Eerste zin Magdalena stond op de oever van de Trave en keek naar de zwarte golven, die aan haar voeten likten.
...

Eerste zin Magdalena stond op de oever van de Trave en keek naar de zwarte golven, die aan haar voeten likten. Mocht de duivel bestaan, dan woonde hij vast in Lübeck. De Noord-Duitse stad werd maar liefst twee keer volledig in de as gelegd en een laaiend vuur is voor zijne diabolische hoogheid altijd een extra lokkertje geweest. En wat is een woonst zonder kinderen? Lucifer en zijn gebroed, dat is het uitgangspunt van de vuistdikke nieuwe roman van de Duitse schrijfster Svealena Kutsche, waarin ze twee kinderen van de duivel volgt door een eeuw Lübeckse geschiedenis. Lucie wordt in 1908 geboren en zal de opkomst van de nazipartij van dichtbij meemaken. Haar kleindochter Jesse zal zich eind jaren 80 aansluiten bij de extreemlinkse punkbeweging. De twee, respectievelijk vernoemd naar Lucifer en Jezebel, zijn helderziend, maar hoewel die gave hen voordelen biedt, bekampen ze ook de invloed van hun verderfelijke vader. Kutsche gebruikt haar premisse vooral als opstapje om een kloeke familiegeschiedenis uit te schrijven, waarbij ze vaak verwijst naar Thomas Manns Buddenbrooks, die klassieker die zich ook in Lübeck afspeelt. Dat niveau haalt ze bijlange niet - ze heeft net iets te veel personages geschapen om ze allemaal tot hun recht te laten komen - maar deze heksensaga blijft boeiend genoeg om er enkele uren mee aan het zwembad te slijten.