Venus in Furs

Na enkele personeelswissels bestond de eerste vaste line-up van The Velvet Underground uit Lou Reed, John Cale, Sterling Morrison en Maureen 'Moe' Tucker. Popartkunstenaar Andy Warhol rekruteerde hen begin 1966 als huisband van de rondreizende multimediale freakshow Exploding Plastic Inevitable. Tijdens een van de acts liet kunstenaar Gerard Malanga een zweep knallen op de infernale tonen van Venus in Furs, de enige popsong over sm die wij kennen.
...

Na enkele personeelswissels bestond de eerste vaste line-up van The Velvet Underground uit Lou Reed, John Cale, Sterling Morrison en Maureen 'Moe' Tucker. Popartkunstenaar Andy Warhol rekruteerde hen begin 1966 als huisband van de rondreizende multimediale freakshow Exploding Plastic Inevitable. Tijdens een van de acts liet kunstenaar Gerard Malanga een zweep knallen op de infernale tonen van Venus in Furs, de enige popsong over sm die wij kennen. De creatieve spil van de groep werd de eerste jaren gevormd door zanger-gitarist Lou Reed en multi-instrumentalist John Cale. Hoewel Reed bijna alle songs van debuut The Velvet Underground & Nico (1967) schreef, ontstond het volstrekt eigen groepsgeluid uit de frictie tussen hun verschillende achtergronden en interesses: Amerikaans versus Europees, rock-'n-rollminnend versus klassiek geschoold. Hun unieke sound klinkt onder andere door in Heroin, waarin Reed een corrupte samenleving inruilt voor zijn favoriete drug. Ondanks zijn naam op de hoes heeft Andy Warhol het debuut van zijn poulains niet écht geproducet. Hij leverde wel de banaan vooraan en introduceerde het Duitse fotomodel Nico als chanteuse. Hoewel de groep haar niet graag zag komen, vielen zowel John Cale als Lou Reed als een blok voor haar ijzige charmes. Reed bouwde dit prachtige liedje rond een zin die ze eens in zijn oor had gefluisterd, maar het was Cale die haar bleef steunen toen Nico aan de naald ging en ondoorgrondelijke platen begon te maken. Ondoorgrondelijk past als adjectief ook bij White Light/White Heat (1968), de tweede plaat van The Velvet Underground. Naast de zeventien minuten durende noisedreun Sister Ray, waarin de groep bleef doorgaan tot de opnameband afliep, was dit op muziek gezette kortverhaal van Reed allicht het radicaalste nummer. Het wordt door Cale voorgedragen alsof hij met zijn gedachten ergens anders zit en eindigt op de dood van het hoofdpersonage. De spanning die tot twee volstrekt niet te categoriseren meesterwerken had geleid, werd de klassieke line-up van de groep ook al snel fataal. Na het ontslag van John Cale kwam Reed alleen aan het roer. Hij lijfde Doug Yule in als bassist en voorzag de derde lp The Velvet Underground (1969) van een kristalhelder geluid. Terwijl The Beatles oosterse religie omarmden, ontginde Lou in Beginning to See the Light, Jesus en I'm Set Free zijn eigen spiritualiteit. Van Nico was in 1969 al lang geen spoor meer, maar de andere vrouw in The Velvet Underground hield dapper vol. Volgens de legende werkte Moe Tucker in haar baan als bediende bij IBM dubbel zo snel als haar collega's, waardoor ze 's namiddags vrij was om te repeteren met de groep. Ze drumde rechtopstaand, volgde haar eigen beat en mocht op dit ogenschijnlijk onschuldige liedje over zelfmoord de lead vocals zingen. Moe Tucker kwam voor het laatst in het nieuws toen ze in 2009 opdook op een rally van de extreemrechtse Tea Party. De toegankelijker sound maakte van de Velvets nog geen succes. Toen ze in 1969 door platenmaatschappij MGM werden gedumpt, gingen de opnames die ze voor hun volgende plaat hadden gemaakt verloren. Ze werden in 1985 alsnog uitgebracht als de elpee VU, hun vijfde meesterwerk op vijf. In de seventies had Lou Reed onder andere Stephanie Says al heropgevist voor zijn soloplaten. Het verscheen stevig herwerkt en onder de titel Caroline Says II op Berlin (1973). De eerste versie is beter. Ondanks de avant-garde en het kunstzinnige randje werd de motor van The Velvet Underground al vanaf het prille begin aangedreven door het onweerstaanbare rhythm-and-bluesgeluid van hun gitaren. Tegen 1970 schaamde Lou Reed zich daar niet langer voor. Terwijl de popmuziek almaar ingewikkelder werd, omarmde hij op Loaded (1970) de eenvoud. De plaat klinkt als een compilatie van de muziek uit zijn jeugd, met deze ode aan de helende kracht van de rock-'n-roll als opzwepend zwaartepunt. Na Loaded ging Lou solo. Hij ging in de tweede helft van de seventies door een druggerelateerd dal en werd vanaf de eighties stukje bij beetje ingehaald als de first poet of rock. Die sokkel onder zijn voeten staat hem acht jaar na zijn dood nog altijd niet. Wij ruilen al zijn bejubelde soloplaten - Berlin en New York (1989) op kop - zonder nadenken in voor dit ene juweel van Loaded, waarin de jonge bleke punk met de zonnebril het bestaan in één enkele lijn samenvat: 'To live is just to die.'Eind vorige maand verscheen I'll Be Your Mirror: A Tribute to The Velvet Underground & Nico, waarop voornamelijk gevestigde rockacts elk een nummer uit het legendarische debuut herwerken. Slecht idee, zwakke plaat. De banaan laat zich niet canoniseren! Wie goeie covers van de Velvets wil horen, wendt zich bij voorkeur tot jonge snaken als de vroege R.E.M. (Femme Fatale), Jane's Addiction (Rock & Roll) of Joy Division, die live al eens hun eigen hypnotiserende versie van Sister Ray brachten. Te vinden op de compilatie Still (1981).