1 Inmiddels is het drie jaar geleden dat je moeder een hersenbloeding heeft gekregen. Had je het gevoel dat er tijd overheen moest gaan voor je er een roman over kon schrijven?

Fen Verstappen: Ik werk als copywriter. Schrijven is dus mijn vak, maar tot mijn moeder ziek werd, zette ik zelden iets voor mezelf op papier - ik had ook geen dagboeken of zo. Toen kreeg ik er wel behoefte aan, niet om het van me af te schrijven, maar om mijn gedachten te ordenen. Die tekstjes zijn uiteindelijk de basis geworden voor het boek; waaraan ik pas tweeënhalf jaar later ben begonnen. Misschien had die drang om iets op papier te zetten wel met mijn opleiding filosofie te maken. Er wordt wel eens gezegd dat een filosoof altijd met één been in de ervaring staat en met het andere in de beschouwing erover. Wat mijn moeder overkwam, riep een emotionele ervaring bij me op, maar ik voelde ook de behoefte om er duiding aan te geven. Mijn moeder was er fysiek nog, maar ze was tezelfdertijd mijn moeder niet meer. Wat zegt dat over mijn begrip van identiteit of ouderschap, vroeg ik me af.

2 Op het moment dat je moeder haar hersenbloeding kreeg, was je net zwanger. Hoe heeft de ervaring van het een die van het ander beïnvloed?

Verstappen: In mijn roman wilde ik graag het moeder worden afzetten tegen het verliezen van een moeder, om zo de definitie van ouderschap te onderzoeken. Wanneer je moeder wordt, word je ook automatisch een beetje minder het kind van je ouders. In mijn persoonlijke geval vergrootte het krijgen van een kind mijn incasseringsvermogen. Een zwangerschap dwingt ook een grotere zelfzorg af, waardoor ik tijdens haar ziekte soms ook níét bezig was met mijn moeder, maar gewoon met mezelf en dat zwangere lichaam.

3 Je begon het boek niet te schrijven met de bedoeling het verlies van je moeder te verwerken, zei je, maar heeft het uiteindelijk toch niet dat effect gehad?

Verstappen: Ik ervoer de rouw als een eenzaam proces dat ik maar beperkt met mensen kon delen. Wanneer ik erover sprak, viel ik vaak terug op containerbegrippen als verdriet en hoop die de veelzijdigheid van de rouw in mijn ogen tenietdeden. Daarom wilde ik erover schrijven, om met taal de complexiteit weer te geven. Het schrijven werd daardoor eerder een kwestie van stilering en vormgeving dan van psychologische verwerking. Mijn boek is een roman, weet je, en geen egodocument.