Eerste zin Mijnheer Adam zat op de rand van zijn ziekenhuisbed, zijn benen bungelden boven de vloer en hij bewoog ze ritmisch alsof hij door de lucht liep.
...

Eerste zin Mijnheer Adam zat op de rand van zijn ziekenhuisbed, zijn benen bungelden boven de vloer en hij bewoog ze ritmisch alsof hij door de lucht liep. Wanneer mijnheer Adam sterft, komt het grootste deel van zijn erfenis in handen van Michèle Godeau, en niet in die van zijn vervreemde zonen. Kleindochter Elise heeft gezien hoe haar opaals een verliefde jeune premier door Godeau werd gekleineerd en gemanipuleerd. Zijn dood is dan ook verdacht. Elises vader, thrillerschrijver Jean-Pierre, heeft al een heel boek aan de dood van haar grootvader gewijd, maar heeft de strijd nu min of meer opgegeven. De professionals bij de politie, de bank en de notariaten deden en doen niets. Patrick De Bruyn zou uit dit niet eens zo ongewone Vlaamse drama een rechtlijnige actie-reactiethriller kunnen puren. Maar hij kiest bewust voor een raamvertelling waarin de kafkaiaanse strijd om een weggeschonken fortuin en het ouder-zoonconflict de onderstroom vormen. Pijnlijker dan het web dat Godeau rond bejaarde mannen spint, is de vraag waarom vader en zoon niet dichter bij elkaar stonden en waarom ook zoon Jean-Pierre niet in staat is genegenheid aan zijn naasten te tonen. De Bruyn is een zuinige schrijver, een verademing in het volle en nerveuze thrillerlandschap, die zonder schroom in de dagelijkse angst en onmacht wroet. Een oplossing biedt hij niet, wel een intelligent misdaadverhaal dat op vele vlakken tot nadenken stemt.