Tien jaar geleden was verveling nog doodnormaal. De uren die je doorbracht aan bushaltes, nutteloos voor je uit starend, angstvallig oogcontact vermijdend, waren ontelbaar en krantenboeren deden gouden zaken met het verpatsen van leesvoer zodat je tijdens lange treinritten niet naar een troosteloos landschap hoefde te kijken. Gelukkig bracht Apple in 2007 de iPhone op de markt: plots had je een hele internetwereld vol kattenfilmpjes onder je vingertoppen en elke vriend binnen handbereik. Ondertussen is de smartphone haast niet meer uit ons bestaan weg te denken. Mochten we aan eender welk ander product zo verknocht zijn, we zouden het een vers...

Tien jaar geleden was verveling nog doodnormaal. De uren die je doorbracht aan bushaltes, nutteloos voor je uit starend, angstvallig oogcontact vermijdend, waren ontelbaar en krantenboeren deden gouden zaken met het verpatsen van leesvoer zodat je tijdens lange treinritten niet naar een troosteloos landschap hoefde te kijken. Gelukkig bracht Apple in 2007 de iPhone op de markt: plots had je een hele internetwereld vol kattenfilmpjes onder je vingertoppen en elke vriend binnen handbereik. Ondertussen is de smartphone haast niet meer uit ons bestaan weg te denken. Mochten we aan eender welk ander product zo verknocht zijn, we zouden het een verslaving noemen. Exact wat het volgens psycholoog Adam Alter ook is. In zijn diepgravend boek Superverslavend onderzoekt hij hoe het komt dat we met onze begerige vingertjes op dat groezelig schermpje blijven tikken. Alter neemt een lange aanloop en schetst een uitgebreide geschiedenis van de verslavingsproblematiek. Sigmund Freud die cocaïne onthaalde als hét geneesmiddel van de toekomst, Vietnamsoldaten die verslingerd raakten aan heroïne maar bij hun thuiskomst makkelijk afkickten, fruitmachines die hele pensioenen opslokken en, uiteindelijk, de lokroek van sociale media en games die ons dagenlang in de ban houden. Alter staaft elk stadium met wetenschappelijk onderbouwde analyses en historische gedragsonderzoeken, studies die ook door slinkse softwareontwikkelaars worden gelezen. Programmeurs maken dan ook gretig gebruik van onze hang naar herhaling, drang naar sociale cohesie en angst voor wanorde zodat we dwangmatig onze virtuele tuintjes blijven onderhouden en op Facebook onze Candy Crush-scores delen. Mooi is het voorbeeld van Aleksej Pazjitnov, de Russische academicus die in 1984 Tetris bedacht: het spel bleek zo verslavend dat hij maandenlang geobsedeerd het prototype speelde, liever dan het af te werken. Zodra het bekend was op zijn departement, verspreidde het zich als een virus, in die mate dat het zelfs van computers werd gewist omdat niemand nog iets gedaan kreeg. Van daaruit maakt Alter de sprong naar gelijkaardige spelletjes als Minecraft en Farmville. Ook de onlinegame World of Warcraft moet het in zijn boek ontgelden. Het grote probleem: afkicken is zo goed als onmogelijk. Sociale media zijn zodanig verweven met ons dagelijkse leven en professionele bestaan dat afzweren gelijkstaat aan eenzaamheid en werkloosheid. Welk bedrijf zal iemand aannemen die weigert met internet te werken? Hoe kun je überhaupt je leven - van bankzaken tot stroomleverancier - nog offline regelen? Alter wijst nergens met het vingertje, en wie handige tips verwacht om van Facebook af te blijven, is bij hem aan het verkeerde adres. Zijn oplossingen zijn te radicaal - lees: stroomstoten - om die smartphone in de prullenmand te gooien. Maar inzicht krijg je wel, misschien net genoeg om aan de bushalte nog eens gewoon een praatje te maken in plaats van in het zoveelste clickbait te happen. Superverslavend **** Adam Alter, Maven (oorspronkelijke titel: Irresistible), 352 blz., ? 21. Roderik SixCentrale zin Het gevoel dat er geleden moet worden is een ingrediënt van veel verslavende ervaringen, waaronder een van de simpelste en meest verslavende games aller tijden: Tetris.