Door Stefaan Werbrouck
...

Door Stefaan Werbrouck'One doesn't choose the time. One gets into trouble.' De uitspraak in Cul-de-Sac uit 1966 vat het leven van Roman Polanski goed samen. Maar weinig mensen uit de entertainmentsector kregen zo te lijden onder traumatische ervaringen. Polanski is echter ook het levende bewijs dat alle grote kunst uit lijden voortkomt. Nadat hij het communisme ontvlucht was, maakte hij met Repulsion en Cul-de-Sac twee van zijn sterkste films. En toen zijn vrouw Sharon Tate afgeslacht werd in de Manson-moorden kwam Polanski terug met Macbeth en vooral met Chinatown. Het heeft echter meer dan zes decennia geduurd vooraleer hij zijn verleden in het getto van Krakow onder ogen kon zien. Acht jaar geleden vroeg Steven Spielberg aan Polanski om Schindler's List te regisseren. Polanski weigerde, gewoon omdat Schindler's List te dicht op zijn huid zat. Het boek van Michael Kenneally en de film van Spielberg spelen zich immers af in het getto van Krakow, Polanski kende de slachtoffers persoonlijk en is bevriend met enkelen van de overlevenden. Hij had geen zin om zijn eigen jeugd te verfilmen. Met The Pianist heeft Polanski wél het verhaal gevonden waarmee hij zijn visie op de holocaust kan tonen, zonder al te persoonlijk te worden. The Pianist is de verfilming van Das wunderbare Überleben, de memoires van de Poolse klaviervirtuoos Wladyslaw Szpilman, waarin hij afgemeten en afstandelijk vertelt hoe hij met de hulp van een muziekminnende Duitse officier het getto van Warschau overleefde. Polanski gebruikte het boek als basis, maar voegde er zijn eigen ervaringen uit de Tweede Wereldoorlog aan toe. The Pianist gaat dan ook niet alleen over Szpilman, maar onrechtstreeks ook over de jeugd van Polanski zelf. DoelwitRoman Polanski is in 1933 in Parijs geboren, als zoon van een Poolse jood en een Russische emigrante. Om te ontsnappen aan het groeiende antisemitisme in Frankrijk verhuist de familie in 1936 naar het Poolse Krakow. Een fatale misrekening, want na de Duitse inval in 1940 sluiten de nazi's de joodse gemeenschap op in een getto. Bij een razzia worden Polanski's ouders naar de concentratiekampen weggevoerd: zijn moeder sterft in Auschwitz. De achtjarige Roman kan via een gat in de omheining ontsnappen en blijft vier jaar lang met de hulp van enkele Poolse katholieke plattelandsfamilies uit de greep van de nazi's. Enkele malen kan hij ternauwernood aan de dood ontsnappen. Bij een explosie raakt Polanski zwaargewond, één keer gebruiken de nazi's hem zelfs als doelwit bij schietoefeningen. Om te vluchten voor het geweld, de terreur en de ellende van het dagelijkse leven, heeft Roman maar één schuilplaats: de bioscoop. 'Ik gebruikte alle fantasie die ik maar kon vinden, louter om te overleven', zo schrijft de regisseur in zijn autobiografie Roman. In het cinemazaaltje, kijkend naar Duitse propagandafilms waar hij geen woord van begrijpt, slaagt de jonge Roman erin de buitenwereld te vergeten. Na de oorlog probeert Romans vader - die het concentratiekamp van Mauthausen overleefde - Polanski nog tot een technische vorming te bewegen, maar het besluit van de jongeman om in de filmwereld te stappen, staat vast. Hij wordt acteur bij het theater van Krakow en krijgt een klein rolletje in A Generation van de Poolse regisseur Andrezj Wajda. 'Die eerste keer op een set heeft me wakker geschud', schrijft hij. 'Ik wist absoluut zeker dat ik vanaf dan bij deze mensen wou leven. Ik wou hun leven leiden, hun taal spreken.' In 1954 wordt Polanski aanvaard aan de filmschool van Lodz, het befaamde instituut dat regisseurs als Wajda en Jerry Skolimowski voortbracht. Na enkele kortfilms - waaronder het absurdistische Two Men and a Wardrobe - maakt Polanski in 1962 zijn langspeelfilmdebuut. Met de cultfilm Knife in the Water - een surrealistisch verhaal over een bizarre driehoeksverhouding - werpt Polanski zich meteen op als een van de belangrijkste jonge regisseurs van het moment. De film wordt vertoond op het New York Film Festival, raakt tot op de cover van Time Magazine en levert Polanski in 1963 zijn eerste oscarnominatie op, voor beste buitenlandse film. Polanski's debuutfilm brengt evenwel niet alleen internationale erkenning mee, maar zorgt ook voor controverse, een fenomeen dat de regisseur zijn hele carrière zou achtervolgen. Knife in the water - de eerste Poolse film die niet over de Tweede Wereldoorlog gaat - kan door zijn fascinatie voor het proces van psychische ondergang en de subtiele horror voor het dagelijkse leven ook gezien worden als een allegorie op het dagelijkse leven in het communistische Polen. De machthebbers zijn not amused. Om aan de terreur van het communisme te ontsnappen, verhuist Polanski eerst naar Frankrijk en daarna naar Engeland. Daar maakt hij enkele van zijn krachtigste films waarin zijn visuele genie tot uiting komt. Repulsion - met Cathérine Deneuve - en Cul-de-Sac vestigen met respectievelijk een Zilveren en een Gouden Beer op het filmfestival van Berlijn Polanski's reputatie als een van de belangrijkste hedendaagse regisseurs. Net zoals in het latere werk van Alfred Hitchcock voeren zwarte humor en surrealisme de boventoon in Polanski's amorele verhalen over gewone mensen die trachten te overleven in een vijandige, ironische wereld. Helter SkelterHoewel Polanski over de hele wereld erkend wordt als een briljant filmmaker, blijft hij toch vooral een cultregisseur. Dat verandert radicaal in 1968 als hij zijn tweede Amerikaanse film maakt. Rosemary's Baby, een verhaal over satanisme en vrouwelijke paranoia, wordt een kassucces en staat nu nog altijd te boek als een van de beste horrorfilms aller tijden. Om de broeierige, dreigende sfeer van satanisch kwaad neer te zetten, neemt Polanski immers niet zijn toevlucht tot goedkope schokeffecten of walgelijke scènes - zoals William Friedkin vijf jaar later in The Exorcist wél zou doen -, maar is het kwaad tot in de kleinste details, tot in de verontrustende banaliteit van de dagelijkse gesprekken doorgedrongen. Met Rosemary's Baby schiet Polanski's ster de hoogte in. De regisseur wordt opgenomen in de jetset van Hollywood en laaft zich aan de geneugten van het glamoureuze leven. In het zog van het succes trouwt Polanski met Sharon Tate, een blonde actrice die hij had leren kennen op de set van zijn Dracula-parodie The Fearless Vampire Killers uit 1967 en een van dé sekssymbolen uit de jaren '60. Polanski's leven leek dan ook heel even op een droom die bewaarheid was geworden. Polanski zelf heeft er zich altijd voor gehoed om al te veel te genieten. Door zijn achtergrond als Poolse jood en Poolse katholiek leeft hij naar eigen zeggen altijd met de angst dat hij voor iedere vreugde in zijn leven zal worden bestraft. Zijn gelukkige kindertijd werd verstoord door de nazi's en de ervaringen in het getto van Krakow. De idyllische relatie tussen Polanski en Sharon Tate zou al even bruut tot een einde komen.Acht augustus 1969. Vier mensen dringen binnen in het huis op 10050 Cielo Drive in Los Angeles, de woonplaats van Roman Polanski en Sharon Tate. Polanski zelf is afwezig, Tate - acht maanden zwanger - zit samen met nog drie anderen in de woonkamer. In een vlaag van bloeddorstige waanzin maken de indringers alle aanwezigen af, met messen en geweren. Tate krijgt een bajonet in de buik. Twee dagen later breken twee mensen binnen in een ander huis in Los Angeles en maken de twee aanwezigen af. Met het bloed van hun slachtoffers schrijven de aanvallers 'Rise' en 'Healter Skelter' - een verkeerd gespelde verwijzing naar het Beatles-nummer - op de muren.De moorden worden onmiddellijk breed uitgesmeerd in de pers. Na enkele dagen doen de bizarste geruchten de ronde over satanische rituelen die uit de hand zijn gelopen, geruchten die ook serieuze bladen als Newsweek oppikken. Uiteindelijk krijgt de politie de daders te pakken, nadat een van Tates moordenaars in de gevangenis had zitten opscheppen over haar aandeel in de misdaden. De leider en goeroe van de bende is Charles Manson, een gesjeesde muzikant die enkele outcasts rond zich wist te verzamelen. Op een dieet van drugs en bandeloze seks ontwikkelt Manson zijn theorie rond Helter Skelter, waarbij hij een oorlog tussen blank en zwart wou ontketenen om dan leider van de zwarte bevolking te worden. De motieven voor de moorden zijn louter voor Mansons ziekelijke geest begrijpelijk. In 10050 Cielo Drive had vroeger Gary Melcher - de zoon van Doris Day en een machtig man in de muziekwereld - gewoond. Om hem zijn macht te tonen, gaf Manson het bevel om de inwoners van het huis te vermoorden. De reden voor de tweede moordpartij was zo mogelijk nog absurder: Manson wou wraak nemen op de buren van het afgeslachte koppel, die hem ooit hadden beledigd. Op de vluchtPolanski vlucht naar Parijs en trekt zich voor twee jaar terug uit de filmwereld. Uiteindelijk komt hij in 1971 weer op het voorplan met Macbeth, een bewerking van het toneelstuk van Shakespeare. Met het stuk gelooft hij een onderwerp te hebben gevonden dat het publiek en de critici niet zouden beschouwen als 'een film over de moorden'. Maar dat is verloren moeite. In de bloederige catharsis ziet zowat elke recensent een verwijzing naar de Manson-moorden. Macbeth krijgt goede kritieken, maar de film - gefinancierd door Playboy's Hugh Hefner - is commercieel een flop. Polanski slaagt er echter in recht te krabbelen, en op een grandioze manier. Nadat hij in Italië met Marcello Mastroianni de seksfarce What? heeft gedraaid, komt de regisseur met Chinatown via de grote poort Hollywood weer binnen. Een moderne film noir in de stijl van The Maltese Falcon van John Huston en The Big Sleep van Howard Hawks, een psychologische thriller en een donkere, nihilistische allegorie op het corrupte Amerika uit de jaren '70: Chinatown is een absoluut meesterwerk dat Polanski meteen weer op het voorplan brengt. Hoewel Polanski zichzelf beschouwt als een 'totale filmmaker' - voor zowat iedere film heeft hij op zijn minst meegeschreven aan het scenario - komt de kracht van Chinatown vooral uit de intense samenwerking tussen regisseur, scenarioschrijver Robert Towne - die in 1975 een oscar zou krijgen voor zijn script - en hoofdrolspeler Jack Nicholson. Vooral met Jack Nicholson, die zo'n vijftien jaar later zelf het vervolg op Chinatown,The Two Jakes, zou regisseren, bouwt Polanski een hechte vriendschap op. Nicholson zou evenwel ook een rol spelen in een van de meest bizarre schandalen uit Polanski's leven. Op 11 maart 1977 wordt Polanski gearresteerd op verdenking van verkrachting van een dertienjarig meisje. Onder het voorwendsel dat hij haar wou fotograferen voor de Franse editie van Vogue Hommes zou Polanski het meisje meegelokt hebben naar het huis van Jack Nicholson - die op dat moment op vakantie was - waar hij haar zou hebben gedrogeerd en verkracht. Polanski bekent seks te hebben gehad met het meisje, maar ontkent de verkrachting. Op seks met een minderjarige staat in Californië maximum 50 jaar gevangenisstraf. De rechter die de strafmaat moet bepalen, stuurt Polanski echter eerst negentig dagen lang naar het Californian Institute for Man in Chino, waar hij psychologische tests moet ondergaan. Na 42 dagen ontvlucht Polanski op twee februari 1978 het centrum en stapt hij op het vliegtuig naar Parijs. Enkele jaren voordien is Polanski tijdens het draaien van The Tenant ( Le Locataire) Frans staatsburger geworden, en aangezien Frankrijk geen eigen burgers uitlevert, is Polanski in Parijs veilig voor de Amerikaanse justitie. Zijn angst voor uitlevering is zo groot dat Polanski zijn volgende film Tess - naar de roman Tess d'Urbervilles van Thomas Harding - in Frankrijk draait in plaats van in Engeland. Tess is met een kostprijs van 12 miljoen dollar tot dan toe de duurste film ooit gemaakt in Frankrijk, en het bewijs dat Polanski ook met een kostuumdrama uit de voeten kan. Na Tess duurt het zeven jaar tot Polanski opnieuw een film maakt, een periode waarin hij geld probeert te verdienen in het Europese theater. Zo brengt hij onder meer in 1982 Amadeus van Peter Shaffer (later verfilmd door Milos Forman) op de planken, waarin hij zelf de rol van Salieri op zich neemt. Sinds hij naar Parijs vluchtte, worden met de regelmaat van de klok geruchten de wereld ingestuurd over een mogelijke terugkeer naar de VS. Het 'slachtoffer' van Polanski - inmiddels een vrouw van halfweg de dertig - heeft al in een interview te kennen gegeven dat de regisseur de mogelijkheid moet krijgen om weer naar Amerika te komen. Af en toe duiken verhalen op over akkoordjes tussen Polanski en de Amerikaanse justitie om de hele zaak te laten vallen, verhalen die even snel weer ontkend worden. Al bij al lijkt Polanski zelf niet echt happig om terug te keren, gewoon om het mediacircus te vermijden. Sinds 1985 is hij getrouwd met de Franse actrice Emanuelle Seigner, en woont hij samen met haar en hun twee kinderen in Parijs.Misschien komt het door die burgerlijke bedaardheid dat Polanski na Tess er nooit meer in geslaagd is zijn vroegere niveau nog eens te benaderen, laat staan zijn stempel te drukken op de filmwereld. Pirates uit 1985 was een flauwe komedie met Walter Matthau, die alleen vermeldenswaard is omdat voor de film het duurste rekwisiet ooit is gemaakt: een replica van een Spaans galjoen kostte de producenten 12 miljoen dollar, wat helaas méér was dan de film in de Verenigde Staten opbracht. Ook Polanski's laatste vier films waren allesbehalve hoogvliegers. Van Frantic, Bitter Moon (beide met Seigner in een hoofdrol), Deathand the Maiden en The Ninth Gate kon alleen Death and the Maiden - een claustrofobische nachtmerrie met Sigourney Weaver en Ben Kingsley - de critici bekoren, terwijl de opbrengst over het algemeen matig was. The Pianist is dus niet alleen om emotionele redenen zo'n belangrijke film voor Polanski. Zijn filmcarrière zit in het slop, en na de commerciële tegenvaller The Ninth Gate is het voor de regisseur erop of eronder: het Holocaust-drama moet Polanski weer in beeld brengen. Maar Polanski heeft al eerder in de moeilijkste omstandigheden zijn beste films gemaakt.