde programma biedt van een avondje uit in de jaren dertig. Zo komt elke film vergezeld van een voorsmaakje van een andere film; een kortfilm; journaalbeelden; een aangepaste cartoon (zoals Tex Avery's gangsterparodie Thugs with Dirty Mugs). De zes films krijgen ook een documentaire met behoorlijk wat archiefmateriaal en achtergrondinformatie, en kunnen bovendien bekeken worden met een commentaar van diverse professoren. Toegegeven: het gaat er soms wat schools toe, maar de encyclopedische kennis van de experts zorgt telkens weer voor een rijkelijk gedetailleerde, anekdotische filmgeschiedenisles. Patrick Duynslaegher