Stripjournalist Geert De Weyer ( De Morgen) slaat de spijker op de kop als hij in zijn inleiding beweert dat er een behoefte bestaat aan zulke naslagwerken. Over een stripcanon bestaat minder eensgezindheid dan je zou denken, en lezers worden vaak afgeschrikt door het aanbod. Over de grote plas stelde Gene Kannenberg jr. vanuit dezelfde constatering ook een richtinggevend boek samen, maar dan wel met vijf keer zoveel suggesties. Het aantal strips is niet het enige...

Stripjournalist Geert De Weyer ( De Morgen) slaat de spijker op de kop als hij in zijn inleiding beweert dat er een behoefte bestaat aan zulke naslagwerken. Over een stripcanon bestaat minder eensgezindheid dan je zou denken, en lezers worden vaak afgeschrikt door het aanbod. Over de grote plas stelde Gene Kannenberg jr. vanuit dezelfde constatering ook een richtinggevend boek samen, maar dan wel met vijf keer zoveel suggesties. Het aantal strips is niet het enige verschil, zodat de boeken elkaar veeleer aanvullen dan overbodig maken. De selectie van een canon is altijd een heikele kwestie. Zonder strikte definitie van een klassieker kiest De Weyer in de praktijk voor een historische canon vanuit Franco-Belgische invalshoek. Hij laat wel ruimte voor vrij veel Amerikaanse, enkele Japanse en Nederlandstalige klassiekers, zodat Kuifje en Robbedoes naast Superman komen te staan, en Batman naast Maus, maar ook Akira en Barefoot Gen naast Jommeke en Suske en Wiske. De informatie bij de strips varieert: geschiedenis, auteursbiografie en korte inhoud worden afgewisseld. De honderd strips die De Weyer bespreekt, vormen een makkelijk vertrekpunt voor wie het medium grondiger wil leren kennen, want de persoonlijke smaak van de auteur heeft de selectie opvallend weinig beïnvloed. Kannenberg verrast door meteen zijn twijfel te uiten over het label ' graphic novel' uit de titel. Hij heeft vijfhonderd strips geselecteerd die min of meer afzonderlijk kunnen worden gelezen én in stevige uitgave de tand des tijds doorstaan. Anders dan De Weyer heeft hij ook rekening gehouden met de beschikbaarheid: de vijfhonderd geselecteerde boeken zijn allemaal in het Engels te verkrijgen. Voorts deelt hij de boeken op in tien thema's, wat soms aandoenlijke resultaten oplevert - Asterix bij fantasy? - maar hem wel toelaat om enkele algemene tendensen te schetsen. Elke strip wordt samengevat en kritisch besproken, compleet met sterren. De Engelstalige invalshoek kan een nadeel en een voordeel zijn. Voor een beginnende Europese striplezer worden te veel lokale meesterwerken over het hoofd gezien omdat ze niet in het Engels beschikbaar zijn. Een meerwaardezoeker kan in Kannenbergs boek wel een schat aan hier grotendeels onbekend materiaal ontdekken. Als we u dus één leestip mogen geven: begin met de honderd strips van De Weyer, en zet u dan vol goede moed aan de 469 overige klassiekers van Kannenberg. Gert Meesters