Een documentaire over Jan Fabres artistieke loopbaan moet u dus niet verwachten. De film, opgenomen op diverse locaties in Antwerpen, puurt cinematografische fictie uit Fabres dagboek en zijn art performances - inclusief vliegende katten in het Antwerpse stadhuis. 'Het is bovendien experimentele fictie - geen fictie in de traditionele betekenis van het woord', benadrukt Pierre Coulibeuf. 'Het ...

Een documentaire over Jan Fabres artistieke loopbaan moet u dus niet verwachten. De film, opgenomen op diverse locaties in Antwerpen, puurt cinematografische fictie uit Fabres dagboek en zijn art performances - inclusief vliegende katten in het Antwerpse stadhuis. 'Het is bovendien experimentele fictie - geen fictie in de traditionele betekenis van het woord', benadrukt Pierre Coulibeuf. 'Het doel was niet om Fabres performances na te bootsen, maar om ze te 'herinterpreteren' op een filmische manier, met Fabre als enigmatisch hoofdpersonage dat zich telkens achter een ander masker verschuilt. Een uur lang krijg je een Fabre in continue metamorfose te zien: als imker, als hijgende hond, als Arabier, als Fred Astaire... Nu eens schiet hij zijn eigen beeltenis op zijn grafsteen kapot of steekt hij zijn rug in brand. Dan weer schrijft hij met zijn eigen bloed 'it takes a lifetime to become a young artist' op de muur. PIERRE COULIBEUF: Die waarin hij zijn eigen lijf nogal hardhandig bewerkt. Want die moesten op het moment zelf worden gedraaid. Delicaat was bijvoorbeeld de scène waarin hij, gehuld in een gouden kostuum van punaises, met glaspapier tot bloedens toe over zijn onderbenen schuurt. Zoiets kun je niet repeteren of nog eens opnieuw draaien. COULIBEUF: Hij stelde me een aantal performances voor, ik zette die in scène en zocht telkens naar een gepaste locatie in Antwerpen, de stad waar Fabre altijd gewoond en gewerkt heeft. Het decor is dan ook een wezenlijk onderdeel van deze film. De actie staat telkens in functie van een bepaalde plek. COULIBEUF: Ach, dat was gewoon een opname-incident. Ik heb de scène gedraaid die ik wilde draaien, er waren geen dramatische problemen. Meer wil en kan ik er eigenlijk niet over zeggen. Behalve dat ik de commotie in de Vlaamse pers gewoonweg absurd vond. Dat Fabre doodsbedreigingen kreeg, en zelfs moest onderduiken nadat hij tijdens een rondje joggen bijna gelyncht werd, dat is toch ongelofelijk? ANDREAS ILEGEMS