In zijn zelfgeschreven regiedebuut speelt Viggo Mortensen een bedachtzame arts die samenwoont met zijn Aziatisch-Amerikaanse vriend en hun dochter. Na jaren krijgt hij zijn vader (B-filmveteraan Lance Henriksen) nog eens op bezoek, maar een ...

In zijn zelfgeschreven regiedebuut speelt Viggo Mortensen een bedachtzame arts die samenwoont met zijn Aziatisch-Amerikaanse vriend en hun dochter. Na jaren krijgt hij zijn vader (B-filmveteraan Lance Henriksen) nog eens op bezoek, maar een gezellige familiereunië levert dat niet op. Zijn pa, die altijd al een opvliegende en dominante redneck was, heeft nooit kunnen plaatsen dat zijn zoon homo is, en nu hij aan een beginnende vorm van dementie lijdt, wordt hun relatie er niet beter op. Gapende generatiekloven, gescheurde bloedbanden, verkleurde herinneringen, racisme en homofobie: Mortensen torst als debutant meteen heel wat gewicht op de schouders. Te veel. De sterkste scènes zijn die in huis, tuin of keuken, waarin de focus ligt op de turbulente vader-zoonrelatie, maar met zijn clash van wereldbeelden wil Mortensen er ook een commentaar op het gepolariseerde Amerika van vandaag van maken. Daardoor voelt Falling te vol en geforceerd. Bovendien is Mortensen als visueel verteller nog geen David Cronenberg (die hier een bijrolletje als dokter heeft), maar de integriteit en gravitas waarmee alles wordt gebracht, maakt veel goed.