Zondag, 14.05 - één. George Cukor, VS 1933.
...

Zondag, 14.05 - één. George Cukor, VS 1933. Om te worden herinnerd als showbizzlegende helpt het om vroeg te sterven. Denk maar aan James Dean of Marilyn Monroe. De naam Jean Harlow heeft niet dezelfde magische weerklank, al stierf ook zij op haar 26e aan nierfalen. Nochtans was Harlow een van de grote Hollywoodsterren van de jaren 30. Meer zelfs: nog voor er sprake was van Mae West of Monroe, gold ze als de eerste blonde seksbom. Behalve haar sexy imago - geholpen door haar platinablonde haren en door Adrian ontworpen strakke satijnen jurken - had ze nog een troef: ruwe komische panache. Nergens kwamen haar vrolijke pittigheid en kwetsbare onschuld beter tot zijn recht dan in Dinner at Eight, een venijnige satire over de New Yorkse hogere kringen. Centraal in dit lichte MGM-blijspel, een gevatte adaptatie van een toneelhit van George S. Kaufman en Edna Ferber, staat een society dinner georganiseerd door een sociale klimster en haar bijna bankroete echtgenoot. Voor het eten geserveerd wordt, krijgen we eerst een vinnige opeenvolging van verschillende intriges voorgeschoteld. In afzonderlijke episodes leert George Cukor ons de zorgvuldig gekozen gasten kennen, zodat hun pretenties en illusies doorprikt zijn alvorens ze arriveren. Ten tijde van Dinner at Eight was MGM de droomstudio van de supersterren. Harlow had toen nog niet de standing van gevestigde medespelers als Marie Dressler of de broers Barrymore, maar slaagt er in de film toch in de show te stelen. Ze doet dat als Kitty, een ambitieus en dom blondje dat haar man (Wallace Beery) niet kan uitstaan. Samen vormen ze een vulgair koppel nouveaux riches dat van respect droomt, maar nauwelijks enige klasse heeft. Een voorbeeld? Liggend chocolade eten was indertijd een groot taboe, en laat Harlow zich nu net daarmee volproppen, languit liggend op het bed in haar luxueuze witte slaapkamer. In bijna al Harlows films gaan de grappen ten koste van haar personage. In Dinner at Eight, dat het als zedenkomedie vooral van de geestige kwinkslagen moet hebben, is dat niet anders. Zo onthult Harlow, die wanhopig een goede indruk wil maken, tegen Dressler dat ze in een boek over de toekomst gelezen heeft dat machines op een dag elk beroep zullen uitoefenen. Daarop neemt Dressler haar van kop tot op. Zijn denigrerende reactie : 'Oh my dear, that's something you need never worry about.'(L.J.)