Dorothy Stratten (1960 - 1980) had het moeten weten: Playboy-covergirls trekken foute mannen aan. Zelfs Hugh Hefner, de baas van het blootblad, had haar gewaarschuwd: 'Ga weg van Paul Snider. Hij is een gevaarlijke pimp.' Hef kreeg gelijk: het lief van de bloedmooie Stratten - lees: blonde lokken, dikke borsten, blauwe ogen - toonde zich na een tijd ziekelijk jaloers én onbetrouwbaar.
...

Dorothy Stratten (1960 - 1980) had het moeten weten: Playboy-covergirls trekken foute mannen aan. Zelfs Hugh Hefner, de baas van het blootblad, had haar gewaarschuwd: 'Ga weg van Paul Snider. Hij is een gevaarlijke pimp.' Hef kreeg gelijk: het lief van de bloedmooie Stratten - lees: blonde lokken, dikke borsten, blauwe ogen - toonde zich na een tijd ziekelijk jaloers én onbetrouwbaar. Al in het begin van hun relatie nam Snider stiekem naaktfoto's van zijn vriendin om die met een vervalste handtekening naar Playboy op te sturen. Een rotstreek, dat is waar, maar het leverde Stratten wel werk op als Bunny in de Playboy Mansion, plus de titel 'Playmate of the Year 1980'. Zelf was hij zakelijk minder succesvol: zijn door hemzelf tot bondagebank omgebouwde fitnessapparaat raakte hij aan de straatstenen niet kwijt. Het ding bleef dan maar gezellig in zijn woonkamer staan. Stratten moest ook met hem trouwen, waarna hij haar verbood nog koffie te drinken omdat het haar tanden zou bederven én hij haar hond vergiftigde omdat hij jaloers was op de aandacht die het beestje kreeg. Het was niet zijn laatste passionele moord. Op de filmset van They All Laughed, de eerste grote film waarvoor Stratten gecast was, liep het mis. De film vertelt het verhaal van drie privédetectives die twee overspelige vrouwen moeten schaduwen en er verliefd op worden. De realiteit overtrof de plot: Stratten kreeg een affaire met regisseur Peter Bogdanovich, terwijl tegenspeelster Audrey Hepburn iets met acteur Ben Gazzara begon. Dankzij een privédetective wist Snider het overspel van zijn vrouw te bewijzen. Toen hij na de opnames de scheiding aanvroeg, wilde hij Stratten nog één keer ontmoeten. In hun voormalige flat zouden ze volgens Snider'de zaak in der minne regelen'. 1000 dollar had Stratten op zak toen ze hem op 14 augustus 1980 ontmoette. Met dat geld hoopte ze haar vrijheid te kunnen afkopen. Helaas. Na tien uur zonder nieuws van Snider verwittigde diens privédetective de politie. De scène in de flat overtrof alweer elk filmscenario. Stratten en Snider waren allebei dood, poedelnaakt, én half opgegeten door mieren. Strattens lichaam was met pleisters vastgekleefd aan voornoemde bondagebank en vertoonde sporen van SM en necrofilie. Bovendien was haar linker wijsvinger gewoon verdwenen. In de handpalm van Snider werd een afgerukte pluk blond haar teruggevonden. De gruwelijke (zelf)moordscène haalde de wereldpers. Door die negatieve publiciteit wilde geen enkele filmstudio They All Laughed nog uitbrengen. Bogdanovich kocht uit eigen zak de rechten terug om hem in eigen beheer uit te brengen. De kritieken waren echter niet mals en de prent flopte gigantisch. Het leverde de regisseur flinke imagoschade én een bijna bankroet op. Toch kreeg de film later nog cultstatus, en wel dankzij Bryan Adams en Bogdanovich zelf. De zanger schreef twee liedjes over de overleden playmate (Cover Girl en The Best Was Yet To Come), de regisseur schreef boeken over haar en begon een relatie met haar jongere zus en sprekende evenbeeld Louise, die amper twaalf was toen Dorothy werd vermoord. De twee zijn intussen ook al gescheiden, na dertien jaar huwelijk. Een privédetective, mieren of pleisters kwamen daar niet aan te pas. Thijs Demeulemeester