Er zijn klootzakken, en er zijn gevaarlijke klootzakken. Don Arden was een gevaarlijke klootzak. Voor zijn dochter Sharon Osbourne een tirannieke vader, voor de bands die hij managede een gewelddadige schurk. Don Arden bekeek het leven als een contactsport: praten deed hij met zijn vuisten, achterstallige betalingen opeisen deed hij onder bedreiging van een wapen. Zelf betalen deed hij nooit.
...

Er zijn klootzakken, en er zijn gevaarlijke klootzakken. Don Arden was een gevaarlijke klootzak. Voor zijn dochter Sharon Osbourne een tirannieke vader, voor de bands die hij managede een gewelddadige schurk. Don Arden bekeek het leven als een contactsport: praten deed hij met zijn vuisten, achterstallige betalingen opeisen deed hij onder bedreiging van een wapen. Zelf betalen deed hij nooit. En dan te bedenken dat het zo onschuldig begon. Op zijn veertiende stopte hij met school om stand-upcomedian te worden. Hij verdiende algauw het dubbele van zijn vader, maar dat was niet genoeg. Amerikaanse rock-'n-roll, zo wist Don op het einde van de jaren 50 al, was dé booming business. De Britse jeugd hoorde er het geluid van vrijheid in, Don Arden het gerinkel van een kassa. Hij begon tournees te organiseren voor grote Amerikaanse sterren als Jerry Lee Lewis, Little Richard en Sam Cooke. En voor Chuck Berry en Gene Vincent, rock-'n-rollpioniers, maar evengoed vermomde vandalen van wie hij al snel de kneepjes van het vak leerde. Kort samengevat: veel incasseren en weinig uitbetalen. En wie niet horen wilde, moest maar voelen. Wanbetalers kregen in het beste geval een van zijn knokploegen over de vloer, in het slechtste Don Arden zelf. Niet zelden liet hij hen onder het brullen van allerlei verwensingen vier hoog aan hun voeten uit het raam bengelen. Don't mess with Don. De bands die hij later managede, hield hij al even stevig in zijn greep. The Small Faces, Black Sabbath, ELO: zelfs als ze aan de lopende band top 10-hits scoorden, kregen ze van Arden een loon van hooguit 20 pond per week. In ruil blufte hij hen binnen bij de grootste platenfirma's, intimideerde hij concertpromotoren en kocht hij radio-airplay alsof het boter was. De zelfverklaarde 'Al Capone of Pop' ontzag zelfs zijn eigen dochter niet. Toen ze het aanlegde met de zanger van zijn Black Sabbath en ze besloot om Ozzy's zaken voortaan zelf te behartigen, sleepte vaderlief haar voor de rechter. En toen ze hem ging opzoeken om een schikking te treffen, liet hij de zwangere Sharon door zijn honden van het terrein verjagen. Niet veel later had ze een miskraam. En moest ze Ozzy alsnog voor 1 miljoen dollar bij haar vader wegkopen. Don't mess with Don. Het maakte allemaal deel uit van zijn schrikbewind. Protectionistisch was hij wel. Die keer dat Jimmy Page discreet bij Steve Marriott had gepolst of hij The Small Faces voor Led Zeppelin wilde inruilen, ontving hij van Arden een vlammend telegram: 'How would you like to play guitar with broken fingers?' Bij een manager die in de jaren 70 The Move van hem wilde afsnoepen, duwde hij een brandende sigaar uit op zijn voorhoofd. Don't mess with Don. Soms moest hij zijn handen niet eens vuilmaken en volstond zijn reputatie. Toen hij ELO tevergeefs bij platenfirma Warner probeerde weg te kopen en het hoofdkantoor van het label onverwacht door een brand in de as werd gelegd, mocht ELO plots gratis en voor niets vertrekken. De brand bleek achteraf niet aangestoken, maar Warner had het zekere voor het onzekere genomen. Don't mess with Don. VINCENT BYLOO