Vijf jaar geleden publiceerde Jeroen Janssen Doel, zijn eerste stripreportage in boekvorm. Daarin combineerde hij tekeningen die hij in het bedreigde polderdorp maakte met fragmenten van gesprekken met de laatste inwoners. Zo ontstond een wat weemoedig beeld van een stervend dorp. Janssens boek leek een poging vast te leggen wat onverbiddelijk verloren ging. Zoals een herborist dat doet met zeldzaam wordende planten, plakte hij een dorp in zijn boek. Er wonen nog mensen - Tekenen van leven in Doel is een vervolg, een momentopname van vijf jaar later, die zelfs voor lezers van het eerste boek nog kan verrassen. De hardnekkige overblijvende bewoners die door haven, overheid en vandalisme niet klein te krijgen leken, blijken ondertussen om verschillende redenen toch verhuisd. Janssen volgt ze ook in hun nieuwe leven, in een rusthuis of in naburige dorpen. Tegelijk maakt hij kennis met een nieuw soort bewoners van Doel, mensen die rust komen zoeken in het polderdorp, dat tegenwoordig minder in het nieuws komt. De plaatselijke situatie is dus sterk veranderd tegenover Janssens eerste reportage. Er wonen nog mensen toont ook wat wél gebleven is: de eindeloze inspiratie die Janssen put uit polderlandschappen, verlaten straatjes en vooral uit mensen. Als een vlieg op de muur slaat hij ze gade en geeft hij hun uiterlijk en hun woorden op zijn manier weer, op zoek naar de essentie. Zijn reportages hebben maar een heel fijne rode draad. Janssen observeert, plakt fragmenten samen per dubbele pagina, maar zijn boodschappen zijn schaars: een zekere melancholie om de teloorgang van het dorp en een allergie voor onrechtvaardigheid. Voor de rest selecteert Janssen materiaal, geeft hij door wat hij opgetekend heeft en de lezer mag er zijn ding mee doen. Het onaffe van de tekeningen die hij ter plaatse maakt, past bij de gewilde wanorde van flarden van gesprekken. Uiteindelijk heb je als lezer het gevoel dat je een heel dorp hebt leren kennen, ook al ben je er nog nooit geweest.

Er wonen nog mensen - Tekenen van leven in Doel ****

Jeroen Janssen, Oogachtend, 206 blz., ? 34.