Wie op literair verantwoorde wijze zijn pensioen veilig wil stellen, plaatst nu al een gokje op Juli Zeh. Over pakweg twintig jaar rijft ze zeker de Nobelprijs binnen. Haar oeuvre oogt nu al indrukwekkend en met elke nieuwe publicatie bevestigt ze haar status als Duits wonderkind. Zonder verpinken mengt ze zich met luide stem in het politieke debat, in haar romans tackelt ze sociale en filosofische problemen en met haar essays analyseert ze messcherp de tijdgeest. Zeker Aanslag op de vrijheid, een essaybundel die ze samen met Iilja Trojanow schreef, en waarin ze de surveillancestaat op de kor...

Wie op literair verantwoorde wijze zijn pensioen veilig wil stellen, plaatst nu al een gokje op Juli Zeh. Over pakweg twintig jaar rijft ze zeker de Nobelprijs binnen. Haar oeuvre oogt nu al indrukwekkend en met elke nieuwe publicatie bevestigt ze haar status als Duits wonderkind. Zonder verpinken mengt ze zich met luide stem in het politieke debat, in haar romans tackelt ze sociale en filosofische problemen en met haar essays analyseert ze messcherp de tijdgeest. Zeker Aanslag op de vrijheid, een essaybundel die ze samen met Iilja Trojanow schreef, en waarin ze de surveillancestaat op de korrel neemt, blijft verplichte kost - elk lid van de privacycommissie zou deze bundel als een Bijbel moeten beschouwen. Maar het brede publiek zal vooral genieten van haar vernuftige én toegankelijke romans, waarin ze complexe materie op mensenmaat serveert. Avant-gardistische natuurkunde, de speltheorie, de diepe valkuilen der liefde, kantiaanse dilemma's: moeiteloos vermengt Zeh het in op thrillerleest geschoeide pageturners. Dat ze ooit een dorpsroman zou schrijven, was onvermijdelijk. Zeh woont al enkele jaren op het platteland, ver van het hippe Berlijn. De gezonde buitenlucht heeft duidelijk voor veel inspiratie gezorgd: Ons soort mensen is haar lijvigste en meest onderbouwde roman tot nu toe, en je ziet haar zo door het kleine dorpje Unterleuten struinen, handen op de rug, binnenloerend in elk huis, in elke ziel. Alle dorpsclichés zijn voorhanden: de dikke grootgrondbezitter Gombrowski, die al decennia de landbouwcoöperatie bestiert, en tegenover hem zijn magere aartsvijand Kron, die nog steeds heimwee heeft naar de DDR; de dorpsgek in verentooi en een pinnig kattenvrouwtje; een slapjanus van een burgemeester; één cafe met twee waardinnen én de noodzakelijke nieuwkomers, zoals vogelbeschermer Gerhard en de ambitieuze paardenfluisteraar Linda, die zich vol goede bedoelingen moeien met de dorpspolitiek maar weinig snappen van de onderliggende machtsverhoudingen. Die komen op scherp te staan wanneer de overheid een dozijn windmolens wil neerpoten in het idyllische landschap. Vraag is: wie wordt onteigend, en wie haalt er voordeel uit? Tel daar een oud moordmysterie en een vastgoedspeculant bij en je hebt voer voor gekonkel, uit de sloot gesleurde koeien en een paar kloeke burenruzies. Zeh bedient zich absoluut van de clichés van het genre, maar vergeet niet haar stoet personages van een psychologische achtergrond te voorzien, daarbij geholpen door haar fabelachtige taalgebruik. Wilt u frisse metaforen en oneliners die u even perplex doen opkijken van het blad, dan hoeft u Zeh maar te vergezellen in haar wandeling onder de dorpsstolp. ONS SOORT MENSEN ***** Juli Zeh, Ambo/Anthos (originele titel: Unterleuten), 642 blz., ? 25,95. RODERIK SIXCENTRALE ZIN Als Meiler zich de nieuwe generatie voorstelde, zag hij een leger van jonge mensen met uitgestrekte rechterarm, niet om de Hitlergroet te brengen, maar om hun eigen gezicht vast te leggen met de smartphone.