Toen ik de song 'AF607105' voor het eerst hoorde, een opsomming van alles wat je associeert met een vliegtuigreis, dacht ik: 'Fijn, ze heeft een conceptalbum gemaakt! Waar vliegen we naartoe?'

Gainsbourg:(lacht) Sorry, verkeerd gedacht! Al was het oorspronkelijk wel de bedoeling om er een te maken.
...

Gainsbourg:(lacht) Sorry, verkeerd gedacht! Al was het oorspronkelijk wel de bedoeling om er een te maken. Gainsbourg: De lat lag al hoog genoeg, vond ik. Uiteindelijk hebben we beslist om geen afgerond verhaal te maken, maar alle songs rond één thema te weven: de nacht. Het was een manier om me over mijn primaire angsten heen te zetten. Door thematisch te werken, kon ik het hele project iets dichter bij mijn wereld laten aansluiten, die van de cinema. Air is dan met het idee gekomen om een soort van nachtradioplaat te maken, wat ons meer vrijheid gaf om het thema uit te breiden naar andere aspecten ervan. Dromen, nachtmerries, reizen, isolement... Gainsbourg: Ik hou van de rust die de nacht biedt. De stilte. Het alleen zijn, verzonken in je eigen gedachten. Ik lijd niet aan slapeloosheid, neen, maar ik zoek het wel op. Om al die redenen. En ik heb iets met nachtmerries. Geloof me: er gebeurt van alles in mijn dromen. Gainsbourg:(lacht) Ik bespaar je de details. (ontwijkend) Tijdens de opnames viel het me op hoezeer ik getekend ben door een pak films waarin de nacht prominent aanwezig is: The Wizard of Oz, The Night of the Hunter, Los Olvidados, The Shining ook. Films die ik vrij jong al gezien heb, de meeste verschillende keren. Gainsbourg: Via mijn vader. Na de scheiding van mijn moeder - ik was een jaar of negen - heeft hij zichzelf op een gigantisch videoscherm getrakteerd, een absolute nieuwigheid op dat moment. 's Avonds lagen we dan samen in zijn bed naar de meest afschrikwekkende films te kijken. Carrie, Jaws, The Night of the Hunter...: hij kocht videocassettes met hopen. Los Olvidados van Luis Buñuel heb ik dan weer leren kennen dankzij mijn stiefvader Jacques Doillon (Frans regisseur en derde echtgenoot van Jane Birkin, na filmcomponist John Barry en Serge Gainsbourg, nvdr.). Ik was compleet bezeten van die film - ik heb hem, denk ik, een dertigtal keer gezien. Ik droeg mijn haar in dezelfde snit als het hoofdpersonage en keerde me in mezelf, getekend als ik was door de dromen die hem achtervolgden. Gainsbourg: Helemaal! Het laatste wat ik wou, was het zangeresje zijn dat alleen de studio binnenwipte om haar zanglijnen in te zingen. Ik ben gedurende het hele proces in de buurt van de opnamestudio gebleven, zelfs als ik er niets te zoeken had. Dit is een gezamenlijk project, waarin iedereen zijn bijdrage heeft. Gainsbourg: Precies. Gainsbourg: Vreemd toch: iedereen lijkt er zo over te denken, terwijl de hele collaboratie op een spontane manier gegroeid is. Er zat absoluut geen uitgestippeld plan achter. Kijk, ik loop al tien jaar rond met het idee om een album op te nemen. Ik had contacten met een platenmaatschappij, er werd gesproken over mogelijke samenwerkingen, maar er vloeide nooit iets concreets uit voort. Omdat ik de boot altijd afhield. Tot ik anderhalf jaar geleden per toeval de mannen van Air ontmoette na een optreden van Radiohead in Parijs. Ze waren er samen met Nigel Godrich. We beginnen te praten, en wat blijkt? Zowel zij als ik hadden er ooit aan gedacht om samen te werken. Onze conclusie: 'Het is geen toeval dat we elkaar ontmoeten, laten we samen zitten.' En van het een is het ander gekomen. Gainsbourg: Ik zat met een pak twijfels over mezelf en een hoop vragen over het project, en dat heeft het hele proces fel vertraagd. (lacht) Het zat zo diep dat Jean-Benoît en Nicolas op een bepaald moment gewoon een studio hebben geboekt, zodat ik niet anders kon dan ermee door te gaan. Gelukkig maar. Gainsbourg: Ik had té hoge verwachtingen, zeker wat de teksten betreft. Muzikaal wist ik dat het goed zat: ik was in goede handen, ik kende het werk van Air. Maar zodra ik een letter op papier probeerde te zetten, blokkeerde ik. Elk woord, elke zin herinnerde me eraan hoe briljant mijn vader met taal omging. Wat iedereen ook zei, het lukte me niet. Ik heb het nochtans een jaar lang geprobeerd. Gainsbourg: Neen. Nigel heeft hem gecontacteerd. Alleen: Neil dacht dat hij snel even moest bijspringen - iets wat hij alleen deed om Nigel een plezier te doen. Hij is afgereisd naar Parijs, heeft twee, drie teksten geschreven en is toen teruggereisd naar Ierland, waarna we hem niet meer konden bereiken. De tekstproblemen waren voor ons verre van opgelost, en toen ik na een lange break terugkwam - ik had een filmopname in Argentinië - hebben we beslist om Jarvis (Cocker, nvdr.) te bellen. Vanaf toen is alles vlot verlopen. Ken je dat gevoel van opwinding als alles na lang zwoegen ineens in elkaar past? De muziek stond er al een tijdje, en dankzij Jarvis hadden we er eindelijk ook het geschikte tekstmateriaal bij. Het was opwindend en tegelijk beangstigend voor mij, want uiteindelijk belandden we in de laatste fase, waarin ik zou moeten beginnen zingen: er was geen uitstel meer mogelijk. Gainsbourg: Dat klopt voor een stuk, maar wat me echt geholpen heeft, is dat ik heb kunnen toekijken hoe Neil en Jarvis de songs bij wijze van proef hebben ingezongen - elk op hun manier. Op basis van hun interpretatie ben ik eigenlijk verder gegaan. Gainsbourg:(lacht) Ik pleit schuldig. Gainsbourg: Dat ís het ook niet. Ik wou dat je hem in het album kon horen. Hij was ook alomtegenwoordig tijdens de opnames. Bij mij, in mijn gedachten. En bij Jean-Benoît en Nicolas, in hun composities. Het is ook voor hen onvermijdelijk, blijkbaar. Het is de soundtrack van hun jeugd, hebben ze me verteld. Ze zijn er niet zomaar door beïnvloed: ze zijn ervan doordrongen. Gainsbourg: Toch wel. Ik word nog dagelijks over hem aangesproken. Taxichauffeurs, toevallige passanten in mijn straat: ze hebben allemaal een vriendelijk woord voor hem over. Dat moet je kunnen verdragen, zonder een zuur gezicht te trekken of te beginnen wenen. Vijftien jaar lang heb ik me daarvoor afgesloten, uit zelfbescherming. Zolang ik films maakte, lukte me dat perfect. Maar nu ben ik verplicht om over hem te praten: tenslotte heb ik mijn muzikale feeling aan hem te danken. Ik was er niet op voorbereid, en ik kan niet ontkennen dat ik na de eerste interviews een emotionele weerslag heb gehad. Nu gaat het al wat beter. (stilte) Weet je, met mijn vader had ik mijn muzikale ambities begraven - als ik die toen al had. Dat sprak voor zich: hij was er niet meer, en muziek maken zónder hem, dat kwam niet in me op. Gainsbourg: Nee. Nooit. Ik kan niet luisteren naar zijn albums. Gainsbourg: Ik weet het niet. Ik heb het vooral moeilijk met die albums die hij tijdens mijn jeugd heeft gemaakt. Van L'homme à tête de chou tot You're Under Arrest: ze herinneren me aan de jaren die ik met hem heb beleefd. De albums uit eerdere periodes raken me ook, maar minder. (zwijgt) Als ik zijn stem hoor... Een stem is tastbaar, reëel, levendig. Als ze dan wegvalt na het laatste nummer, dan volgt onvermijdelijk de confrontatie met de werkelijkheid. En die is me té pijnlijk. Doden zingen niet, hè. (zwijgt)Gainsbourg: Ik laat ze het liever zelf ontdekken. Gainsbourg: Ik kan alleen maar hopen dat er snel een vervolg komt. Gainsbourg: En weer wordt dat een confrontatie met mijn vader: hij heeft me destijds aangeraden om de songs van Bob Dylan te beluisteren, te beginnen met Lady Lady Lay - ik moet dertien of veertien jaar geweest zijn toen. Ik kan er hem alleen maar dankbaar om zijn. En wij u, voor dit gesprek. Door Karel Degraeve