Een werktitel die ooit boven een ballade van Suede prijkte als hoeksteen voor een nieuwe plaat, losjes gedrapeerd over herinneringen aan de laatste stuiptrekkingen van het Thatch...

Een werktitel die ooit boven een ballade van Suede prijkte als hoeksteen voor een nieuwe plaat, losjes gedrapeerd over herinneringen aan de laatste stuiptrekkingen van het Thatchertijdperk. Typisch Dan Bejar, weten zij die de man achter Destroyer kennen als een muzikale vagebond aan wie de muze zich nooit twee keer in hetzelfde negligé vertoont. Met Ken grijpt de Canadees deels terug naar de gestileerde eightiesnostalgie van Kaputt (2011). Van de pastelkleurige gloed op die bescheiden doorbraak blijkt echter geen spoor, de synths sproeien enkel grijze mistroostigheid, kille drummachines houden de klankmaat. De croon die Bejar op Poison Season (2015) nog naar Frank Sinatra modelleerde, vertoont krassen en deuken, net als de illusies van zijn songpersonages. Maar zelfs in de goot weerspiegelen de sterren.