Als u dacht dat recreatief druggebruik een recent verschijnsel is dat zich alleen in muzikale kringen manifesteert: think again. Narcotica gaan al een eeuwigheid mee en zijn dagelijkse kost in zowat álle takken van de populaire cultuur.
...

Als u dacht dat recreatief druggebruik een recent verschijnsel is dat zich alleen in muzikale kringen manifesteert: think again. Narcotica gaan al een eeuwigheid mee en zijn dagelijkse kost in zowat álle takken van de populaire cultuur. Al in de jaren 40 grepen bluesmuzikanten gretig naar verdovende en geestesverruimende middelen en lieten jazzmusici als Charlie Parker en Chet Baker zich maar zelden in nuchtere toestand op een podium zien. In de jaren 50 ontsproten de gedichten en romans van beat poets als William S. Burroughs en Jack Kerouac haast zonder uitzondering aan de stream-of-consciousness van heroïneroezen en LSD-trips. In de jaren 60 voerde Allen Ginsberg openlijk campagne tégen de sigaret en vóór de spliff en gooide Aldous Huxley met een essay over zijn ervaringen met mescaline The Doors of Perception wijdopen voor een hele generatie schrijvers en muzikanten. En in de jaren 70 kwam Jotie T'Hooft er op geheel empirische wijze achter 'dat de mens een naald is zoekend naar een ader'. Maar vanaf de jaren 80, the decade that taste forgot, werden poeders, pillen en naalden de statussymbolen van the rich and famous. Of zoals Robin Williams het verwoordt: 'Een teken dat iemand te veel geld heeft.' Geen wonder dat vooral filmsterren zich gretig gingen doperen. Slikken, spuiten en snuiven werd het favoriete tijdverdrijf van acteurs als Peter Fonda, Robert Downey Jr. en Johnny Depp. En van wandelende stofzuiger Dennis Hopper, die tijdens de opnames van Jungle Fever in Mexico werd opgepakt toen hij zich naakt in een bos had verschanst voor de ufo's die hem wilden ontvoeren. In de rehabkliniek waar kindsterretje Corey Haim zich liet opnemen, geloofden ze dan weer hun oren niet toe hij opbiechtte dat hij, behalve zijn gebruikelijke dosis coke, dagelijks zo'n 85 tabletten Valium naar binnen werkte. De ongekroonde, maar onbetwiste kings and queens van het dopingcircuit zijn echter al decennialang pop- en rockartiesten. Elton John heeft bijvoorbeeld 15 jaar lang op cocaïne gelééfd en gaat er prat op dat hij tijdens zijn huwelijksnacht alleen al zo'n vier gram coke naar binnen snorkelde.Steven Tyler noemt de jaren 70 nog altijd de wonder years van Aerosmith, 'because we still wonder what happened to us'. De vaste gitarist van Janis Joplin zeeg ooit levenloos neer na een shot heroïne en werd door Suzy Creamcheese, de persoonlijke groupie van Frank Zappa, middels mond-op-lul-beademing weer bij bewustzijn gebracht. Neil Young propte vlak voor zijn gastoptreden op het afscheidsconcert van The Band zoveel coke in zijn reukorgaan dat het Martin Scorsese tijdens de montage van The Last Waltz ettelijke dagen kostte om de klodders wit poeder die uit zijn neus bungelden weg te retoucheren. Francis Rossi van Status Quo illus-treerde het resultaat van zijn drugsverslaving ooit tijdens een persconferentie door een zakdoek in zijn ene neusgat te duwen en hem er langs het andere gat weer uit te halen - de coke had zijn tussenschot weggevreten. Lemmy van Motörhead mág van zijn dokter niet van de speed afkicken omdat zijn lichaam na al die jaren simpelweg niet meer zonder kan. Van Nick Cave is bekend dat zijn duivelsverzen ten tijde van The Birthday Party heet van de heroïnenaald dropen. Létterlijk: Cave schreef zijn teksten in die dagen met de bloederige naald waarmee hij zichzelf smack toediende. En tegenwoordig brengen beroepsjunks als Pete Doherty en Amy Winehouse zoveel tijd door in allerhande penitentiaire en afkickinrichtingen dat men zich kan afvragen wanneer ze überhaupt nog aan muziek maken toekomen. Om maar te zeggen: drugs zijn in de entertainmentsector even populair als bananen in de gemiddelde vrouwengevangenis. Maar waarom? Wat maakt van drugs en artiesten zo'n hecht huwelijk? 'Muzikanten, en artiesten in het algemeen, zijn nieuwsgierige mensen', zegt een bekende Belgische muzikant die liever anoniem wenst te blijven. 'Ze experimenteren graag. Met muziek. Met seks. Met het leven. En dus ook met drugs.' De muzikant: 'Op mijn 17e rookte ik mijn eerste joint, zoals zoveel jongeren. Puur uit nieuwsgierigheid, maar het bleek me te bevallen. In het muzikantenwereldje ken je algauw de mensen die je heel snel en aan een goeie prijs het beste spul kunnen bezorgen. Maar die dealers verkopen natuurlijk nog andere drugs en dat maakt je wéér nieuwsgierig. (lacht) Ik wilde alles één keer proberen. En als ik het lekker vond een tweede keer. En een derde keer. Zo heb ik coke en crack leren kennen. En begon ik amfetamines te gebruiken en met LSD te experimenteren. En ja, ik heb zelfs een tijdje heroïne gespoten, de smerigste drug van allemaal.' 'Wat al die drugs zo verslavend maakt, is dat ze speciaal voor het leven van een muzikant ontwikkeld lijken: uppers om je op te laden voor het concert, downers om na het concert de adrenalinerush op te vangen. De kick die je tijdens een optreden ervaart en de high waarmee je daarna van het podium stapt, wil je niet zomaar kwijt. Door na het concert een shot heroïne te zetten, vervang je de ene roes gewoon door een andere: zá-á-á-lig! (snel) Maar wel gevaarlijk natuurlijk. Ik ben er dan ook mee gestopt.' Dat drugs naadloos aansluiten op het hectische artiestenleven en in het muzikantenwereldje bijzonder makkelijk te verkrijgen zijn: het is ook het verhaal dat we te horen krijgen bij de promomanager van een platenfirma, iemand die dagelijks met internationale en Belgische artiesten samenwerkt. De promomanager: 'Ik ben nog maar weinig muzikanten tegengekomen die niét gebruiken. Zelfs in België. Cannabis en coke zijn gewoon schering en inslag. En niet alleen onder artiesten. Ook hun entourages, platenfirmamensen en muziekjournalisten kennen er wat van. Vooral coke is aan een serieuze opmars bezig, er wordt zelfs nauwelijks nog discreet over gedaan. Dit jaar zag ik in de backstage van Rock Werchter - nota bene vlák naast de perstent - twee bekende Belgische muzikanten uit een toilethokje stommelen met het opgerolde bankbiljet nog in hun neus. Op de wc-bril lag zelfs nog een lijntje! Nu, mij zal je daar niet gauw schande over horen spreken. Als promomanager heb ik het muzikantenbestaan met de jaren van binnenuit leren kennen, en ik zweer je: zonder al die drugs zouden velen onder hen het gewoon niet volhouden. Amerikaanse en Britse groepen komen vaak daags na een optreden al ingevlogen om luttele uren nadat ze geland zijn met een joekel van een jetlag alweer het podium op te moeten. Als je dat een jaar, soms anderhalf jaar aan een stuk doet, moet je al van heel goeden huize zijn om niét naar een pepmiddel te grijpen. Hetzelfde met zogenaamde promodagen. Bij de release van een nieuwe plaat doen artiesten soms wekenlang tien interviews per dag. Geen wonder dat muzikanten me vragen om tussen twee interviews door een lijntje voor hen klaar te leggen.' Het klinkt de Britse journalist en publicist Harry Shapiro allemaal bekend in de oren. Al sinds de jaren 70 onderzoekt hij de rol van drugs in de muziekgeschiedenis. Zijn bevindingen bundelde hij vijf jaar geleden in Waiting For The Man, dat in de muzieksector én in academische kringen als een standaardwerk wordt beschouwd. 'Zeker,' zegt hij, 'de alomtegenwoordigheid van drugs in de rockwereld heeft veel te maken met het onnatuurlijke bioritme van de muzikanten. Maar er zijn wel meer verklaringen voor het middelengebruik onder pop- en rocksterren.' Harry Shapiro: 'De verkrijgbaarheid bijvoorbeeld. In het alternatieve circuit krioelt het van de dealers. Terwijl grote gevestigde namen op allerlei feestjes van de jetset haast worden doodgegooid met drugs. Dat is ook de reden waarom zoveel filmsterren en beroepscelebrities verslaafd raken: de strips ecstasypillen en zakjes weed liggen op zulke party's voor het grijpen, terwijl ze maar met hun vingers hoeven te knippen als ze hun neus willen poederen.' 'Vergeet ook niet dat artiesten een tegelijk egocentrische én hypersensitieve natuur hebben. Die gevoelige natuur botst onvermijdelijk met de hardheid die eigen is aan de film- en muzieksector. Voor veel acteurs en muzikanten zijn drugs dus een manier om in hun eigen hoofd te verdwalen en te ontsnappen aan de immense druk die door managers en platenbazen op hun schouders wordt gelegd. En om zich te onttrekken aan hun eigen bekendheid. Veel Britse en Amerikaanse rocksterren voelen zich door de media verschrikkelijk opgejaagd en vluchten letterlijk in de drugs. Kijk maar naar muzikanten als Eric Clapton en Kurt Cobain, die aan de heroïne gingen omdat ze ziek werden van de cultus die rond hun persoontje werd gecreëerd. Want je zal maar een wereldbekende zanger of acteur zijn: je hele handel en wandel wordt onder een vergrootglas gelegd en zowat elke scheet die je laat geregistreerd.' Waarmee we bij de rol van de media zijn aanbeland. En de invloed die de mediatisering van 'muzikale junkies' als Pete Doherty en Amy Winehouse volgens doemdenkers uitoefent op De Jeugd. Al in de vroege jaren 60 gingen in Amerika stemmen op om liedjes van muzikanten die met hun drugsverslaving te koop liepen botweg te censureren. De Federal Communication Commission ging in de jaren 70 zelfs zover om alle radiozenders in de Verenigde Staten openlijk te ontraden om nog langer 'drugsgerelateerde songs' te draaien. En in Groot-Brittannië eiste de Conservative Party recent dat de BBC druggebruikende muzikanten van het scherm zou bannen. Maar blijkbaar zijn het niet alleen reactionaire geesten die voor de mentale beïnvloeding van hun bloedjes vrezen. Onlangs wees een enquête van News Of The World uit dat ruim één derde van de Britten gelooft dat pop- en rockartiesten mee verantwoordelijk zijn voor het almaar toenemende druggebruik. Shapiro: 'Zulke bevragingen tonen vooral aan hoe makkelijk de bevolking ten prooi valt aan collectieve hysterie. En de media en politici voeden die hysterie maar al te graag. Zeker politici hebben er een handje van weg om artiesten te overladen met alle zonden van Israël. Ze wijzen met een beschuldigende vinger naar muzikanten om niet te moeten toegeven dat hun antidrugbeleid faalt.' In 2005 becijferde de universiteit van Pittsburgh dat de gemiddelde tiener via muziek zo'n 84 verwijzingen naar alcohol en drugs per dag te verwerken krijgt. Heeft dat dan helemaal géén effect? Shapiro: 'Ten eerste is het een grote misvatting dat dat allemaal positieve verwijzingen naar drank en drugs zijn. Heel veel songs hangen net een negatief beeld van drugs op, zeker als het over harddrugs als cocaïne en heroïne gaat. Marihuana wordt vaak wél positief bejegend, vooral in de hiphopcultuur. Maar dan nog zijn drugsverwijzingen in liedjes vaak gehuld in metaforen en beeldspraak en ik betwijfel sterk of de luisteraar die gecodeerde boodschappen wel altijd weet te ontcijferen. Bovendien is er nooit een causaal verband aangetoond tussen muziekbeleving en druggebruik.' 'Klopt niet helemaal', nuanceert Tom ter Bogt, hoogleraar populaire muziek aan de universiteit vanUtrecht. Ter Bogt: 'Muzikale voorkeur en middelengebruik zijn absoluut onderling gerelateerd. Liefhebbers van hiphop roken meer cannabis dan andere jongeren, terwijl metalfans dan weer aanzienlijk meer alcohol drinken. Maar daarmee is nog niét bewezen dat hiphopmuziek aanzet tot cannabisgebruik en metal tot bovenmatige alcoholconsumptie. We mogen oorzaak en gevolg niet door elkaar halen. Er zijn jongeren die weed gaan roken omdat het bij hun rapcultuur hoort, maar er zijn er evengoed die naar rap gaan luisteren omdat die muziek aansluit bij hun drug of choice. Het is dus zeker niet zo dat wie als tiener af en toe naar metal luistert, plots in een alcoholverslaafde zombie verandert.' (lacht)Maar toen The Beatles er in de jaren 60 openlijk voor uitkwamen dat ze weleens marihuana rookten, ging de hele hippiegemeenschap toch aan het blowen? Ter Bogt: 'Ja, maar ten eerste waren heel veel mensen toen al met drugs aan het experimenteren. En ten tweede was het cannabisgebruik in de jaren 60 maar één onderdeel van een hele maatschappelijke revolutie. Het was een statement tegen het establishment, waarmee de hippies vooral hun antiburgerlijke levensstijl tot uiting wilden brengen: zoals je haar laten groeien en in je blootje over straat lopen. Zeggen dat The Beatles een hele generatie aan het blowen hebben gezet, is dus óók een tikje overdreven.' Onderzoek heeft uitgewezen dat het gebruik van crack in Groot-Brittannië de laatste tien jaar met ruim 300 procent is toegenomen. Zou de media-aandacht voor de perikelen van de crackverslaafde Pete Doherty daar voor iets tussen kunnen zitten? Ter Bogt: 'Nee, de toename van het cocaïnegebruik heeft veel meer te maken met de democratisering van de drug: coke en crack zijn bij wijze van spreken spotgoedkoop geworden. Kijk, er is altijd een kleine groep die vatbaar is voor mediabeïnvloeding. Of het nu gaat om geweld in films of de gemediatiseerde drugsverslaving van een muzikant: een minieme minderheid zal altijd wel imitatiegedrag vertonen. Toen een keyboardspeler van The Smashing Pumpkins (Jonathan Melvoin, nvdr.) in '96 stierf aan een overdosis heroïne, rapporteerde de politie van New York een alarmerende toename van de vraag naar het type heroïne waaraan die muzikant gestorven was ('red rum', nvdr.). Dat noemen we het Werther-effect - naar Die Leiden des jungen Werthers, de bekende roman van Goethe: zuiver imitatiegedrag. Maar nogmaals, dat soort beïnvloeding blijft beperkt tot een kleine minderheid van mensen die daar nu eenmaal vatbaar voor is.' Om kort te gaan: Pete Doherty en Amy Winehouse doen onze jeugd dus niet massaal naar crackpijp en heroïnenaald grijpen? Ter Bogt: Absoluut niet. Want laten we wel wezen: Pete Doherty en Amy Winehouse zijn niet bepaald wandelende reclameborden voor verdovende middelen. Point taken!Door Vincent Byloo