Door Dominique Soenens
...

Door Dominique SoenensBefore the dawn. (No Circus) Anton Walgrave is terug thuis. Niet alleen ruilde hij voor Before the dawn een chique Londense studio voor zijn bescheiden huisstudio, de nieuwe songs zitten hem ook dichter op de huid, ze zijn ontdaan van productionele ballast. 'Dat was, achteraf bekeken dan toch, een beetje een knelpunt bij mijn debuut-cd The Hum. Er gebeurde veel boven mijn hoofd, ik moest met veel meer dingen rekening houden. Ik gaf alles in handen van de producer, waardoor het heel gepolijst en nogal bombastisch werd. Dat wou ik bij deze cd absoluut vermijden. Ik wou teruggaan naar wat ik wil doen in het leven: liedjes schrijven op mijn gitaar of mijn piano en ze opnemen.' Het zag er nochtans veelbelovend uit, toen twee jaar geleden The Hum verscheen. Een jonge Belgische singer-songwriter die in Londen de aandacht had getrokken van de gereputeerde producer Kevin Armstrong (bekend van bij David Bowie en Youssou N'Dour) en zodoende bij EMI terechtkwam. Ook de pers was vrij lovend over het debuut van de Vlaams-Brabantse bard. En toch gingen er niet eens 2000 exemplaren van The Hum over de toonbank. Walgrave werd overschaduwd door Joost Zwegers, die net op dat moment met Novastar alle aandacht naar zich toe trok. In de pers werden de twee tegen elkaar uitgespeeld, in het voordeel van Novastar. Logisch, vindt Walgrave, die een groot bewonderaar is van Zwegers' werk. 'Die cd van Novastar is enorm knap. Daar kon ik onmogelijk aan tippen.' Het heeft zijn ambitie niet aangetast, maar hij is wel realistischer geworden. 'Ik wil nog altijd hetzelfde: leven van de muziek die ik maak en een publiek opbouwen in het buitenland. Geen grote massa, maar een vaste fanbasis. Ambitie heb ik altijd gehad. Anders ga je als twintigjarige niet naar Londen om in bars en clubs te gaan spelen. Als negenjarige nam ik al een cassette op met eigen muziek, die ik dan uitdeelde aan mijn klasvriendjes. Het waren niet meteen de vrolijkste liedjes die erop stonden: 't Is crisis en Land van onheil, zo heetten er twee. En dat voor een kind van negen ( glimlacht). Blijkbaar hielden die dingen me bezig, hoewel ik niet bepaald een sombere of triestige jeugd heb gehad.' Anton Walgrave: Nee, zeker niet. Ik sta nog altijd helemaal achter die plaat. Er zijn dingen die ik nu anders zou doen, maar ze geeft weer wie ik toen was. Ik kon op dat moment niet beter. The Hum klonk helemaal anders dan wat ik live deed. Het klonk als een popgroep, terwijl mijn muziek live altijd een rauwe feel heeft gehad. Dat wou ik op deze cd ook hebben. Toen de opnames van mijn debuut begonnen, wist ik ook niet wat voor een cd het zou worden. Het is iets dat wel meer jonge groepjes overkomt. Je haalt er in de studio van alles bij om het speciaal te laten klinken en je verliest een beetje uit het oog waar het om gaat: de songs. Sommigen in mijn omgeving hadden nogal grote verwachtingen, maar ik heb me daar niet echt door laten meeslepen. Voor deze tweede cd kwam er van EMI heel weinig respons, maar ik had eigenlijk ook geen zin om opnieuw bij een groot label te gaan. Ik wou mijn eigen ding kunnen doen. Daarom heb ik een huisstudio gekocht. Before the dawn klinkt daardoor minder gepolijst, vuiler. Walgrave: Before the dawn is inderdaad een consistenter geheel. Ik wou van die verschillende stijlen af, één richting uitgaan. The Hum was wellicht ook daarom geen voltreffer, omdat het geen duidelijke cd was. Er zat te veel verscheidenheid in. Nu heb ik allemaal vrij rustige liefdesliedjes geschreven, op de single Awake na. Before the dawn is eigenlijk één lange, niet zo opgewekte liefdesplaat geworden. Voor een belangrijk deel autobiografisch, want ik heb een moeilijke relatie gehad. Ik moest het blijkbaar van me afschrijven. Zonder voorbedachten rade: ik heb er niet bewust voor gekozen om over mijn liefdesperikelen te zingen, het is gewoon zo gegaan. Walgrave: Ik wou vooral met mensen werken van wie ik wist dat ik ze kon vertrouwen. Ik ken ze allemaal - op gitarist Patrick Steenaerts - en ik wist vooraf precies waarvoor ik ze wou. Niet dat ik ze voorkauwde wat ze moesten spelen, want zo werk ik niet. Ik experimenteer graag in de studio. Mijn liedjes veranderen soms helemaal tijdens de opnames. Dat hoort ook zo, vind ik, want dan heb je pas echt het gevoel dat je muziek aan het maken bent. Daarom wou ik ook zo graag een eigen studio. Je kunt heel relaxed werken, je moet geen rekening houden met budgetten van platenfirma's. In een dure studio is dat onmogelijk, daar zit je voortdurend met tijdsdruk. Walgrave: Nee, helemaal niet. Voor mij is het vooral belangrijk als muzikant erkend te worden. Al duurde de aandacht niet lang, de positieve recensies in de pers deden deugd. De muziek staat voorop voor mij. Walgrave: Ik ben ook helemaal geen zwartkijker. Ik ben zelfs een vrolijke jongen, maar op een of andere manier kom ik bij getourmenteerde liedjes terecht. Sommigen vinden wat ik doe nogal zwaar, maar ik denk niet echt na over mijn teksten. Het moet kloppen met het gevoel dat ik heb bij een song. Ik denk niet vooraf: wat wil ik zeggen en hoe ga ik dat laten overkomen? Before the dawn gaat nu eenmaal over een slechte, donkere periode in mijn leven, waardoor het ook een melancholische cd is. Vandaar ook de titel: een beetje donker, maar tegelijk hoopvol. Hij vat de sfeer van de cd goed samen, vind ik. En wat dat pathetische betreft: ik ben natuurlijk niet meer dezelfde als twee jaar geleden. Toen durfde ik al eens zwaar uit te halen, luid te schreeuwen in plaats van te zingen. Het was toen ook heel eerlijk om dat te doen, maar ik denk dat ik nu volwassener ben geworden. Walgrave: Ik heb er ooit één geschreven: over een meisje dat zelfmoord wil plegen ( lacht). Ik ben nu al weer bezig met mijn volgende cd en die wordt wellicht iets vrolijker. Mijn leven is op dit moment veel minder donker dan toen ik deze songs schreef. Maar mijn melodieën zijn altijd een beetje triest. Dat zal wel zo blijven. Walgrave: Ik heb dat zelfrelativerende wel, al merk je dat niet meteen aan mijn teksten. Mijn muziek klinkt soms gekweld, maar je hoeft het niet zó ernstig te nemen. Er ligt niet op elk moment een touw klaar om me aan op te hangen. Ik denk dat deze cd ook minder zwaar klinkt dan de vorige. Dat is toch de bedoeling. Walgrave: Ik leerde Luuk in mijn Londense periode kennen via Hans Mullens, bassist bij Buscemi. Het klikte meteen tussen ons, wat voor mij heel belangrijk is om met iemand scheep te gaan. Ik wilde bewust frisser klinken dan op de vorige cd en Luuk is daar de geknipte persoon voor. Ik luister nu meer naar DJ Shadow en dat soort dingen. Ik wist dat Luuk heel goed is met samples en loops. En dat hij daar heel fris over denkt. Belangrijk is ook dat Luuk een drummer is die zeer bewust is van melodie. Dat zie je niet vaak bij drummers. Hij is niet alleen met zijn drumstel bezig. Walgrave: Zeker. Ik heb er bij het maken van deze cd wel vaker aan gedacht om een danceplaat te maken. Een heel vrijblijvend idee, maar je weet niet waar het toe leidt. In veel van die dance ontbreekt een echte song, een melodie, en dat is jammer. Ik mis dat eigenlijk ook bij veel rockbands. Je hoort wel iets dat goed klinkt, maar de song, de melodie ontbreekt. Melodie is voor mij altijd heel belangrijk. Walgrave: Ik bewonder zijn zin voor melodie. En de manier waarop hij het brengt: heel eerlijk, zonder opdringerig te zijn. Vooral zijn eerste platen zijn bijzonder indrukwekkend: Leonard Cohen en Songs From A Room. Maar je moet het zo ver niet zoeken: bij ons heb je Joost Zwegers en Piet Goddaer die heel goed bezig zijn. Op een bepaald moment liep het voor Piet Goddaer een beetje stroef, maar hij is gewoon zijn zin blijven doen en hij is er uiteindelijk geraakt. In dat opzicht is hij een voorbeeld. Het is heel belangrijk om vast te houden aan je lijn. Ik voel me zeker niet verwant met hem, maar hij is wel op een heel toffe, integere manier met muziek bezig. Arid is bijvoorbeeld veel minder mijn ding, die muziek vind ik niet doorleefd. Iedereen noemt de stem van Jasper Steverlinck een engelenstem, maar ik vind dat hij niet goed zingt. Hij voelt niet wat hij zingt, volgens mij. Voor mij primeert nu meer dan ooit het gevoel. Ik zing veel minder technisch, minder schools dan op The Hum. Ik wil dat loslaten. Walgrave: Ik heb sinds enkele jaren het gevoel dat muziek maken datgene is wat ik moet doen in mijn leven. Als ik tot aan mijn zestigste om de twee, drie jaar een plaat maak, dan heb ik gedaan wat ik moest doen. Groot commercieel succes beoog ik niet: als ik genoeg mensen kan bereiken om ervan te leven, ben ik daar tevreden mee. Omdat ik dat nu sterk voel, ben ik minder onzeker door wat anderen zeggen. Ik heb er nooit aan getwijfeld dat ik muziek zou blijven maken, ook niet toen de verkoop van de eerste cd zwaar tegen bleek te vallen. Het enige waar ik soms aan twijfel, is de levensvatbaarheid ervan. Maar dat zien we dan wel. Ik heb muziek ook nodig om me goed te voelen. Als ik geen muziek maak, verlies ik mijn goed humeur. Mijn muziek klinkt soms gekweld, maar je hoeft het niet zó ernstig te nemen. Er ligt niet op elk moment een touw klaar om me aan op te hangen.