Honderdachtentachtig films en tv-series, waaronder klassiekers als 10 Rillington Place (1971), I, Claudius (1976), The Elephant Man (1980) en 1984 (1984), pak 'm beet honderd theaterrollen, twee Oscarnominaties, vier Bafta's, twee Golden Globes, vier echtgenotes én een riddertitel in de Orde van het Britse Rijk. Nee, John Hurt heeft sinds zijn debuut begin jaren zestig niet stilgezeten, maar hoe gevuld zijn curriculum ook is, voor de karakterveteraan met de geraspte stem en gegroefde kop - het resultaat van een liederlijk leven - kan er altijd nog wel wat bij.
...

Honderdachtentachtig films en tv-series, waaronder klassiekers als 10 Rillington Place (1971), I, Claudius (1976), The Elephant Man (1980) en 1984 (1984), pak 'm beet honderd theaterrollen, twee Oscarnominaties, vier Bafta's, twee Golden Globes, vier echtgenotes én een riddertitel in de Orde van het Britse Rijk. Nee, John Hurt heeft sinds zijn debuut begin jaren zestig niet stilgezeten, maar hoe gevuld zijn curriculum ook is, voor de karakterveteraan met de geraspte stem en gegroefde kop - het resultaat van een liederlijk leven - kan er altijd nog wel wat bij. Momenteel is Hurt niet alleen te zien in Jim Jarmusch' Only Lovers Left Alive, hij zet ook zijn kranigste beentje voor in de scifithriller Snowpiercer, de eerste Engelstalige film van Zuid-Koreaans goudhaantje Bong Joon-ho. Daarin mag Hurt met Tilda Swinton, Chris Evans, Ed Harris en ander goed volk een reis rond de ondergesneeuwde aardbol maken, aan boord van een futuristische trein waarin zich de laatste overlevenden van de mensensoort bevinden, opgedeeld per sociale klasse en per coupé. 'In de film zit ik achteraan in de trein, bij het gepeupel dat in opstand komt tegen de elite', verduidelijkt Hurt. 'Maar mocht zo'n trein echt bestaan, besef ik dat ik me wellicht in de voorste coupé zou bevinden. Als acteur behoor ik tot die vijf procent geprivilegieerden. Ik ben in het juiste deel van de wereld geboren, ik heb het geluk gehad dat ik de sociale ladder kon opklimmen en nog geld kreeg om mijn droom te volgen ook. Eigenlijk zouden we ons diep moeten schamen als we weer eens over onbenulligheden lopen te zeuren. Uit respect voor die 95 procent anderen.' JOHN HURT: Nee. Nu wel. Ik ontmoette Bong vorig jaar in Londen en hij sprak zo begeesterend over dit project dat ik meteen geïntrigeerd was. Toen ik daarna het script las en besefte dat dit niet de zoveelste actiethriller was maar een wilde, amusante en spannende allegorie over de ongelijke wereld waarin we leven en de dreigende ondergang ervan, heb ik toegehapt. Een actiefilm met een boeiende, politieke these? Zo zijn er niet veel. HURT: Nee. Ik ben realistisch. Het klassensysteem bestaat nog steeds. Zolang er geld is, is het onuitroeibaar, vrees ik. In Groot-Brittannië weten we daar alles van, want we zijn de uitvinders ervan. Maar wat nog erger is: ons milieu is bijna naar de knoppen. Als iemand een oplossing heeft voor de overbevolking en de verloedering als gevolg daarvan, moet hij niet lang meer wachten om zijn mond open te trekken. Ik zal de apocalyps niet meer meemaken, maar ik hoop dat de generaties na mij dat ook nog kunnen zeggen. Toen ik jong was, kwamen dergelijke onderwerpen nooit ter sprake. Zelfs niet om drie uur 's nachts met een flinke borrel op. Nu merk ik dat jongeren opgroeien met de gedachte dat de wereld een vervaldatum heeft. Dat is triest. Want hoop is de brandstof die de wereld aandrijft. Toen 1984 uitkwam, was het doembeeld voor de toekomst: een maatschappij waarin Big Brother ons de klok rond in de gaten houdt. Die film en Orwells boek zijn inmiddels visionair gebleken. Hopelijk geldt dat niet voor Snowpiercer en blijft het sciencefiction, want anders heb ík het nog gedaan. (lacht)HURT: Mijn grootste verwezenlijking is dat ik hier nog rondloop. En dat ik nog altijd mag doen wat ik al sinds mijn negende met hart en ziel doe: acteren. Toen ik indertijd voor het eerst het schooltoneel opliep, wist ik: 'Hier hoor ik thuis. Dit is wat ik wil doen: mensen entertainen. En de meisjes vinden het blijkbaar nog leuk ook.' Ik wist genoeg. (lacht)HURT: Mijn vader, die dominee was en behoorlijk streng, vond: als je dan toch per se iets artistieks wil doen, kies dan op zijn minst een nobele kunstvorm. Acteren vond hij maar vulgair. Ik heb schilderkunst gestudeerd en ik schilder nog steeds met passie, maar ik kwam er gauw genoeg achter dat ik niet goed genoeg was om er mijn broodwinning van te maken. Ook dat is mijn geluk geweest: op tijd je limieten erkennen en het beste maken van dat bescheiden beetje talent dat je wél hebt. HURT: Ook. Als leading man had ik niet de juiste kop, en mocht ik er een geweest zijn, had ik het nooit vijftig jaar volgehouden. Zelfs Laurence Olivier hield het geen vijftig jaar vol. Ik heb maar in een paar films de hoofdrol gespeeld en als die dan ook nog eens goed bleken, hebben die uiteraard een speciaal plekje in mijn hart. 1984 mag nog altijd gezien worden, vind ik. En The Elephant Man is ook een favoriet. Maar ik ben zeker zo trots dat ik ook mijn steentje kon bijdragen aan Tinker Tailor Soldier Spy (2011), Alien (1979), Dogville (2003), Midnight Express (1978) en noem maar op. HURT: En er zijn er maar weinig die na hun zeventigste nog doktertje mogen spelen. (lacht) Ik vond het een eer dat men mij vroeg. Ik dacht dat het een cultserie was, maar het bleek een van de grootste hits uit mijn carrière. Ik was zelfs aan het 'trenden' op het internet en ik wist geeneens wat 'trenden' was. Men had me vooraf ook gewaarschuwd voor de 'whovians', de fanatieke fans; dat het gekken waren die me voortdurend gingen stalken, maar het bleken heel charmante, lieve jongens en meisjes te zijn. Hoofdzakelijk jongens wel. Van over de veertig. (lacht)HURT:(grijnst) Zijn verdiende loon. Ian geeft geen ruk om films en dus ook niet om The Lord of the Rings. Hij zou me nu wellicht een klets verkopen omdat ik dat zeg, maar hij is en blijft een man van het theater. Film is maar een hobby voor Ian, maar Gandalf betaalt wel zijn buitenverblijf in Frankrijk. Doctor Who heeft helaas een minder riant inkomen. (lacht) SNOWPIERCER Vanaf 12/3 in de bioscoop. DOOR DAVE MESTDACH