Het is geen plek voor een mens die zich ooit Johnny Rotten (59) noemde, Sunset Boulevard in Hollywood, waar de zon ongenadig steekt. Met zijn hanenkam, ooit een duidelijke marker dat je een punker voor je had, ziet hij eruit als een profvoetballer die meer belangstelling heeft voor zijn haarsnit dan voor zijn spel.
...

Het is geen plek voor een mens die zich ooit Johnny Rotten (59) noemde, Sunset Boulevard in Hollywood, waar de zon ongenadig steekt. Met zijn hanenkam, ooit een duidelijke marker dat je een punker voor je had, ziet hij eruit als een profvoetballer die meer belangstelling heeft voor zijn haarsnit dan voor zijn spel. Plots zegt hij dat hij deze plek op Sunset Boulevard kent. Vroeger stond hier het 'Riot Hyatt', een hotel waar musici in de seventies hun intrek namen als ze eens een paar kamers aan diggelen wilden slaan. Nu verrijst er een modern boutiquehotel. Meer dan 37 jaar geleden - het moet in februari 1978 geweest zijn, Lydon was net 22 en zanger van de Sex Pistols - ontbood hij zijn manager Malcolm McLaren in het Riot Hyatt om hem te zeggen dat hij de band verliet. Daarmee dwarsboomde hij McLarens plan om met de Pistols, toen al wereldberoemd, nog een bom duiten te verdienen. Johnny wilde niet meer. Alles was een grote puinhoop. Zesentwintig maanden was hij zanger van de Pistols geweest, zesentwintig maanden die van hem een icoon hadden gemaakt. Voor de ene was hij de antichrist, voor de andere de heiland van de popmuziek. Lydon is in een opperbest humeur. In een plasticzak draagt hij zijn spullen: een iPhone, twee pakjes Marlboro Light, tamelijk veel geneesmiddelen. Allergieën, zegt hij. Natuurlijk. Epilepsie. 'Moeten we nog ver stappen?' vraagt hij. Hij zegt dat zijn dieetschema vandaag voorziet dat hij niets mag eten, maar alleen mag drinken. Wat dan? Groene thee? Groentesap? 'No! Sea breeze! Wodka, cranberry, een shot grapefruit!' JOHN LYDON WERD WERELDBEROEMD ALS Johnny Rotten, de eerste grote vedette van de punk. Met zijn bleek gezicht, oranje geverfde haren, priemende ogen en de snerende stem met rollende 'r' zong de destijds twintigjarige over 'anarchy in the UK' en een 'fascist regime', de verrotte Britse monarchie waarin iedereen die erin moest leven 'no future' had. Johnny Rottens laatste woorden tijdens het laatste Pistols-concert, in San Francisco in januari 1978 luidden: 'Ever get the feeling you've been cheated?' Ooit het gevoel gehad dat ze je een loer gedraaid hebben? Die woorden vormden de aanzet tot een jarenlange twist over de vraag wat de Sex Pistols nu eigenlijk waren, waarvoor ze opkwamen, of ze echt iets tot stand hadden gebracht, of ze niet veeleer het industrieel-kapitalistische boybandproduct van een gehaaide manager waren geweest. Jarenlang werden processen gevoerd, duizenden boekbladzijden gevuld, mensen stierven, vriendschappen liepen op de klippen. En natuurlijk ging het altijd om hopen geld. No future, Johnny? Werkelijk? Eind vorig jaar heeft hij zijn tweede boek over dat onderwerp geschreven, Anger Is an Energy. Het eerste boek, Rotten: No Irish, No Blacks, No Dogs (1994), was veeleer een soort grote schoonmaak, zegt Lydon. Te veel mensen begonnen een te groot deel van het Pistols-verhaal voor zich te claimen. Het boek viseerde vooral manager Malcolm McLaren en zijn toenmalige partner, modeontwerpster Vivienne Westwood, die beweerden dat de Pistols, Johnny Rotten en Sid Vicious slechts marionetten in dienst van de postmoderne performancekunst waren geweest. Anger Is an Energy daarentegen is een echte autobiografie, over zijn ouders, zijn kinderjaren en jeugd in Noord-Londen, ook over de jaren tachtig en negentig, over zijn tweede band Public Image Ltd., die begin september haar nieuwe studioplaat uitbrengt. Maar centraal staan opnieuw de zesentwintig maanden bij de Sex Pistols die hem weliswaar, zoals hij zegt, geen pijn meer doen, maar toch nog altijd niet loslaten. 'Het was de belangrijkste tijd van mijn leven. En men heeft geprobeerd om die tijd van me af te nemen.' LYDON GROEIDE OP IN NOORD-LONDEN, in een huis zonder toilet. In de Benwell Road, waar het verloederde huizenblok uit zijn kinderjaren stond, prijkt nu het Emirates-stadion van Arsenal FC. Op zijn zevende kreeg hij hersenvliesontsteking. Waarschijnlijk was hij door een rat besmet, vertelden de artsen hem. Johnny zegt dat hij op de binnenplaats in een plas speelde waar het krioelde van de ratten. Wellicht had een rat even daarvoor in de plas geürineerd, water waarmee Johnny dan zijn gezicht verfriste. Hij vond het altijd eigenaardig als men hem vroeg hoe het in godsnaam mogelijk was dat hij, twintig jaar jong, zulke teksten vol vitriool bedacht. Zijn antwoord: hij had ze in vijf minuten opgeschreven, maar ze waren jarenlang in hem gerijpt. No future? Natuurlijk. Iedereen die iets anders beweert, zegt Lydon, heeft ze niet allemaal op een rijtje. Hij vertelt over een van de miskramen van zijn moeder - hij moet negen of tien zijn geweest - en hoe de emmer met het dode embryo in de wc-pot moest kieperen. 'En al op school leerden ze je om je als een tweedeklasburger te gedragen. Niemand wilde dat je je best deed. Het systeem had geen belangstelling voor wie de sociale ladder wilde beklimmen. Je stond aan de verkeerde kant en je moest daar blijven. Je had geen toekomst. No. Future. For. You. Het systeem wilde onderdanen voor de koninklijke familie.' Dat zijn lyrics meteen beroemd werden en nu tot de canon van de popgeschiedenis behoren, bewijst dat hij gelijk had, meent Rotten. Destijds werden uit schrik Pistolsconcerten geannuleerd. De eerste editie van de single God Save the Queen is bijna volledig vernietigd, platenfirma's sloten contracten met hen af en zetten hen dan weer aan de deur, de binnenlandse inlichtingendienst MI5 moeide zich ermee. Het conservatieve Engeland ontketende een jacht op de vier Sex Pistols, vooral op zanger Johnny Rotten, die zich wekenlang moest verstoppen omdat woedende burgers het op hem gemunt hadden. De band, opgericht in de zomer van 1975 en gemanaged door de geniale schelm Malcolm McLaren, raakte in paniek, ruziede en viel na een desastreuze tournee in de VS in januari 1978 uiteen. Negen maanden later zou bassist John Beverley, beter bekend als Sid Vicious, in het New Yorkse Chelsea Hotel zijn vriendin Nancy Spungen, een heroïnegroupie, doodgestoken hebben. Hij werd gearresteerd, op borg vrijgelaten en stierf een paar maanden later zelf aan een overdosis heroïne die zijn moeder hem bezorgd zou hebben. Lydon zegt dat hij van Sid hield. Ze kenden elkaar sinds ze samen op een school voor moeilijke kinderen hadden gezeten. Maar voor de Sid Vicious van de laatste maanden had hij alleen maar verachting. Lydon zelf had Nancy aan Sid 'doorgegeven' omdat hij haar te gestoord vond. Maar Sid kon nooit met vrouwen overweg. Hij was een fashion victim en styler, niet de pienterste, wel waanzinnig grappig. Zijn moeder, Anne Beverley, was een van de eerste Ibiza-hippies en volgens Lydon al jaren een junkie. Lydon gaf John Beverley de naam van zijn hamster: Sid. IN MARINA DEL REY IN LOS ANGELES woont Lydon nu in het voormalige strandhuis van Hollywoodicoon Mae West, gebouwd in 1910. Lydon vertelde ooit dat de jonge Arnold Schwarzenegger in de jaren zestig in dat huis als bouwvakker had gezwoegd, toen hij zich nog maar pas in LA gevestigd had, in de hoop er een vedette te worden. De bepleistering aan de gevel zou Schwarzenegger zelf hebben aangebracht. In de jaren negentig, in Terminator-tijden, zouden Arnold en zijn vrouw, fietsen in de hand, eens bij hem aangebeld hebben. Schwarzenegger, die geen idee had wie hij tegenover zich had, zei dat hij dit huis gerestaureerd had, en vroeg of hij mocht binnenkomen. Johnny zei nee. Hij vindt het al pijnlijk genoeg dat hij met mensen als Paul McCartney bevriend is. Hij draagt nu een bonte, een tikje afgrijselijke broek. Van Issey Miyake, zegt hij trots. Later moet hij nog naar Malibu, naar zijn andere huis, dat direct aan de Pacific Coast Highway ligt. Lydon heeft het in 1990 met zijn vrouw Nora voor 1,2 miljoen dollar gekocht. Intussen is het allicht veel meer waard. Zijn buurman is acteur Orlando Bloom. Verrassend genoeg vindt Lydon ook hem sympathiek. No future? Orlando Bloom? De klusjesmannen zijn in Malibu, daarom moet hij er nog eens naartoe, zegt Lydon. Hij mag dat niet vergeten, anders krijgt hij het misschien aan de stok met Nora. Nora is een Duitse. De twee kennen elkaar sinds het Pistols-tijdperk. Zij is veertien jaar ouder, ze was (of is nog altijd) een rijzig, blond glamourmeisje met een grote boezem. Ze komt uit een goede familie. Voor Lydon was ze getrouwd met Frank Forster, een Duitse schlagervedette uit fifties. Nora's vader, Franz Karl Maier, was in Stuttgart aanklager tijdens de denazificatieprocessen en later, in de jaren tachtig, uitgever van de Berlijnse krant Der Tagesspiegel. Toen ze Johnny leerde kennen, had Nora al een dertienjarige dochter uit haar eerste huwelijk. Johnny en Sid waren op het meisje gesteld. Clashgitarist Joe Strummer zou haar gitaar hebben leren spelen. Het duurde niet lang of Ariane Forster noemde zich Ari Up en richtte The Slits op, een van de eerste vrouwelijke punkbands. Haar peetoom heette Udo Jürgens. No future? Udo en Johnny. Schlager en punk. Ari Up stierf in 2010 aan kanker. Haar twee kinderen, een tweeling, woonden al in de jaren negentig meestal bij hun grootouders in LA. NADAT LYDON IN 1978 DE PISTOLS verlaten had, produceerde McLaren met de rest van de band nog de film The Great Rock 'n' Roll Swindle (1980). Ook de film suggereerde dat de Sex Pistols slechts een spel was, een hersenspinsel van McLaren, een poststructuralistische idee dat de verloedering van de popbusiness door dom nihilisme ontmaskerd had, waarbij iedereen zich door McLaren had laten beetnemen. Had Lydon daar met zijn laatste woorden op het podium niet ook op gezinspeeld? Lydon was in dat verhaal alleen nog de halve gare die zich door McLaren en Westwood had laten casten. Zelfs de naam Johnny Rotten zou uit de koker van McLaren gekomen zijn. De manager nam Lydon na het einde van de Pistols zelfs die naam af. Acht jaar lang, tot 1986, ruziede Lydon met McLaren over de rechten daarop. Lydon dreigde zijn levensfundament te verliezen. Zoiets was hem al eens overkomen. De hersenvliesontsteking op zijn zevende had al zijn herinneringen gewist. Hij moest alles opnieuw leren, ook wie hij eigenlijk was. En hij moest geloven wat de volwassenen over hem vertelden. Tegen dat hij weer helemaal wist wie hij was, waren vier jaar verstreken. Daarna was hij een wantrouwig, schuchter kind. Hij zag eruit als een nerd, las Dostojevski, later ook Ulysses van James Joyce. Hij bleef maar vragen, want tijdens zijn amnesie had men hem dat geleerd. Hij werkte de mensen op de zenuwen met zijn eeuwige betweterige vragen. Men noemde hem een probleemkind. LYDON HEEFT DRIE SEA BREEZES NA elkaar gedronken en bestelt er nu twee tegelijk. Alcohol kalmeert hem, zegt hij, dimt zijn hyperactiviteit een beetje. Net zoals speed en amfetamine hem altijd hadden gekalmeerd, terwijl anderen er net door opgezweept werden. Hij zegt dat hij om die reden nooit heroïne nam, uit angst in te slapen en zich bij het ontwaken niet meer te herinneren wie hij is. Hij geeft de indruk een snel en superintelligent ADHD-kind te zijn dat van de ene inval naar de andere snelt. Soms lijkt hij met je verwachtingen te spelen, vertelt hij plots over de narratieve bijzonderheden in Ulysses, over de teloorgang van de Britse upperclass na WO II en wat dat allemaal met zijn songtekst God Save the Queen te maken heeft. En soms lost hij die verwachtingen ook in en boert hij in een restaurant op Sunset Boulevard. Sea breeze nummer zes en nummer zeven staan op tafel. De oorlog tegen McLaren heeft hij gewonnen. De andere Pistols hadden partij voor hem gekozen. Na het proces mocht hij zich weer Johnny Rotten noemen, ook al hield hij niet meer van die naam. Hij won ook het dispuut over de rechten op alle Pistols-songs en The Great Rock 'n' Swindle. Hij kreeg bovendien een schadevergoeding van 1 miljoen pond - nu ongeveer 3,6 miljoen euro. Samen met gitarist Steve Jones, drummer Paul Cook en Anne Beverley, de moeder van Sid Vicious, richtte hij de Sex Pistols Residuals op, de resten van de Sex Pistols. Die firma beheert nog altijd de nalatenschap van de band. Natuurlijk hebben ze een paar fouten gemaakt, bijvoorbeeld de reünie van 1996, die hen toen ook naar België bracht, waarop ze alleen maar konden constateren dat ze elkaar nog altijd niet begrijpen. SEA BREEZE NUMMER ZEVEN. LYDON vertelt over de dadaïsten in Berlijn en de situationisten in Parijs, over artistiek nihilisme. Maar je kunt hem nog altijd irriteren als je hem aanspreekt op Lipstick Traces - A Secret History of the Twentieth Century, het boek van de eminente popcriticus Greil Marcus. Op de cover prijkt een starende Johnny Rotten. In dat boek worden nog eens de oude McLaren-verhalen opgerakeld. 'Ophouden, alsjeblief', zegt Lydon. 'Ik heb de teksten van de Sex Pistols geschreven. En ik méénde wat ik schreef.' WE VERLATEN HET RESTAURANT OM half drie. Johnny wijst naar de heuvels van Hollywood. Daar ergens zit ook nog Billy Idol in zijn villa. Ach Billy. Nog zo eentje die is blijven hangen. Een grote punkperformer. Net als Sid. Soms zien Billy en Johnny elkaar. Billy praat graag over de oude tijden, Londen, de winter van 1976, de 100 Club, het Pistols-optreden in Screen on the Green. Johnny zwijgt dan meestal. 'Met mijn laatste woorden op het podium met de Pistols', zegt Lydon plots, 'wilde ik niet zeggen dat de band bedrog was, maar dat ik me bedrogen voelde!' Hij zou nu op mijn hotelkamer graag nog een paar biertjes drinken. Dat klinkt verontrustend. En de klusjesmannen in Malibu? O, zegt Lydon. Vroeger zou hij niettemin gebleven zijn. WHAT THE WORLD NEEDS NOW... Het nieuwe album van Public Image Ltd. verschijnt op 4/9. DOOR PHILIPP OEHMKE - © DER SPIEGELOOIT WEES JOHN LYDON ARNOLD SCHWARZENEGGER, DIE VROEG OF HIJ ZIJN STRANDHUIS IN LOS ANGELES MOCHT ZIEN, DE DEUR. LYDON VINDT HET AL PIJNLIJK GENOEG DAT HIJ MET MENSEN ALS PAUL MCCARTNEY BEVRIEND IS. DE OUDE PUNK SPEELT NOG STEEDS MET VERWACHTINGEN: HET ENE MOMENT VERTELT HIJ OVER DE NARRATIEVE BIJZONDERHEDEN VAN JOYCE' ULYSSES, DAN WEER BOERT HIJ ONGEGENEERD OP RESTAURANT.