HAZIM KAMALEDIN

HAZIM KAMALEDIN: De Hazim uit het boek is een mix van drie echte mensen: een neef van me die cineast was, genadeloos gedood werd en vergeten is; een andere cineast wiens kritische film over Saddam Hoessein door de censuur verknipt werd tot een ode aan de dictator en de broer van een vriend die aan een herseninfarct overleed. Twee jaar lang bleven die drie door mijn hoofd razen, tot ik doorkreeg dat ik over hen zou moeten schrijven om van ze verlost te raken. Toe...

HAZIM KAMALEDIN: De Hazim uit het boek is een mix van drie echte mensen: een neef van me die cineast was, genadeloos gedood werd en vergeten is; een andere cineast wiens kritische film over Saddam Hoessein door de censuur verknipt werd tot een ode aan de dictator en de broer van een vriend die aan een herseninfarct overleed. Twee jaar lang bleven die drie door mijn hoofd razen, tot ik doorkreeg dat ik over hen zou moeten schrijven om van ze verlost te raken. Toen heb ik hun verhaal op mezelf geprojecteerd, omdat het mijn gewoonte is om niet over iemand anders te schrijven. Schrijven over de ellende van een ander is voor mij gelijk aan carrière maken op de rug van die ellende en dat doe ik niet. Tot op zekere hoogte is het verhaal van deze Hazim ook autobiografisch, niet letterlijk, maar onrechtstreeks. Zo zitten er heel wat zaken in die mijn familie zijn overkomen, maar ik zal nooit zeggen welke precies, uit respect voor hen. KAMALEDIN: Soms kregen mensen een medaille zodat ze voor de rest van hun familie verbrand zouden zijn en er onenigheid zou ontstaan. Families zijn heel belangrijk in de Arabische wereld. Hier is het leven gebaseerd op het individu, in de Arabische wereld is dat de groep. Familiebanden zijn zeer sterk. Mijn neef is als een broer voor mij. En zijn opa is als mijn eigen opa. Dat heeft natuurlijk politieke consequenties. Voor een dictator zijn familieverbanden gevaarlijk omdat hij ze niet kan controleren. KAMALEDIN: Het boek is tegelijk Arabisch en niet-Arabisch, realistisch en magisch-realistisch, werkelijkheid en fictie. Ik verwijs impliciet naar verschillende Arabische, soms zelfs pre-islamitische literaire werken, zoals de verhalen van Duizend-en-een-nacht en het Gilgamesj-epos. Maar ik heb er ook heel wat aan toegevoegd. De Arabische literatuur is vanouds nogal serieus en eendimensionaal. Ik heb zo veel ellende meegemaakt dat iedere serieuze zaak na verloop van tijd banaal wordt. Stel dat ik over mijn vinger ga schrijven die door de martelingen waar het regime van Saddam me aan onderwierp helemaal verhakkeld is. Dat heeft alleen zin wanneer ik het in de vorm van een grap doe. Dat maakt het voor de lezer veel sterker dan een melodramatisch verhaal. Er is dus maar één mogelijk antwoord op je vraag: dit is geen Arabisch of niet-Arabisch boek, dit is Hazims boek. (M.V.)