Tien jaar geleden was verveling nog doodnormaal. De uren die je doorbracht aan bushaltes, nutteloos voor je uit starend, angstvallig oogcontact vermijdend, waren ontelbaar en krantenboeren deden gouden zaken met het verpatsen van leesvoer zodat je tijdens lange treinritten niet naar een troosteloos landschap hoefde te kijken. Gelukkig bracht Apple in 2007 de iPhone op de markt: plots had je een hele internetwereld vol kattenfilmpjes onder je vingertoppen en elke vriend binnen handbereik. Ondertussen is de smartphone haast niet meer uit ons bestaan weg te denken. Mochten we aan eender welk ander product zo verknocht zijn, we zouden het een vers...