In de rue Dansaert in café Walvis doen Marc Didden en François Beukelaers, gezeten achter zwaardere bieren, het verhaal van Brussels by Night, de film die ze dertig jaar geleden draaiden en die een nieuwe wind deed waaien door de Belgische film. Praten, drinken, betalen. Taxi geel, taxi zwart. 'Een man alleen en een stad, dat waren mijn ingrediënten', aldus Didden.
...

In de rue Dansaert in café Walvis doen Marc Didden en François Beukelaers, gezeten achter zwaardere bieren, het verhaal van Brussels by Night, de film die ze dertig jaar geleden draaiden en die een nieuwe wind deed waaien door de Belgische film. Praten, drinken, betalen. Taxi geel, taxi zwart. 'Een man alleen en een stad, dat waren mijn ingrediënten', aldus Didden. Het is meer Brussels during a heatwave dan Brussels by night. Dus zoeken we in het café naar de koelste plek - gek genoeg vraag ik me niet af waarom Beukelaers een lange, beige regenjas aan heeft. Op 11 september zal het precies dertig jaar geleden zijn dat Brussels by Night in première ging. Het Filmfestival van Oostende viert dat met een speciale screening van Diddens regiedebuut. Max, Beukelaers in de rol van zijn leven, vraagt zich daarin af wat de zin van het leven is. Terwijl hij door Brussel doolt, krijgt hij het gezelschap van drie stumpers. 'Les paumés du petit matin', zong Brel. 'Die interesseren mij meer dan helden', zegt Didden. Brussels by Night stak in 1983 schril af tegen de andere Belgische films. 1983 is ook het jaar van De vlaschaard. Maar Didden vindt het niet leuk dat zijn stadsfilm afgezet wordt tegen de boerenfilms. 'De Vlaamse film had een slechte naam. Er werden zogezegd alleen maar boerenfilms gemaakt. Maar ten eerste is dat beledigend voor de boeren. Ten tweede is dat onjuist. Er waren al honderd jaar Vlamingen met film bezig. We hadden al het mooie Meeuwen sterven in de haven (1955) van Roland Verhavert gezien en Harry Kümel voerde evenmin boeren op. Onze voorgangers waren honorabel. Hoogstens behoorde ik tot een generatie die met film was opgegroeid. Hing de oudere generatie meer vast aan literatuur en toneel, dan dachten wij filmisch. Ik kende Scorsese, ik hield van rock-'n-roll. Dus schreef ik ook niet zoals men toen dacht dat het moest.' Beukelaers beaamt dat. 'Alles werd ingepakt, gesuikerd, voorgekauwd. In Marcs scenario ontdekte ik een schriftuur die ik nergens anders terugvond. Hij bracht geen braaf verhaal. Hij bracht de hopeloosheid van een mens in beeld. In die zin ervaar ik Brussels by Night als een romantische film. De rauwheid en directheid was vernieuwend. Een man is tot het uiterste gegaan. Er zijn geen bedenkingen meer, geen logica. Hij vraag zich alleen nog af: wat doe ik hier, wat moet ik met dit leven?' 'Achteraf zagen sommige critici daar pure Camus in en linkten ze de film aan het nihilisme en existentialisme', lacht Didden. 'Niet dat ik dat niet kende, maar zo was het niet bedoeld. Een man alleen en een stad, dát waren mijn ingrediënten. De tijdsgeest speelde wel een rol. Het was de tijd van de punk. Jongeren schreven 'no future' op hun jas. Dat zette me aan het denken.' DIDDEN HAD HET IDEE UITGEWERKT tijdens een vakantie in Zuid-Frankrijk. 'Ik kan niet zwemmen en je moet toch iets doen. Ik verveel me snel. Na een halve dag niksen ben ik in een krantenwinkel binnengestapt en kon ik de eigenaar na een lange discussie overtuigen om zijn typemachine aan mij te verhuren. In één ruk schreef ik het idee uit.' De journalist van Humo won er de Staatsprijs voor scenario mee. 'Dat stond in de krant. 's Anderendaags belde Erwin Provoost. Die kende ik van het Rits. Hij wilde producer worden.' Koko Flanel (1990), De zaak Alzheimer (2003), Het goddelijke monster (2011): Provoost zou uitgroeien tot een succesrijke Vlaamse filmproducent. Hij was niet de enige jonge wolf die met Brussels by Night de tanden liet zien. 'Achteraf gezien was het een geweldige ingeving om vertrouwen te geven aan cameraman Willy Stassen en de toen nog piepjonge monteur Ludo Troch. Regieassistent werd Dominique Deruddere. Hij had nog niets bewezen, maar ik had toevallig zijn eindwerk gezien. Bovendien was ik hem tegengekomen op een concert van Lou Reed. Dat moest dus een toffe zijn. Ook belangrijk. Het moet niet allemaal kommer en kwel zijn. Een sleutelfiguur was ook Amid Chakir. Was er destijds een allochtoon nodig, dan zocht men iemand die niet te groot of te dik was, braaf was en niet te veel geld vroeg. Ik wilde een echte acteur. Amid dus.' Voor de muziek vroeg Didden Raymond van het Groenewoud. 'Ik kende hem al vele jaren, zelfs nog voor een van ons beiden iets 'gedaan' had in dit leven. Hij vrijde in die tijd ook met de dochter van Michiel Mentens, die meespeelt in Brussels by Night. Telkens de film ergens vertoond is, krijg ik de vraag of de soundtrack te koop is. Dan moet ik de mensen ontgoochelen: die is wel ooit op vinyl verschenen, maar nooit op cd. Wat ik in die tijd niet goed besefte, was hoe groot het cadeau van Raymond was. Zijn Si tous les gars du monde behoort samen met Wannes Van de Veldes Ik wil deze nacht in de straten verdwalen en Noordkaaps Ik hou van u tot de mooiste songs uit onze cinema. En voor de laatste keer: Raymond heeft zijn song Brussels by Night niet naar mijn film genoemd. Het was andersom! Het is een sterke song omdat hij een enorm stadsgevoel in zich draagt.' DE HOOFDROL GING NAAR FRANÇOIS Beukelaers. 'Men drong me iemand op die in alle Vlaamse films speelde. Daar had ik toen geen zin in. Mijn model was Philippe Léotard. Waarmee ik vooral bedoelde dat ik geen beau garçon of fotomodel wilde maar iemand met envergure, iemand die al wat geleefd heeft. François dus. Ik kende zijn theaterwerk. Bovendien had hij filmervaring. Zowat iedereen was tégen Brussels by Night. Ik werd in vraag gesteld omdat ik nog nooit een kortfilm gedraaid had. Ik had de steun nodig van iemand die de filmwereld al een beetje kende.' Diddens gebrek aan ervaring vond Beukelaers net een voordeel. 'Ervaring kan een rem zijn. Dat concludeerde ik uit de films die ik toen zag. Alles was illustratief. Ik kwam uit het theater. Ik behoorde tot de brechtianen: wij dachten dat we dingen konden vertellen die de mensen inzicht zouden geven in hoe je best omgaat met de maatschappij.' Filmervaring had Beukelaers zelf halverwege de jaren zestig opgedaan bij André Delvaux. 'Men was toen tuk op verfilmingen van Vlaamse romans. Alles moest toen Vlaams zijn - opgeblazen Vlaamsheid is niet nieuw. Soit, Delvaux vroeg Hugo Claus om De verwondering te mogen verfilmen, maar ving bot. Vervolgens kwam hij uit bij De man die zijn haar kort liet knippen van Johan Daisne. Ik mocht hem assisteren en meespelen. Die film opende mijn ogen. Tot dan maakten we lamentabele films met Bobbejaan Schoepen, Charles Janssens en Co Flower. Delvaux vroeg me opnieuw voor Un soir, un train (1968) met Yves Montand.' DIDDEN RAAPT DE DRAAD VAN HET verhaal weer op. 'Een goeie hoofdrolspeler, een jonge producent die zich bewijzen wilde, getalenteerde medewerkers, een fatsoenlijk scenario: ik begon te denken dat het zou lukken. Maar drie dagen voor de opnames wilde Provoost opgeven. Ik herinner me de deprimerende vergadering in Le Coq, hier verder in de straat, levendig. Er was niet genoeg geld. We gingen onze nek breken en in de gevangenis belanden. "Kust mijn kloten", zei ik. "Desnoods maak ik er poppenkast van." Toegegeven, dat zou depressieve poppenkast geweest zijn. Maar het bewijst hoe groot de drang om te vertellen was. Ik ben niet tevreden over al mijn films. Maar ik heb nooit zomaar gefilmd. Ik heb me nooit verplicht gevoeld om films te maken. Altijd was er die drang om te vertellen.' Didden deed John Wayne in How the West Was Won van John Ford na. 'Wayne trok een lijn in het zand en zei: geen gezever, al wie met mij mee wil, stapt daarover. Sommige soldaten deden dat, andere niet. Zonder commentaar. Ik heb iets gelijkaardig gezegd tijdens de laatste crisisvergadering. Wie geld vroeg, vloog buiten. Je kunt dat natuurlijk maar één keer doen. Je mag als cineast geen bedelaar blijven. Of denken dat je een acteur opwindt met een sleutel in zijn rug. Had het anders gekund, had ik kunnen betalen, had ik mezelf kunnen betalen, dan had ik het ook gedaan. Een film maken voor geen geld, is géén heldendaad. Het zegt wel iets over hoe hard we wilden dat die film er kwam.' IN HET BEGIN VAN DE FILM STROMPELT Max een station binnen. Omdat de trein naar Antwerpen al vertrokken is, wordt de hoofdstad dan maar de bestemming. Het heeft dus niet veel gescheeld of we zaten met 'Antwerpen by Night'. 'Die film bestaat al: Dédée d'Anvers (1948), met Simone Signoret. Boulogne gaat daarin door voor Antwerpen. Ik heb eens laten vallen dat ik de remake wil regisseren. Ik werd toen uitgelachen', lacht Didden. 'Op het festival van San Sebastián zei een Spaanse journalist: "It's a great film but what a stupid title. Jouw film gaat helemaal niet over Brussel. Hij zou zich net zo goed in Barcelona kunnen afspelen." Dat klopt. Ik zou de film niet meer Brussels by Night noemen, als ik terug in de tijd kon gaan.' Voor de foto cruisen we dwars door Brussel naar de weinig bekende Albertbrug, die het rangeerterrein achter het station van Schaarbeek overspant en haar karakter dankt aan betonnen bogen van een ongewone elegantie. De scène waarin Beukelaers eenzaam en verkild over die brug wandelt, vat de hele film samen. Dertig jaar later doet Beukelaers het met Didden nog eens over. Net als toen in een lange, beige regenjas. Ondertussen gaat het gesprek over de wereldpremière van Brussels by Night, op datzelfde festival van San Sebastián. De film won er de prijs voor beste debuut. 'Wat mij het meeste plezier deed, was dat Sam Fuller de jury voorzat. Voor mij was hij een van de belangrijkste Amerikaanse cineasten', zegt Beukelaers. 'Na de prijsuitreiking zijn we samen iets gaan eten. Wat kon die man vertellen. Hij had het Ardennenoffensief meegemaakt. "Why is Petit-Rechain bigger than Grand-Rechain?" vroeg hij zich af.' Didden: 'Ik was nog jong en ijdel en vroeg waarom we gewonnen hadden. Fuller sloeg met zijn vuist op tafel: "My god, what a question! All the others were films by boys about guys trying to get the girl. Yours is about life. Brussels by Night was the only film made by a man. They should give you a lot of money and a lot of cigars."'Didden zegt dat hij last gehad heeft van bijval voor Brussels by Night. 'Ik ben niet aan de drank of de drugs geraakt. Maar ik was wel van mijn melk. De film sloeg aan. Plots was ik een cineast; werd ik uitgenodigd in Berlijn, New York, Chicago, Parijs. Ik heb toen even gedacht dat ik de cinema opnieuw uitgevonden had. Bob Dylan zingt: 'There's no succes like failure', door te falen kun je veel leren. Maar dat mes snijdt langs twee kanten. Door niet te falen kun je veel naar de kloten helpen. Ik begon aan Istanbul (1985) met het idee dat ik het kon. Plots draaiden we op 35 millimeter, plots was er 's middags warm eten, plots werden we betaald, had ik wel een chauffeur. Maar die onschuld ben je kwijt. Istanbul is geen superslechte film. Maar het wonder van de eerste film kun je niet herhalen. Je wordt maar één keer ontmaagd.' Als regisseur pakte Didden nog uit met het fraaie Sailors Don't Cry (1990). Aan Mannen maken plannen (1993) wordt hij liever niet herinnerd. 'Soms lukt het, soms niet. Je mag daarover spreken. Ik héb minder gefilmd. Ten eerste wil ik niet zomaar filmen. Ten tweede heb ik les gegeven en vond ik dat ook belangrijk. Ik schreef ook scenario's en speelde soms mee. Dertien keer heb ik een langspeelfilm meegemaakt. Daar zitten vier, vijf goede ervaringen tussen. Een goed gemiddelde. Je zult maar dertien keer aan brol meegewerkt hebben. Het trotst ben ik op Crazy Love (1987). Dominique Deruddere heeft die film geregisseerd, maar we hebben hem samen geconcipieerd. We vertrokken van Bukowski, maar staken er John Fante bij en The Everly Brothers. Daar klopt alles in. Crazy Love vind ik nog altijd het hoogtepunt. En op dagen dat ik goed gezind ben, vind ik Brussels by Night ook niet slecht.'VOLGENDE WEEK JEANNE DIELMANDOOR NIELS RUËLL - FOTO'S KRIS DEWITTEMarc Didden 'IK VROEG SAM FULLER WAAROM ONZE FILM IN SAN SEBASTIÁN GEWONNEN HAD. "MY GOD, WHAT A QUESTION! ALLE ANDERE FILMS WAREN VAN JONGETJES. YOURS IS ABOUT LIFE."'