De acensión van de Spaanstalige pop is niet te stuiten. Met een plaat vol Latijns-Amerikaanse liedjes - al moest die door corona in afzondering gemaakt - had Gabriel Ríos een gr...

De acensión van de Spaanstalige pop is niet te stuiten. Met een plaat vol Latijns-Amerikaanse liedjes - al moest die door corona in afzondering gemaakt - had Gabriel Ríos een graantje van de hype kunnen meepikken. Toch? Natuurlijk niet: zowel bij The Nothing Bastards als solo liet Ríos net de níét voor de hand liggende keuzes wemelen. Al vroeg op Flore - we tellen acht covers en vier eigen songs, waaronder het met Devendra Banhart gezongen La torre - denk je meer aan Sigur Rós dan aan La camisa negra. In Willie Colóns smartelijke Ausencia knippen Ríos en producer Ruben Samama de helft van de lichten uit. Het titelnummer is de soundtrack bij een koortsdroom, maar geen onaangename. Zo cirkelt Ríos rond de muziek van zijn Puerto Ricaanse jeugdjaren: in de betoverende, liefdevolle herinnering aan iets dat een half leven oud is.