Toen oprichters Isao Takahata en Hayao Miyazaki twee jaar geleden allebei met pensioen gingen, werd even gevreesd dat Studio Ghibli definitief zijn deuren zou sluiten, maar dat bleek gelukkig voorbarig. De befaamde Japanse animatiestudio besloot immers om zijn cataloog alsnog uit te breiden met de hulp van buitenlandse regisseurs, waarop men aanklopte bij de in Londen wonende Nederlander Michael Dudok de Wit. Die had in 2001 de Oscar voor beste kortfilm gewonnen met zijn sober gestileerde tekenfilm Vader en dochter en kreeg van Ghibli zo goed als carte blan...

Toen oprichters Isao Takahata en Hayao Miyazaki twee jaar geleden allebei met pensioen gingen, werd even gevreesd dat Studio Ghibli definitief zijn deuren zou sluiten, maar dat bleek gelukkig voorbarig. De befaamde Japanse animatiestudio besloot immers om zijn cataloog alsnog uit te breiden met de hulp van buitenlandse regisseurs, waarop men aanklopte bij de in Londen wonende Nederlander Michael Dudok de Wit. Die had in 2001 de Oscar voor beste kortfilm gewonnen met zijn sober gestileerde tekenfilm Vader en dochter en kreeg van Ghibli zo goed als carte blanche om een eerste langspeler te maken, op voorwaarde dat hij hun alom bekende huisstijl - de grote, expressieve ogen, het felle kleurenpalet - niet zou kopiëren. In The Red Turtle blijft de inmiddels 62-jarige Dudok de Wit zijn meer 'westerse' tekenstijl trouw en vertelt hij het verhaal van een drenkeling die aanspoelt op een tropisch eiland, maar al snel in de smiezen krijgt dat hij niet alleen is tussen de palmbomen, stranden en koralen. Op de paradijselijke plek blijkt namelijk ook een mysterieuze nimf te wonen en die doet er alles aan om te verhinderen dat haar nieuwe eilandgenoot het ruime sop zou kiezen. Desnoods maakt ze zelf zijn bijeengesjorde vlotten stuk en gooit ze (weliswaar discreet en kuis) haar vrouwelijke charmes in de survivalstrijd. Hoewel Dudok de Wit oorspronkelijk een tekenfilmfabel met dialogen in gedachten had en voor het scenario hulp kreeg van de Franse regisseuse Pascale Ferran, wordt er in The Red Turtle geen woord gesproken. Het enige wat je hoort in deze poëtische en zelfs met sitcom besprenkelde robinsonade zijn de schurende oceaan, het geritsel van bamboebomen, zwoele, tropische winden en kwetterende vogels plus een klassieke soundtrack die de emoties van de summier geschetste personages een extra zetje geeft, zonder die tot pathetische proporties op te blazen. Een en ander geeft The Red Turtle niet alleen een ecologisch tintje, met zijn aura van humanistisch optimisme en aardse spiritualiteit - waarin veel aan de verbeelding van de kijker overgelaten wordt - heeft de film ook ontegensprekelijk iets 'oosters'. Bovendien zijn het thema's die Miyazaki's Princess Mononoke (1995), Spirited Away (2001) en Ponyo on the Cliff by the Sea (2008) ook al kleurden, waardoor Dudok de Wit in die zin dus toch opnieuw een vintage Ghiblifilm heeft gemaakt. Maar dan wel met een volledig Europees team (er kwam geen Japanse animator aan te pas) en zonder zijn less is more-stijl te verraden, met fraaie, uitgepuurde tableaus en heldere kleurvlakken die, net als het ogenschijnlijk oersimpele verhaaltje, toch de nodige subtiliteit en nuances bevatten. Een schat van een tekenfilm die je op het ritme van ruisende golven doet dromen van onbezoedelde oorden. THE RED TURTLE *** Michael Dudok de Wit DAVE MESTDACH