Ron Shelton, met Kurt Russell, Scott Speedman, Ving Rhames, Brendan Gleeson, Kurupt, Michael Michele
...

Ron Shelton, met Kurt Russell, Scott Speedman, Ving Rhames, Brendan Gleeson, Kurupt, Michael Michele L.A. /4-29-1992. In de zaak-Rodney King worden de politiemannen die King beurs knuppelden vrijgesproken. Prompt breken in L.A. de zwaarste rellen uit sinds de Watts-onlusten van 1965. Tegen die achtergrond situeert James Ellroy (zie kaderstuk) in 1993 zijn eerste oorspronkelijke verhaal/script voor een film, The Plague Season, dat hij naar verluidt pent met Kurt Russell in gedachten. Het portret van een door en door corrupte superflik en zijn jongere, al gecorrumpeerde, maar tot inkeer komende partner schetst een genadeloos beeld van een rot, door raciale en etnische vooroordelen bepaald politiekorps. De ontwikkeling duurde lang, en Russell tekende maar toen hij hoorde dat Ron Shelton - voorheen maker van 'sportfilms' als Tin Cup (golf) en Bull Durham (baseball) - zou regisseren. Het resultaat, nog Ellroyaanser-dan-Ellroy afgewerkt door David Ayer (wiens Training Day eigenlijk hetzelfde verhaal bracht), brandt nu in de zalen. En het is, in zijn grote bescheidenheid (en ondanks de wat al te opdringerige muziekkeuze), een triomf. Rechttoe-rechtaan gefilmd in anti-noir zonlicht, is The Plague Season alias 4-29-92 alias Dark Blue een one-man-movie, die begint op de dag des oordeels en in flashback de voorbije vijf dagen vertelt. Sgt. Eldon Perry, Jr. is (zoals Russell hem zelf beschreef) een stier in een porseleinwinkel, een racistisch, in een familie van trekgrage ordehandhavers gevormd monster. Maar hij is vooral ook 'de goeie soldaat' van Van Meter, een in L.A. groot geworden Ierse hellediender die zichzelf samen met Perry's vader als de laatste buffer zag tegen een door misdaad beheerste stad. Alleen, om die buffer te zijn, moesten ze wel misdadigers worden. Meter is natuurlijk een kopie van Ellroys in diverse romans terugkerende personage Dudley Smith, terwijl Perry zelf nog het meest aan White Jazz' Dave Klein doet denken. De manipulaties van Smith in Curtis Hansons L.A. Confidential zijn peulschillen vergeleken met de beerput in Dark Blue. Als Perry na een bijzonder koude massamoord in een Koreaanse winkel de schuldigen wil klissen, maar geen vinger naar ze mag uitsteken, sleurt hij zijn partner mee in een gitzwarte riool die rechtstreeks uitmondt in de hel: de dag dat zwart L.A. voor Rodney King iets meer dan kaarsen of fakkels in de fik steekt. Een strak, maar ongedwongen afwikkelend script; een koelbloedige regie en een in een vuil-gouden smog gedrenkte fotografie (Barry Peterson); een buitengewone Russell (in de rol van zijn leven), gesteund door vlekkeloos werk van Gleeson, Speedman, Michele, Rhames en Kurupt, maken van Dark Blue een schitterende film, duidelijk niet bang van het donker. Samenstelling JO SMETS