De Gentse Vlasmarkt, 1996. Een rammelende rode Geit stopt voor de deur van de Charlatan, een muf muzikantencafé dat zich een air van rockclub aanmeet. Danny Cool Rocket zwaait de deur open. Hij draagt een blauwe broek met gouden sterren, maar niemand van de 'bar flies' die daar nog van opkijkt. Danny is dertig jaar, staat al tien jaar aan de dop en werkt naar eigen zeggen 'aan zijn muziek', maar niemand die daar al iets van had gemerkt. 'Voor mij een pintje!' roept Danny Cool Rocket in zijn lijzigste Limburgs. 'Ik ga bij dEUS spelen!'
...

De Gentse Vlasmarkt, 1996. Een rammelende rode Geit stopt voor de deur van de Charlatan, een muf muzikantencafé dat zich een air van rockclub aanmeet. Danny Cool Rocket zwaait de deur open. Hij draagt een blauwe broek met gouden sterren, maar niemand van de 'bar flies' die daar nog van opkijkt. Danny is dertig jaar, staat al tien jaar aan de dop en werkt naar eigen zeggen 'aan zijn muziek', maar niemand die daar al iets van had gemerkt. 'Voor mij een pintje!' roept Danny Cool Rocket in zijn lijzigste Limburgs. 'Ik ga bij dEUS spelen!'Negen jaar later speelt Danny Mommens niet meer bij dEUS, maar zit hij in een kleedkamer van de AB, waar hij 's avonds het vijfde album van Vive la Fête komt voorstellen: Grand Prix. Een keukenhulpje komt de koelkast aanvullen met de woorden 'de whisky en de champagne komen zo'. De vorige platen verkochten goed, samen met zijn lief Els Pynoo speelde hij in alle clubs tussen Rio en Tokio, en ze mogen zich het favoriete balorkest noemen langs de catwalks van Lagerfeld, Chanel en Louis Vuitton. Hoog tijd voor een stand van zaken in de high times van een Vlaamse rocker met een Peter Pan-syndroom. Danny Mommens: Ik heb een stuk of acht Geiten gehad, maar die tijd is voorbij. ( met bolle borst) Nu rijd ik rond met een Jaguar en een Pontiac. Een levensgenieter, hé. Mommens: Het is wel grappig. Toen de eerste single, Je ne veux pas, uitkwam, lachten ze ons uit omdat het een elektronummertje was. Twee jaar later bleek dat ineens in. Dan is het aan mij om te lachen. Maar ik vind niet dat wij een elektrogroep zijn. We hebben drie ingrediënten: een part rock, een part Franse chanson, en een part new wave. Als je zo'n mix hebt, kun je langer doorgaan. In Grand Prix zit minder elektro of new wave en iets meer gitaar, omdat ik voel dat die elektro stilaan passé begint te raken. Nu brengen we wat meer rock, wat handig is want je moet het ook live kunnen spelen. En zodra dat weer op zijn laatste benen begint te lopen, stoppen we er wel weer meer Franse chanson in. We hebben opnieuw heel snel opgenomen, bij ons thuis in Olsene. We wonen op een primitief boerderijtje, met een minivarken, een paard, een pony, wat vogels, katten en honden. Ver weg van alles, maar je kunt er tenminste lawaai maken. In de maand januari schreven we om de twee dagen een nummer. De eerste dag maakte ik een schets, de tweede schreef Els de tekst. Vijftien nummers, tien dagen mixen en klaar. Ik kan geen zes maanden aan een plaat werken; het is erop of eronder. Mommens: Vorige week zaten we in Parijs bij een vriend, Jeremy Scott. Hij maakt de kleren voor Madonna, en die van Britney Spears in die vliegtuigclip ( Toxic; nvdr. ). Ik hoef Spears niet te ontmoeten, maar ik vind het fijn dat Scott een maat is van ons. Die modewereld is natuurlijk heel belangrijk voor ons, met de shows met Lagerfeld en zo. Maar ik was nog het meest onder de indruk van het Bal de la Rose in Monaco. Toen heb ik Ringo Starr ontmoet. Nooit gedacht dat ik ooit een Beatle zou tegenkomen via Vive la Fête. Ik was de enige die mocht filmen, van op het podium zelfs. Alle cameraploegen vlogen eruit, maar mij liet hij doen. Hij had me uitgenodigd vóór de soundcheck, maar een lang gesprek hebben we niet gehad. Wat zeg je ook tegen zo'n mens? Marianne Faithfull was er ook. Die weigerde met Els te praten, maar niet met mij. Toen ze plots bedolven werd onder de fotografen, riep ze: ' Where is that guy?!' En ikke: ' Here I am, Marianne!' Ze wou dat ik haar kwam redden. Dat zijn toch fijne dingen om te onthouden. Mommens: Pas op, die champagne die ze net kwamen aanbieden hadden we van onze rider geschrapt, en we zijn van twee flessen vodka naar één fles whisky gegaan. Als je alle dagen moet spelen, hou je dat niet vol. Mommens: Clean, hè man. ( grijnst) Ik heb een tijd coke gedaan, maar je kloot jezelf daarmee. Je moet er uiteindelijk toch van afkicken. Blowen doe ik al helemaal niet, nooit. Ik kan er niet tegen: ik heb vroeger zoveel LSD gepakt dat ik weer begin te trippen als ik wiet rook. Ik ben meer voor harddrugs dan voor softdrugs, zie je. Ondertussen heb ik wel het verstand om te weten wat ik doe. Vroeger viel dat al eens tegen. Alcohol is het ergste. Van coke krijg je geen kater, maar van de combinatie met drank ben je strontziek. Dan neem ik liever een kwartje valium om te kalmeren. Ik heb het onder controle: we hebben nog nooit een concert moeten cancellen. Mommens: Zonder twijfel een shoppingcenter in Las Vegas, in opdracht van Chanel. Die mall was pas gebouwd, stond nog helemaal leeg, en er was zo goed als geen publiek komen opdagen. Daar sta je dan op dat podium, terwijl je weet dat een paar honderd meter verder de Strip ligt met al zijn lichtjes en duizenden mensen. Dan vraag je je ook af wat je er staat te doen, Chanel of niet. Mommens: Door de Gentse Feesten. Eerst heb ik een half jaar in Antwerpen gewoond, maar daar speelden ze op café te veel Risk. Ik ben er gaan lopen. Op de Gentse Feesten ben ik blijven plakken op de Vlasmarkt. Ik heb er tien jaar gezeten. Gent is véél gezelliger. Mommens: Door bij dEUS te gaan spelen, ben ik uit die scène van café Kinky Star gegroeid. Ik had ze zelf opgericht, samen met Luc Waegeman ( Gentse societyfiguur en bassist van Starfighter; nvdr. ), maar ik heb er niets meer mee te zien. Met The Sex Machines had ik indertijd zelf een labeltje opgericht omdat niemand onze muziek wou uitbrengen. Luc zat erin, en Jan Wygers, die nu bij Mauro speelt. We hebben toen een single uitgebracht, Onstage, en dat was het. The Sex Machines bestaan trouwens nog - mijn bassist speelt er ook bij. Onlangs hebben we acht nummers opgenomen met Mike Butcher van Black Sabbath. Volgend jaar moet de plaat er liggen. 't Is tijdloze rock, dus dat kan wel. Mommens: Ráár hè? Ik speelde helemaal geen bas, ik speelde gitaar. Ze hadden al audities gehouden, maar daar waren allemaal van die flop-bop-padèng-bassisten op af gekomen. Ik denk niet dat dát de stijl was die Tommy zocht. Maar hij kwam altijd naar The Sex Machines kijken wanneer we in Antwerpen speelden, in het café boven Cinema Cartoon's. Hij had sympathie voor ons, kwam soms meejammen. Dat heeft het 'm waarschijnlijk gedaan: je kunt beter iemand binnen pakken met wie je kunt lachen en lol maken als je aan het travellen bent dan iemand die goed speelt. In die tijd was Tommy nog nen toffen. Nu vind ik hem geen toffen meer ( sardonisch lachje). Hij kan mijn kloten kussen. Mommens: Na een paar jaar werd het me duidelijk hoe hij ineen zat. Als hij iemand nodig heeft, doet hij heel vriendelijk, en als hij je niet meer kan gebruiken, vernedert hij je. Ik heb nog meegespeeld op zeven nummers van de nieuwe plaat. Ze wilden weer analoog en live gaan opnemen, in Frankrijk. Toen zijn we aan een tourneetje begonnen: Istanbul, Wenen, enkele festivals in Engeland. Op dat moment werd Craig Ward, onze gitarist, ziek. Wat ik niet wist, is dat hij al twee jaar op prozac zat. Ineens viel mijn frank: ( spuugt de woorden uit) ik zit in een groep met iemand op prózac!? Mommens: Mja, maar van prozac vlak je helemaal uit, je wordt emotioneel een flatliner. Plots werd hij ziek. We reden van Wenen naar Engeland, wel twintig uur in de bus, en dan weigerde hij te spelen. Hij durfde het podium niet op. We zijn toen doorgereden naar Schotland, waar we hem in een hotel hebben gestopt in de hoop dat hij tot zijn positieven zou komen, en daar is hij het gewoon afgebold. Toen we hem opbelden, zei hij niet meer dan 'Fuck you, guys!' Wij dan maar terug van Glasgow naar België gegaan, ondertussen 54 uur op de bus met een kerel die niet wil optreden. Dan móét je jezelf wel afvragen waar je mee bezig bent. Op dat moment heeft den Barman zijn frustratie op mij uitgewerkt. Er is een schermutseling geweest, en hij hád me al eens gekwetst. Net in die periode was mijn pa gestorven; hij was een liefhebber van dEUS. Na zijn dood had ik geen reden meer om bij de groep te blijven, en ben ik opgestapt. Mommens: Ach, ik speelde een foutje en toen scheet hij mij uit op het podium. Ik vind dat niet kunnen. Mommens: ( bedremmeld) Ergens klopt dat wel. Maar Barman was ook degene die op de laatste knip de teksten nog eens veranderde, en dan werd ik verondersteld om daar backings bij te zingen. Natuurlijk ligt er dan een blad voor mijn neus! En hoe dat dan overkomt, tja... Ik had ook een nummer geschreven voor dEUS, en dat werd niet aanvaard. Nu staat het op onze nieuwe plaat. Vérité heet het, om te bewijzen dat het wél deugt. Instant Street is voor de helft van mij, Magdalena ook, maar Barman trekt de rechten van de nummers naar zich toe. Eigenlijk ben ik een pionier. Als je van een groep wat wil maken, moet je iedereen iets gunnen. ( stilte) Ooit komt het nog wel goed tussen ons, denk ik. Ik heb veel geleerd van dEUS, ik breek dat niet af. Ik weet dat Tommy gemotiveerd is om de groep weer van de grond te krijgen. Ik was zelfs van plan om trouw te blijven aan dEUS, maar als ik dat had gedaan, had Vive la Fête geen nieuwe plaat gehad en zaten Els, ik en de rest van de groep al maanden zonder werk. In 2000 besloot hij plots een film te gaan maken, hij was het touren beu. Toen begon Vive la Fête groter te worden, dankzij Chanel kregen we een pak promotie, je kent het verhaal. Toen hij de draad met dEUS weer wou oppakken, viel dat voor mij niet meer te combineren. Nu is de plaat wéér uitgesteld tot het eind van het jaar. Ik heb net op het juiste moment 'Salut, gasten' gezegd. Mommens: Is het je ook opgevallen? Nee dus. Als er belangrijk volk in de buurt is, zijn ze ineens mijn beste maten, en als je iets te populair wordt, sluiten ze je uit. Dat ze maar doen: ík ga de komende maanden in Mexico City en Brazilië spelen, terwijl zij hier zitten te ploeteren. Ik lach ze één voor één uit. l Bart Cornand'In '96 was Tommy nog nen toffen. Nu kan Hij mijn kloten kussen.'