'Nu ik erop terugkijk, dringt het tot me door dat ik Neil Young niet heb gekozen, nee, hij heeft mij gezocht', schrijft Constant Meijers. Forever Young is geen biografie - daar bestaan er onderhand al genoeg van - veeleer een boek over zijn eigen leven, met de muziek van Dinosaur Sr. als soundtrack.
...

'Nu ik erop terugkijk, dringt het tot me door dat ik Neil Young niet heb gekozen, nee, hij heeft mij gezocht', schrijft Constant Meijers. Forever Young is geen biografie - daar bestaan er onderhand al genoeg van - veeleer een boek over zijn eigen leven, met de muziek van Dinosaur Sr. als soundtrack. Meijers' verhaal is er een van herkenning en bewondering. Aanvankelijk ziet de student politicologie in Young een zielsverwant, die er, net als hij, moeite mee heeft zijn leven onder controle te krijgen. Zijn identificatie met de muzikant heeft dan ook iets aandoenlijks. Maar wanneer Meijer gevraagd wordt redacteur te worden van bladen als Aloha en Oor, hapt hij meteen toe. Zijn grote droom is Neil Young te ontmoeten en zoiets lukt nu eenmaal makkelijker als popjournalist dan als fan. In 1973 komt de Canadees voor twee concerten naar Londen. Meijers weet, met enkele flessen van 's mans favoriete merk tequila, tot de backstage door te dringen en mag voortaan, als fly on the wall, deel uitmaken van Youngs entourage. Vanaf nu worden zijn observaties van 's mans fascinerende maar moeilijk te duiden karakter interessanter. Als The Loner voor enkele weken naar Amsterdam afzakt, belast hij de auteur met enkele praktische klussen. Meijers brengt nu uren met de zanger in diens hotelkamer door en wordt een bevoorrechte getuige van zijn creatieve proces. Een van zijn concertrecensies wordt zelfs afgedrukt op de inlay van de lp Tonight's the Night. De reporter bezoekt Youngs ranch in Californië, volgt hem op tournees, sluit vriendschap met zijn muzikanten en wordt op een bepaald moment zelfs als drugskoerier ingeschakeld. Zo komen stilaan ook de donkere kantjes van de artiest bloot te liggen. Young regeert over zijn hofhouding als een dictator, terroriseert personeel en bandleden en koppelt almaar vaker wispelturigheid aan een maniakaal egoïsme. Gaandeweg komt Meijers tot het besef dat hij zich te veel door zijn idool op sleeptouw heeft laten nemen en zo zijn journalistieke taak heeft verwaarloosd. In de voorbije veertig jaar heeft hij weliswaar veel met Young gepraat, maar een echt interview kwam er nooit. Zijn conclusie -'Het moet maar eens uit zijn met mijn hysterische aandacht voor Neil Young. Ik ben 68. Grow up.'- zegt uiteraard meer over hemzelf dan over zijn onderwerp. Maar op zijn stelling dat Neil Youngs muziek 'als een mes in je oor snijdt' valt nog steeds niets af te dingen. Constant Meijers, Ambo Anthos, 236 blz, ? 19,95. DIRK STEENHAUT