STEVEN D. LEVITT & Stephen J. Dubner
...

STEVEN D. LEVITT & Stephen J. Dubner William Morrow (Harper Collins), 242 blz., a 23 'Ik ben geen grote denker, ik ben een kleine denker', zegt Steven Levitt over zichzelf. 'Ik denk graag over zaken waarover mensen kunnen praten op cocktailparty's.' Tegenover de bescheidenheid van de nieuwste wonderjongen uit het selecte clubje van Amerikaanse economische denkers staat de lof die hem vanwege collega's en critici te beurt viel. Malcolm Gladwell, de auteur van Blink die zelf al zo werd geroemd om zijn knappe kop, noemt Levitt 'de meest interessante geest van het land'. En de hype is al een paar jaar aan de gang. Levitt lanceerde in '99 voor het eerst zijn fel besproken theorie waarin hij de steile val van het misdaadcijfer in de jaren '90 probeert te koppelen aan het 'Roe vs. Wade'-verdict uit 1973, dat voor een maatschappelijke aanvaarding en dus een stijging van het aantal abortussen zorgde. Als je weet dat 'een kind dat geboren wordt in een ongunstige omgeving veel meer kans heeft om een crimineel te worden' en dat miljoenen kinderen in zo'n omgeving dankzij de inburgering van abortus niet geboren werden, dan ligt het voor de hand dat het misdaadcijfer een generatie later als een baksteen naar beneden valt. 'Schande!' riepen de weldenkende progressieven, verbolgen om de gedachte dat vrouwen met een lage opleiding en een laag inkomen de criminele onderklasse van de samenleving hadden bestendigd. 'Schande!' riepen ook de weldenkende conservatieven, die zich niet konden (wilden?) voorstellen dat de verderfelijke praktijk van abortus een positief sociaal gevolg kon hebben. Over de conclusies die uit zijn bevinding zouden moeten worden getrokken, hebben Levitt en schrijver-journalist Dubner, die met zijn pen een vlotte lectuur garandeert, het niet. In de goede traditie van de economisch-rationeel denkende waarnemer mijdt Levitt elke morele overweging. Hij wil gewoon onbekommerd elk menselijk streven, elk menselijk plan en elke menselijke actie aan een scherpe 'freakonomic'-analyse onderwerpen. De kapitalistische structuur van een crackbende, de futiliteit van opvoedingsstrategieën, sporten, vetarm diëten, valsspelen en files, niets ontsnapt aan zijn micro-economische doorlichting. Freakonomics kan op geen enkele manier de waarheid in pacht hebben - daarvoor is het te dun van stof - maar het maakt wel deel uit van de avontuurlijke en politiek incorrecte denkpatronen die zich manifesteren in het conservatieve post-9/11-Amerika onder Bush. De Wall Street Journal, nuchter als altijd, schreef: 'Mocht Indiana Jones een economist zijn, dan heette hij Steven Levitt.' Vertalen, dit gefreak! Hans Comijn Hans Comijn