Het is begin augustus, de temperatuur is à point en op wat Japanse toeristen na lijkt Brussel leeg. We zitten in een barretje dat sluimert in de namiddagzon. Tijd zat dus, maar nog voor onze ijsblokjes beginnen te smelten gaat het al over de bomkraters van het kunstenaarschap. Na een carrière als diehardconceptualist besluit Kendell Geers het roer om te gooien en schilderijen te maken. Van - en aanvankelijk ook met - scheermesdraad, het materiaal dat hij ook voor sculpturen en installaties gebruikt. Binnenkort doet Geers zijn nieuwe gepenseelde scheppingen uit de doeken in de Brusselse galerie Rodolphe Janssen. 'Een sprong in het diepe, maar ik wil geen slaaf zijn van gewoonte en verwachtingen.' Begin dit jaar had hij al een retrospectieve in het Münchense Haus der Kunst; op hetzelfde moment was hij te gast bij La Maison Particulière in Brussel; zijn werk was te zien bij Palais de Tokyo en in het Centre Pompidou in Parijs, in het SMAK, op Documenta 11 en op de laatste Manifesta in Genk, to name but a few. De naar Brussel uitgeweken Zuid-Afrikaan focust op conflict en gevaar, koelbloedig uitgewerkt in beeldhouwwerk en installaties die angstaanjagend en verleidelijk zijn. Dat leven op het scherp van de snee leverde naast bijval ook een depressie op - waarover verder meer.
...

Het is begin augustus, de temperatuur is à point en op wat Japanse toeristen na lijkt Brussel leeg. We zitten in een barretje dat sluimert in de namiddagzon. Tijd zat dus, maar nog voor onze ijsblokjes beginnen te smelten gaat het al over de bomkraters van het kunstenaarschap. Na een carrière als diehardconceptualist besluit Kendell Geers het roer om te gooien en schilderijen te maken. Van - en aanvankelijk ook met - scheermesdraad, het materiaal dat hij ook voor sculpturen en installaties gebruikt. Binnenkort doet Geers zijn nieuwe gepenseelde scheppingen uit de doeken in de Brusselse galerie Rodolphe Janssen. 'Een sprong in het diepe, maar ik wil geen slaaf zijn van gewoonte en verwachtingen.' Begin dit jaar had hij al een retrospectieve in het Münchense Haus der Kunst; op hetzelfde moment was hij te gast bij La Maison Particulière in Brussel; zijn werk was te zien bij Palais de Tokyo en in het Centre Pompidou in Parijs, in het SMAK, op Documenta 11 en op de laatste Manifesta in Genk, to name but a few. De naar Brussel uitgeweken Zuid-Afrikaan focust op conflict en gevaar, koelbloedig uitgewerkt in beeldhouwwerk en installaties die angstaanjagend en verleidelijk zijn. Dat leven op het scherp van de snee leverde naast bijval ook een depressie op - waarover verder meer. KENDELL GEERS: De cultuur waaruit ik voortkom, is die van apartheid. Ik stam uit een ultrarechts Zuid-Afrikaans arbeidersgezin. Alles wat ik geleerd heb van mijn vader, mijn familie en mijn school is volkomen onwettig. Door mijn afkomst kleeft een schuld aan me die onuitwisbaar is. Ook al was ik bij de antiapartheidsbeweging en woon ik nu al jaren in België, ik ben en blijf een blanke Zuid-Afrikaan. Jaren geleden probeerde ik me van die schuld te zuiveren door me te wassen met mijn eigen bloed. Maar hoe meer ik me waste, des te vuiler ik werd. Als jonge kunstenaar was ik wanhopig op zoek naar wie ik kon zijn. En dankzij kunst vond ik mezelf opnieuw uit. Mijn nieuwe identiteit begon bij dingen die net zo fout en onwettig waren als ikzelf. Een scheermes is zoiets. Tijdens de Tweede Boerenoorlog was er een bevelhebber, lord Kitchener, die systematisch alle akkers platbrandde. Van de ene kant van Zuid-Afrika tot de andere werd iedereen uitgehongerd. Vrouwen en kinderen werden opgepakt en in concentratiekampen ondergebracht. En rond die kampen kwam prikkeldraad. Voor het eerst in de geschiedenis werden concentratiekampen gebouwd en werd prikkeldraad ingezet als militair wapen. Tijdens het apartheidsregime vonden Zuid-Afrikaanse ingenieurs scheermesdraad uit. Het patent is nog steeds in handen van dezelfde fabriek. Scheermesdraad is net zo ingevoerd en beladen met schuld als ikzelf, daarom gebruik ik het. GEERS: Voor kunstenaars is het belangrijk om elke dag boven de afgrond te hangen, het gevaar te voelen, zodat je een evenwicht vindt tussen controle en het verliezen ervan. Dat is belangrijk, want om te scheppen moet je je kunnen overgeven aan dingen die niet controleerbaar zijn. Het is net zoals stappen: elke stap die je zet, is een soort vallen. De angst om te vallen houdt je recht. GEERS: Nee, maar omdat je zo aandringt: ik durf wel zoiets als ayahuasca te gebruiken, een brouwsel dat gemaakt wordt in het Amazonewoud. Het smaakt verschrikkelijk en het veroorzaakt extreme hallucinaties. Het doet je je ergste nachtmerrie beleven. Ayahuasca gebruiken is geen spel, je doet het om spirituele, sjamanistische redenen. De dingen die ik toen heb gezien, waren onbeschrijflijk angstaanjagend, het goedje brengt een fundamentele verandering teweeg in je perceptie van de wereld. GEERS: Zonder angst zijn onze levens veel te comfortabel. Zodra je je in je omgeving terugtrekt, stop je met denken en voelen. Zonder angst sluiten we ons af, worden we saai en zeggen we bij voorbaat nee tegen wat we niet kennen. Angst is nuttig om bij te leren. Als je weet waar je grenzen liggen en waar je angst vandaan komt, kun je verder met je leven. GEERS: Er stond een retrospectieve op het programma in de National Gallery in Kaapstad. Dezelfde tentoonstelling zou later naar het Haus der Kunst in München reizen. Maar de organisatie van het museum hield er bizarre opvattingen op na: mensen die niets van me afwisten, wilden mijn werk 'vrij interpreteren' - wat voor een tentoonstelling neerkomt op de doodsteek. Ik rekende op het overzicht om te tonen waar mijn werk echt over gaat. Maar het tegendeel bleek waar. In het heetst van de strijd vertelde de Zuid-Afrikaanse curator me letterlijk dat ik in geen enkel opzicht betrokken zou worden bij de tentoonstelling en dat ik alleen zou worden geconsulteerd als het echt niet anders kon. Dat was voor mij zo'n dreun dat ik er een depressie aan overhield. Uiteindelijk bakten ze er niets van en werd de tentoonstelling geannuleerd. De retrospectieve vond enkel plaats in München. GEERS: Het is een houding die steeds vaker opduikt. Curatoren en instellingen hebben de neiging zich boven de kunstenaar te plaatsen. Ze houden de touwtjes liefst zo veel mogelijk in handen, en gooien indien nodig de hele kunstenaar overboord. Je rol wordt ingeperkt tot die van leverancier. Je intentie wordt gemakshalve gewist. GEERS: Integendeel, het werd erger. Rond de tijd van de afgeblazen retrospectieve bezocht ik - al behoorlijk aangeslagen - het Centre Pompidou in Parijs. Een jonge kerel had er een tentoonstelling met werk dat wel erg, érg veel op dat van mij leek. Ik heb jaren gesleuteld aan een beeldtaal die ik met bloed, zweet en tranen in de kunstwereld heb geïntroduceerd. Dat iemand anders (kunstenaar Adel Abdessemed nvdr. ) zich er zomaar van bedient en er nog waardering voor krijgt ook, trof me als een mes in het hart. GEERS: Het zou weinig zoden aan de dijk brengen. De geschiedenis wist het onrecht wel uit, daar heb ik alle vertrouwen in. De kern van het probleem ligt trouwens niet bij de kunstenaars maar bij de kunstwereld, die geconstrueerd is rond geld. Het doel van het systeem is winst, en als het even kan erg veel winst. In kunstenaars wordt geïnvesteerd, en dat gaat met zulke grote bedragen gepaard dat de kunstenaars, haast ongeacht hun werk, niet meer kunnen falen. GEERS: Na de afgelaste retrospectieve en de intellectuele fraude bij Pompidou annuleerde ik al mijn tentoonstellingen. Ik moest afstand nemen van een kunstwereld die niet maalt om integriteit of eerlijkheid. Om iets om handen te hebben, ging ik elke dag naar mijn atelier. Na een jaar realiseerde ik me dat ik continu geschilderd had. De ruimte stond vol met doeken die ik quasi gedachteloos uitgewerkt had, als een soort doorgangen naar andere werelden. Ik kon haast niet geloven dat net ik, een overtuigde conceptualist en anti-schilderkunstkunstenaar, was beginnen te schilderen. Maar het was dat of niets. Ik hield op met mezelf zielig te vinden en besloot me onverdeeld op het schilderen te richten. Als een sprong in het diepe - ik wil geen slaaf zijn van gewoontes en verwachtingen. De schilderijen zijn geconcipieerd als poorten naar een ander soort bewustzijn. Iets in het canvas openbaart zich, neemt bezit van me en leidt me naar het beeld. GEERS: Inderdaad. Neem William Blake. De Britse schilder-dichter zocht in zijn tijd naar andere staten van bewustzijn. Hij had er een term voor, second sight, waarmee hij bedoelde dat als je naar iets kijkt je verbeelding meekijkt. En meer ziet dan wat er is. Het is de taak van een kunstenaar om dat beeld te vatten en naar de fysieke wereld over te brengen. Ook in het manifest van Sol Lewitt, Sentences on Conceptual Art uit 1969, wordt dat toegelicht. In de eerste zin staat dat conceptuele kunstenaars veeleer mystici dan rationalisten zijn. GEERS: Verbeelding kan dagdromen zijn, maar het kan ook de meest intense vorm van scheppen zijn. Doden tot leven wekken of water veranderen in wijn heeft meer met verbeelding dan met wat dan ook te maken. Als alchemisten lood in goud willen veranderen, is hun verbeelding een vitaal onderdeel van dat proces. Voor veel mensen is verbeelding iets inwendigs, iets dat niet verbonden is met de buitenwereld. Maar wat zich binnen in jezelf afspeelt, heeft een effect op de buitenkant. Verbeelding geeft leven aan dingen. Je gedachten veranderen de werkelijkheid.KENDELL GEERS - ALPHABÊTE Galerie Rodolphe Janssen, Brussel, van 6/9 tot 26/10, galerierodolphejanssen.comDOOR ELS FIERS - FOTO'S CHARLIE DEKEERSMAECKERKendell Geers 'DE CULTUUR WAARUIT IK VOORTKOM, IS DIE VAN APARTHEID. DANKZIJ KUNST VOND IK MEZELF OPNIEUW UIT, MET DINGEN DIE NET ZO FOUT WAREN ALS IKZELF. EEN SCHEERMES IS ZOIETS.'