Sfar
...

Sfar Dargaud, 480 blz., euro39 (Franstalig) Door het succes van zijn goede vriendin Marjane Satrapi met haar film Persepolis kreeg Joann Sfar ook zin om te regisseren. De flamboyante auteur van De kat van de rabbijn, Kleine Vampier en Donjon pakte de zaken groots aan en werkte meteen aan twee filmprojecten tegelijk: een animatiefilm naar De kat van de rabbijn die later dit jaar moet verschijnen en een fictieve biografie van Serge Gainsbourg. Wat Gainsbourg, Vie héroïque als film voorstelt, leest u op pagina 31, maar voor de liefhebbers van Sfars stripwerk kan het luxueuze boek Gainsbourg (hors champ) volstaan. Het boek integreert Sfars prent over Gainsbourg naadloos in zijn stripoeuvre. Zoals in zijn schetsboekreeks bleek, legt Sfar graag omstandig uit wat zijn bedoelingen zijn. Met de film over Gainsbourg wilde hij de mythische Gainsbourg, een personage uit zijn persoonlijke fantasie-wereld, tot leven wekken. Sfar maakte eerder al zo'n geromantiseerde biografie van een ander Joods rolmodel van hem: de schilder Pascin hing het liederlijke beest uit in twee van zijn boeken. Daarin was de persoonlijke rol van Pascin voor Sfar ook belangrijker dan de historische werkelijkheid. Bij beide kunstenaars idealiseert Sfar systematisch hun schilderschap, hun non-conformisme, hun omgang met vrouwen en de ontspannen manier waarop ze met hun Joodse culturele achtergrond omgaan. Dit salontafelboek van vijfhonderd bladzijden bestaat voor het merendeel uit achteloos geaquarelleerde scènes die de Gainsbourgfilm al dan niet gehaald hebben, afgewisseld met tekeningen die Sfar van de acteurs maakte. Veel tekeningen zijn snel op papier gezet, omdat er weinig tijd was op de set of omdat de tekeningen alleen maar indicaties moesten zijn voor Sfar of voor de crew. Dat deert echter nauwelijks, omdat Sfar zulke losse, slordige tekeningen tot een eigen stijl heeft ontwikkeld. In de afgelikte stripwereld van de nauwkeurig overtrokken lijnen was Sfars nonchalance in de jaren 90 een daad van verzet die het productieritme van zijn generatie mee de hoogte injoeg. Kortom, Sfars Gainsbourgboek laat zich prima lezen zonder de film, al raadt de auteur zelf dat af. Misschien vreest hij dat zijn geoefende lezers in het boek al te snel zijn stokpaardjes en in enkele scènes zelfs de automatische piloot zouden herkennen. Gert Meesters