Woensdag 1/4, 23.05 - Canvas

Hij was een filmpionier in de zuiverste zin van het woord, een regisseur die al geluid en kleur in zijn werk gebruikte jaren voor anderen dat deden en die eigenhandig de close-up en het tracking shot heeft uitgevonden. En toch is de Nieuw-Zeelander Colin McKenzie tussen de plooien van de geschiedenis verdwenen en zul je zijn naam in geen enkel historisch overzicht terugvinden. Hoog tijd om daar verandering in te brengen, dacht Nieuw-Zeelands beroemdste regisseur Peter Jackson in 1995 en hij maakte de documentaire Forgotten Silver, waarin de carrière van McKenzie gereconstrueerd werd en de man eindelijk de erkenning kreeg voor zijn bijdrage tot de filmgeschiedenis.

Nu zult u het misschien vreemd vinden dat, dertien jaar na de release van Forgotten Silver, de naam Colin McKenzie nog altijd geen belletje doet rinkelen. Maar u bevindt zich in goed gezelschap: ook onze hoofdredacteur, die in dezen toch redelijk beslagen is, heeft nog nooit van de man gehoord. De reden is simpel: Colin McKenzie heeft nooit bestaan. De naam, de man en zijn leven zijn een hersenspinsel van Jackson zelf, en de documentaire is één grote grap. Naar aanleiding van de 100e verjaardag van de film in 1995 wilde Jackson iets speciaals doen en daarom verzon hij het verhaal over 'de vergeten cinemapionier van Nieuw-Zeeland'. Hij interviewde een hoop 'getuigen', filmde zichzelf terwijl hij naar sporen van McKenzie op zoek ging en maakte speciaal enkele filmpjes die dan als zogenaamd teruggevonden werk van de man werden opgevoerd.

Af en toe ligt het er vingerdik op: in de docu wordt bijvoorbeeld een gereconstrueerd filmpje van McKenzie getoond waarin bewezen wordt dat niet de gebroeders Wright het vliegtuig hebben uitgevonden, maar een Nieuw-Zeelander genaamd Richard Pearse. Toch liep het grootste deel van het tv-publiek er bij de uitzending van Forgotten Silver met open ogen in. Peter Jackson kreeg nadien een hoop boze reacties van teleurgestelde Nieuw-Zeelanders op zijn bord. 'Dat verbaasde me', zei de regisseur in 1997 in een interview met De Filmkrant. 'De film is zo idioot en er zitten zoveel duidelijke aanwijzingen in, maar toch geloofden talloze kijkers dat hij echt was. Ik vind dat wel ontwapenend, want het betekent dat veel mensen graag willen geloven dat Nieuw-Zeeland een pioniersrol in de filmgeschiedenis vervulde. En daarmee raakt de prent ook het wezen van cinema: film is meestal volkomen nep, maar de kijker moet en wil zich daar maar al te graag overheen zetten en geloven in wat hij ziet, om zo voor een paar uur in het werk van de maker te participeren.'

(S.W.)