Janry & Tome

Dupuis, 48 blz., euro5,25Toen de Belgen Tome en Janry in de jaren 80 Robbedoes onder hun hoede kregen, probeerden ze al snel uit hoe ver ze met dat wat gescleroseerde relict uit de prehistorie van de strip mochten gaan. Een van hun gewaagdere albums, De jeugd van Robbedoes, leidde tot een nevenreeks die populairder werd als Robbedoes zelf: De kleine Robbe. Tome en Janry transformeerden de ernstige en moreel onberispelijke held van Jijé en Franquin tot een jonge deugniet die onder het falen van zijn opvoeders lijdt en een erg ontwikkelde interesse voor de lichaamskenmerken van het andere geslacht toont. Zo werd het monument plots weer een levendig personage. De heel klassieke uitwerking van de gags en de beweeglijke stijl van Janry maakten van De kleine Robbe een heel toegankelijke reeks voor een groot publiek. Een hele reeks andere spin-offs met een bekende held in zijn jonge jaren volgde, met onder meer Kid Lucky, Kids van Troy en Klein Suske en Wiske.

Na veertien albums is het frisse van de beginfase er echter wat af. Tome en Janry herhalen keer op keer hetzelfde trucje. Nog steeds is turnleraar Peuk vooral bedreven in sporten waarmee je geen calorieën verbrandt. Nog steeds vallen alle jongens en mannen op rekenjuf Juffrouw Cijfer, die een passionele, maar raadselachtige liefde voor een weinig opvallende oudere collega heeft opgevat. Eigenlijk kun je niet zeggen dat de humor van de reeks achteruitgaat, net zoals ook de grafische uitwerking uiterst verzorgd blijft. De kleine Robbe heeft vooral last van de veranderende tijd. In zijn genre is de strip een sympathiek, maar bijzonder braaf en zeemzoet reeksje geworden, zeker als je het met concurrent Titeuf vergelijkt. Ook die immens succesvolle reeks van de Zwitser Zep buit de groeipijnen van een jongen immers met veel plezier uit voor humoristische strips. Maar de grafiek van Titeuf draagt een persoonlijker stempel en de grappen lijken minder los te staan van de dagelijkse realiteit van kinderen van nu. De kleine Robbe wordt daarentegen meer en meer een te nostalgische reeks voor de kinderen van vroeger, een Bollie en Billie van de 21e eeuw.

Gert Meesters