Met Kaputt kookte de eigengereide, Spaansbloedige Canadees vier jaar geleden een voor zijn doen opvallend coherent en beminnelijk werk, dat pardoes aansluiting vond bij de chillwave waarmee zo veel jonge hipsters toen hun slaapkamer hadden behangen. Die bescheiden doorbraak trilt hoorbaar na op zijn nieuwe, tiende plaat Poison Season.
...

Met Kaputt kookte de eigengereide, Spaansbloedige Canadees vier jaar geleden een voor zijn doen opvallend coherent en beminnelijk werk, dat pardoes aansluiting vond bij de chillwave waarmee zo veel jonge hipsters toen hun slaapkamer hadden behangen. Die bescheiden doorbraak trilt hoorbaar na op zijn nieuwe, tiende plaat Poison Season. Hoewel: eens Destroyer, altijd Destroyer. Als artiest in de marge is Dan Bejar eraan gewend geraakt om van de ene op de andere plaat roekeloos van toon en werkwijze te veranderen. Dus ja: het patina van eightiespopsynths en softrock dat Kaputt glans schonk, vertoont op het grillige Poison Season grote barsten. Daar staat tegenover dat Bejar meer dan ooit begaan lijkt met het verhaal dat een goeie plaat hoort te vertellen. Vandaar de vondst om één song als prelude, als coda én als middelpunt te laten fungeren: het langoureuze Times Square vormt, hoewel drie keer in een andere outfit gepresenteerd, zowel bindmiddel als leidmotief. Dat is best nodig, want Poison Season banjert doodgemoedereerd tussen uitbundige, scheurende seventiesrock (het regelrecht op de E Street Band geënte Dream Lover), sombere vaudevillepop (Lou Reed en David Ackles hangen in de buurt rond) en klassieke muziek (Hell en vooral Girl in a Sling lijken postuum uit de koker van George Gershwin geschud). Net zoals men zich bij Sportweekend wekelijks doorheen waterpolo, boogschieten of dameshandbal moet knarsetanden vooraleer Club Brugge-Anderlecht aan de beurt komt, eist een volle appreciatie van Poison Season enig geduld. Maar bevrediging volgt. Bejar heeft nooit beter zijn best gedaan om bekoorlijk en beheerst, haast croonend te zingen, als een indie-Sinatra. Ook in de fijnere zin voor melodie en de uitgebalanceerde arrangementen - en niet alleen die van het ingehuurde strijkerskwintet - leid je af dat Bejar dankzij Kaputt in een fase van toegeeflijkheid is beland. Al verdoezelt hij nog altijd zijn ware bedoelingen. Op de zin 'Every time I try to look into your eyes an angel flies by' volgt 'Baby, it's dumb / Look what I've become - scum'. Romanticus of cynicus? Bespaar u de moeite: Bejar wenst het van zichzelf niet eens te weten. En dat gaat hem tegenwoordig bijzonder goed af. DESTROYER **** Poison Seasonindierock/kamerpop Dead Oceans DOWNLOAD Times Square, Poison Season I Dream Lover Bangkok KURT BLONDEEL