Eerste zin Dode broer, door jou zet ik na elf jaar mijn dagboek verder.
...

Eerste zin Dode broer, door jou zet ik na elf jaar mijn dagboek verder. Paul van Ostaijen en Emma Clément zijn na de Eerste Wereldoorlog naar Berlijn gevlucht. Als ze niet met hun neus in het witte poeder zitten, zint Paul op nieuwe gedichten en stort Emma zich op een rijkere minnaar. Intussen waart een seriemoordenaar rond die zijn Joodse slachtoffers vilt en er daarna zijn gevoeg op doet en ontvreemdt de half-Chinese spionne Elise Kraiser bij de psychiater van Adolf Hitler een dossier, 'Feuerhand'. Dat raakt ze ook weer kwijt aan Van Ostaijen, die nieuwe inspiratie zoekt. En dan gaan de poppen aan het dansen. Je moet Bob Van Laerhoven heten om in die kolkende naoorlogse jaren je weg te vinden en er een meesterlijke spannende roman van te maken waarin niet alleen Van Ostaijen, maar ook Rudolf Hess, Bertolt Brecht en Floris Jespers een rol spelen. Het boek leest net zo psychotisch als het Duitsland van toen, waarin de mens op hol leek geslagen. Of het nu over Einsteins nieuwe fysica gaat, de door wetenschappers gepropageerde eugeneticatheorieën of Van Ostaijens kapotgesnoven genie, elk personage, historisch of verzonnen, krijgt vlees en vuur. Vijfwerf lof voor Van Laerhoven.