DIVERSEN ****
...

DIVERSEN **** Ork Records: New York, New Yorkpunk/new wave/powerpop Numero Group Op zoek naar een heruitgave waarmee u in deze donkerste dagen dieper dan anders in uw zetel kunt wegzakken? Spring dan via deze bloemlezing van het onooglijke Ork-label in een wormgat naar het New York van 1975-1979. In de Lower East Side wemelt het van de eigengereide punk-, new wave- en powerpopbands die een plaatsje zoeken in het heldere licht dat uit CBGB's barst, toen al een roemrucht oord. Television, Patti Smith, Ramones en Talking Heads hebben inmiddels getekend bij grote platenfirma's. Maar wie ontfermt zich over de gretige verschoppelingen? Ene William Terry Collins, alias Terry Ork. Ork was een filmliefhebber, idealist, heroïnegebruiker en grootprater ('Deze Joodse jongen heeft Lou Reed gepijpt!') die nog filmassistent van Andy Warhol was geweest vooraleer hij als manager het beginnende Television een essentiële por gaf door hun debuutsingle Little Johnny Jewel uit te brengen. Met zijn label zette hij, ongehinderd door enig benul van de muziekbusiness, de New Yorkse underground in de etalage. Dat leidde tot hoop en al dertien singles van onder meer Richard Hell, Television-gitarist Richard Lloyd, garagepopgroep Marbles, Chris Stamey (later in The dB's) en Cheetah Chrome (ex-Dead Boys). Ork Records baarde tevens The Singer Not the Song, de eerste solo-ep van het uit Memphis aangespoelde enfant terrible Alex Chilton. Ook The Feelies namen hun debuutsingle Fa Cé-La op voor Ork, maar die werd op hun eigen verzoek nooit officieel uitgebracht. Al bij al muziek uit en voor de ondergrond, uit een tijdperk waarin de majors nog de lakens uitdeelden. De grootste verdienste van Ork, achteraf bekeken, was zijn statuut van multifunctionele vrijhaven. Voor Television, Chilton en Stamey vormde het label een interessant tussenstation op de weg naar wijdere erkenning. Bands als Marbles, The Student Teachers, The Revelons en Erasers kregen hun eerste en meteen ook laatste kans, maar in de meeste gevallen: goed geprobeerd. Zelfs rockjournalisten Mick Farren en Lester Bangs, gecharmeerd door Orks guerrillatactiek om snel en improviserend te werken, verlieten de zijlijn om zelf naar de microfoon te grijpen. Al had die laatste dat gerust mogen laten. Uit negenenveertig nummers (waarvan een flink deel dus decennialang op de plank was blijven liggen) de ongepolijste parels vissen: straks komt u nog lange winteravonden te kort. Laaf u om te beginnen aan de zes inclusies van Prix, een powerpopband verwant aan Big Star en The Raspberries. KURT BLONDEEL