FILMS: **** EXTRA'S: * (HOMESCREEN)
...

FILMS: **** EXTRA'S: * (HOMESCREEN) Films. De nog steeds actieve, inmiddels 86-jarige Eric Rohmer is altijd een buitenbeentje geweest in de Franse cinema. Niet alleen is hij de meest literaire van alle nouvelle-vaguecineasten, hij deelt ook hun citeerdrift niet (verwijzingen naar andere films zijn hoogst zeldzaam in zijn werk) en in plaats van op ongedwongen wijze met de filmtaal te experimenteren is zijn discrete visuele stijl gebaseerd op neoklassieke idealen van schoonheid en harmonie. Ook ideologisch en in zijn keuze en behandeling van onderwerpen, ging Rohmer dwars tegen de stroom in. Wat nergens zo duidelijk blijkt als in Ma nuit chez Maud, de beste van de vijf films in deze Homescreen-box. Uitgerekend in het contestatiejaar 1968, toen Frankrijk in rep en roer stond en al zijn vakbroeders op een of andere manier de verhitte politieke situatie in hun films verwerkten, pakte Rohmer uit met een film die veilig uit de buurt blijft van het Parijse epicentrum en zich afspeelt in het winterse Clermont-Ferrand. En daarenboven als protagonist een principiële katholiek heeft die het meisje van zijn dromen (Marie-Christine Barrault) opmerkt tijdens de middernachtmis en meteen vastbesloten is dat dit zijn toekomstige vrouw is, ook al heeft hij nauwelijks een woord met haar gewisseld. Deze ingenieur (glansrol van Jean-Louis Trintignant) heeft zo'n strenge en onbuigzame visie op mensen en relaties dat hij halsstarrig vasthoudt aan dit idée fixe, ook al wordt hij een nacht lang in bekoring gebracht als een oude communistische schoolvriend hem meetroont naar het appartement van de gescheiden Maud (Françoise Fabian). Zijn kuise nachtje met Maud resulteert in een van de meest fascinerende praatsessies uit de filmgeschiedenis. Hun drie sleutelgesprekken leveren niet alleen ragfijne analyses van gevoelens op, maar ook stimulerende discussies over de theorieën van Pascal en over toeval en vrije wil. De gesprekken zijn ook geladen met een subtiele erotische spanning en speelse sensualiteit. Maar de grootste paradox is dat een film waarin eindeloos getaterd wordt, hoe dan ook intens cinematografisch blijft. Rohmers mise-en-scène eist nooit de aandacht op maar is meesterlijk in haar bedrieglijke eenvoud en stille kracht. Nestor Almendros' haarscherpe zwart-witfotografie van vallende sneeuw, koele kerstdagen en behaaglijk warme interieurs draagt in ruime mate bij tot de precieze, zelfs precieuze toonzetting van deze unieke film. Ma nuit chez Maud is de beroemdste titel uit de cyclus Contes Moraux waarmee Rohmer in de jaren 60 een begrip werd in de Europese kunstfilm. Deze box bevat nog één andere film uit die reeks ( La Collectionneuse). Uit de tweede cyclus Comédies et proverbes krijgen we de film Le beau mariage (1982). De derde cyclus Contes des quatre saisons wordt volledig overgeslagen. Voorts zijn er twee films die volledig buiten elk reeksverband vallen: Rohmers debuut Le signe du Lion en zijn eerste kostuumfilm en enige Duitstalige film, Die Marquise von O, een geraffineerde Von Kleistbewerking. Voor de verwoede fan is het natuurlijk jammer dat voor deze eerste Rohmerbox van een Nederlandstalige uitgever lukraak in het oeuvre van de regisseur werd gegrasduind, terwijl de Franse edities telkens een hele cyclus bundelen, waardoor je wel meer geniet van de subtiele variaties op dezelfde thema's. Extra's. Extra's ontbreken, behalve bij Le beau mariage, waar Rohmer, die zelf zuinig is met interviews, een korte uitleg bij verschaft. De box bevat wel boekje met essay van François Stienen over de regisseur. Net als zijn collega's François Truffaut, Jean-Luc Godard en Jacques Rivette baande Rohmer zich een weg in het filmwereldje door het schrijven van even scherpe als gepassioneerde filmkritieken voor het toonaangevende Cahiers du Cinéma. Samen met Claude Chabrol schreef hij ook in 1957 de eerste grondige, erg metafysisch getinte studie van Alfred Hitchcock. Als groot bewonderaar van het Duitse expressionisme wijdde hij zijn doctoraatsthesis aan F.W. Murnaus gebruik van de filmische ruimte in Faust, een studie die daarna verscheen in de Franse pocketreeks 10/18. Patrick Duynslaegher