De kansen zijn gekeerd in het derde seizoen van Prison Break. In de tweede reeks reisden de broertjes Michael Scofield en Lincoln Burrows het hele Amerikaanse continent door om uit de handen van hun achtervolgers te blijven, maar hun vlucht strandde in Panama. Door toedoen van de sinistere 'Company' werd Michael daar opgesloten in de Sona Federal Penetentiary. Aangezien Michael ditmaal géén gedetailleerd plan op zijn lichaam heeft staan, is het nu Lincolns beurt om zijn broer te helpen ontsnappen.
...

De kansen zijn gekeerd in het derde seizoen van Prison Break. In de tweede reeks reisden de broertjes Michael Scofield en Lincoln Burrows het hele Amerikaanse continent door om uit de handen van hun achtervolgers te blijven, maar hun vlucht strandde in Panama. Door toedoen van de sinistere 'Company' werd Michael daar opgesloten in de Sona Federal Penetentiary. Aangezien Michael ditmaal géén gedetailleerd plan op zijn lichaam heeft staan, is het nu Lincolns beurt om zijn broer te helpen ontsnappen. Dat is echter niet zo eenvoudig, want in vergelijking met Sona was Fox River State, de gevangenis uit het eerste seizoen, een afdeling van Club Med. Na enkele stevige rellen hebben de bewakers zich teruggetrokken en het bestuur van de gevangenis overgelaten aan de misdadigers zelf. (De schrijvers hebben zich hiervoor overigens laten inspireren door een gevangenis in Argentinië, waar de directie enkele jaren geleden precies hetzelfde deed.) De 38-jarige Dominic Purcell, geboren in Australië maar enkele jaren geleden geëmigreerd naar de VS, is dan ook wat blij dat hij deze keer op vrije voeten mocht blijven. Dominic Purcell: Ik was heel blij toen ik zag dat Michael in dat 'hellhole' moest gaan zitten, ja (lacht). Maar het is ook op andere vlakken goed dat Lincoln uit de schaduw van zijn slimme broer kan stappen. Daardoor leer je andere aspecten van zijn karakter kennen. Dat hij ook intelligent genoeg is om een ontsnapping te bedenken, bijvoorbeeld. Purcell: Neen, godzijdank. Ik mag er niet aan denken dat ik zoals Wentworth (Miller, de acteur die Michael Scofield speelt; nvdr.) vier uur in de make-up zou moeten gaan zitten. Purcell: Ik denk dat hij verwijst naar het feit dat we opnieuw uit een gevangenis moeten raken, anders dan in het tweede seizoen, waarin we constant op de vlucht waren. En zoals sommige mensen zeggen: 'Nobody does prisons like Prison Break'. Nu, ik ben het daar niet helemaal mee eens. De gevangenis speelde een grote rol in het succes van de serie, maar ik denk dat de relatie tussen de twee broers, dat universele thema van loyaliteit en liefde, even belangrijk is. Dat plus het feit dat Prison Break zo verslavend is natuurlijk, met al die twists and turns. Purcell: Ja, rond mijn twintigste was ik de school kotsbeu, en daarom besloot ik om samen met een paar vrienden een eigen tuinbedrijfje op te starten. Eigenlijk was dat meer een excuus om in de zon te liggen, te drinken en te surfen (lacht). Purcell: Na een tijdje was ik het moe om putten te graven, en ik dacht: waarom zou ik niet eens proberen om acteur te worden? Als er ergens geld te rapen valt, dan wel daar. Het was gewoon een impulsieve beslissing. Purcell: Raar is een beetje sterk uitgedrukt. Ik ben opgegroeid in een heel mannelijke omgeving, Bondi Beach, een buitenwijk van Sydney. En daar deed ik 'guy-guy things': surfen, voetballen, drinken, neuken... Voor mijn vrienden en ik waren mensen die zich met kunst bezig hielden dus 'vreemd'. Voor mijn twintigste is het ook nooit in me opgekomen om acteur te worden: waar ik vandaan kom, doe je dat gewoon niet. Purcell:(lacht) Ik weet tot vandaag nog altijd niet waarom ze me toegelaten hebben. Ik vermoed dat de leraars iets zagen waar ze mee konden of wilden werken, maar ik kan me niet voorstellen wat. Purcell: Moeilijk. Plots zat ik tussen intellectuelen, poëten, universitairen, terwijl ik zelf nooit geïnteresseerd ben geweest in leren en met de hakken over de sloot door de middelbare school ben geraakt. De eerste twee jaar aan de school waren een gevecht; ik heb constant staan brullen en schreeuwen, tot ik doorhad dat acteren ook iets subtieler kan (lacht). Maar zo ben ik: ik storm altijd met mijn hoofd vooruit op de dingen af, en dubbel zo hard als iets me bang maakt. Ik hou ervan om mijn angst onder ogen te zien, dat geeft me energie. Purcell: Dan was ik ook gegaan, en had ik wel op een andere manier mijn weg gevonden. Ik besefte al heel vroeg dat ik weg moest uit Australië om het te maken. Dat is die drive, hé? Ik wil altijd in beweging zijn om te voorkomen dat ik het gevoel krijg opgesloten te zitten. Purcell: Al een paar jaar. Op mijn eerste audities in de VS ging het constant over mijn accent, en mijn zelfvertrouwen begon eronder te lijden. Dus heb ik toen beslist om voortaan Amerikaans te spreken. Dat was niet zo moeilijk, hoor. Mijn grootouders zijn Amerikaans, ik heb altijd een nauwe band met hen gehad en als kind ben ik vaak bij hen geweest. Het geluid zat dus al in mijn hoofd. En net nadat ik die beslissing genomen had, kreeg ik het aanbod om de hoofdrol te spelen in John Doe(een tv-serie die uiteindelijk maar één seizoen meeging; nvdr. ). Daarna heb ik niet meer omgekeken. Als ik nu met Australiërs babbel, spreek ik Amerikaans. This is who I am. Purcell: Zolang ze niet te opdringerig zijn, heb ik er geen problemen mee. Maar soms kan het wel raar zijn. Ik ben ooit naar Wal-Mart geweest en de vrouw achter de kassa begon daar loeihard te schreeuwen toen ze me zag, alsof ik haar aan het beroven was. Voor ik het wist, werd ik door twee veiligheidsagenten tegen de muur geduwd. Pas toen de caissière zei dat ik 'die kerel van Prison Break' was, lieten ze me los. En dan vroegen ze nog om een foto! Maar eigenlijk interesseren roem en alles wat daarrond hangt me niet. Ik wil niet in het middelpunt van de belangstelling staan. Ik hou van wat ik doe, maar tussen 'action' en 'cut' ben ik heel blij als ik kan verdwijnen en niemand me lastigvalt. Purcell: Daarom heb ik ook de rol gekregen. Ik kwam de kamer binnen om auditie te doen en de producers zeiden: Jesus, this is the guy. Alleen is Lincoln veel gewelddadiger dan ik: thank God, anders zat ik in de gevangenis. Door Stefaan Werbrouck