Duke Ellington (1899-1974) groeide op in een middenklassegezin in Washington DC. Als kind nam hij pianolessen, en werd bandleider in 1918. In 1924 maakte hij de overstap naar New York, waar hij als Duke Ellington & His Washintonians naam begon te maken. De doorbraak kwam er toen het Duke Ellington Orchestra in 1927 het huisorkest van de beruchte Cotton Club werd. Tournees door de Verenigde Staten en Europa volgden in de jaren '30, tijdens de Tweede Wereldoorlog werd hij de King of Swing. De opkomst van de beebop gaf zijn carrière echter een flinke knauw. Een ophitsend concert op het Newport Festival in 1956 gaf zijn carrière echte...

Duke Ellington (1899-1974) groeide op in een middenklassegezin in Washington DC. Als kind nam hij pianolessen, en werd bandleider in 1918. In 1924 maakte hij de overstap naar New York, waar hij als Duke Ellington & His Washintonians naam begon te maken. De doorbraak kwam er toen het Duke Ellington Orchestra in 1927 het huisorkest van de beruchte Cotton Club werd. Tournees door de Verenigde Staten en Europa volgden in de jaren '30, tijdens de Tweede Wereldoorlog werd hij de King of Swing. De opkomst van de beebop gaf zijn carrière echter een flinke knauw. Een ophitsend concert op het Newport Festival in 1956 gaf zijn carrière echter een nieuw elan.Wie het werk van Ellington wil leren kennen, komt in elke platenzaak aan zijn trekken. Interessant voor starters zijn de twee cd's Take The A Train en Ko-Ko: twee greatest-hitsalbums. Take the A Train, In a Sentimental Mood, It Don't Mean a Thing (If It Ain't Got That Swing), Caravan, Perdido, ze zijn er allemaal. Beide cd's zijn helder geremasterd en werden onlangs uitgebracht door Dreyfus Jazz. Wie het compositorische vernuft van Ellington nader wil bekijken, kan grasduinen in de volgende selectie:* Early Ellington (1926-1931; MCA). Vrij complete drievoudige cd van het vroegste werk, met parels als Black and Tan Fantasy, The Mooche, Mood Indigo en Creole Rhapsody. * Playing the Blues (1927-1939; Black & Blue). Compilatie van Ellingtons inventieve benadering van blues, waaronder Black and Tan Fantasy en Diminuendo and Crescendo in Blue. * The Duke's Men: Small Groups Vol. I&II (1936-1938; Columbia). Ellington moest mee met zijn tijd en nam jukeboxsingles op met zijn solisten Williams, Stewart, Bigart en Hodges als spilfiguren. * The Blanton-Webster Band (RCA Bluebird). Een hoogtepunt, met groepsleden Jimmy Blanton (bas) en Ben Webster (tenorsax) als spilfiguren. Tevens het eerste werk met Dukes rechterhand-componist-pianist Billy Strayhorn. * Black, Brown and Beige (RCA Bluebird). Naast enkele meesterwerkjes van drie minuten bieden deze drie cd's de eerste opgenomen Ellington-suites, waaronder het gros van Black, Brown and Beige (dat nooit helemaal werd opgenomen) en The Perfume Suite. * Black, Brown and Beige (Columbia). Superieure uitvoering van Dukes eerste suite met een magistrale Mahalia Jackson. * A Drum Is a Woman (Columbia). Ellington illustreert de geschiedenis van de jazz in de vorm van een oratorium, en voorziet de historie van commentaar, zowel als verteller als als componist. * The Ellington Suites (Original Jazz Classics). Verzameling fragmenten uit de suites, van de Queen's Suite tot de Uwis Suite. * My People (Columbia/Red Baron). Een van Ellingtons uitgebreide vocale en orchestrale werken, waarbij de componist louter als verteller fungeert. * The Far East Suite - Special Mix (Bluebird). Muzikale neerslag van een tournee door India, Pakistan en het Midden-Oosten, die werd onderbroken door de moord op Kennedy. Isfahan en Mount Harissa zijn mijlpalen. * Latin American Suite (Original Jazz Classics). Nostalgische maar sobere kijk op de muziek van het continent. * New Orleans Suite (Atlantic). Quasi-historisch muzikaal epos, deze keer zonder gesproken commentaar van de componist.