Eerste zin 'Hi mom', zegt de man.
...

Eerste zin 'Hi mom', zegt de man. Een dochter en een moeder gaan samen op cruise, ook al hebben ze in het verleden nooit echt goed met elkaar opgeschoten, maar moeder wordt oud en van een cruise heeft ze altijd gedroomd. Ze maken uitstappen in havensteden, keuvelen met tafelgenoten en lopen al eens verloren. Vooral de moeder dan want, zo begin je als lezer gaandeweg te beseffen, ze kampt met dementie. Ook haar omgeving krijgt dat stilaan door, en die weet niet altijd goed hoe te reageren. In de vijf verhalen uit de bundel En dit zal zo voorbij zijn gaat Isabelle Rossaert op zoek naar kwetsbare mensen die het gevecht met de wereld en soms ook wel eens met zichzelf dreigen te verliezen. Een zonderling sterft in een zelfgemaakt kamp in een bos. Twee labiele persoonlijkheden dromen ervan om van een uitgeleefd kantorencomplex een wellness te maken, wat eerder een blinde vlucht vooruit dan een afsluiten van het verleden lijkt te zijn. En dan is er meneer Edgar, die een beroerte heeft gehad en in het ziekenhuis ligt. Net zoals ieder jaar wil hij zijn vrouw Mona met Valentijn een orchidee geven, alleen weet hij niet of hij fysiek nog wel in staat zal zijn om iets op het bijgevoegde kaartje te schrijven. Mona is de vrouw uit het verhaal over de cruise, zie je al gauw in, en haar dochter zou wel eens de vertelster van alle vijf de verhalen kunnen zijn, en dus de vrouw wier huwelijk op een bepaald moment uitgeleefd blijkt en die in een ander verhaal terugdenkt aan een reportage die ze vijfentwintig jaar eerder maakte, ook al over een cruise. De kapitein van het schip had toen net iets te veel aandacht voor haar. Was ook dat een tweesprong waarop haar leven een andere wending had kunnen nemen? Rossaert schrijft verstilde verhalen waarin sfeer een voorname rol speelt. Wanneer je in een bos bent, voel je de zwaarte van de boomkruinen. Wanneer ze beschrijft hoe moeder en dochter door de buitenwijken van Bari rijden, zie je de onafgewerkte fabrieksgebouwen en de toegangsweg voor je, 'alsof de economie hier even, als een zee bij hoogtij, over het land is gespoeld en zich vervolgens in een diepe eb heeft teruggetrokken - gebouwen en weg achterlatend als schelpen en wier op het zand'.