Heel soms duik ik onder, diep in een spreekwoordelijke grot waar het zonlicht van aandacht niet eens mijn voeten raakt, in een plek met de garantie van volledige anonimiteit. Die plek heeft een naam en die luidt 'jeugdtheater'. Want nergens zo onzichtbaar als tijdens een tournee met uitsluitend schoolvoorstellingen. Mocht het niet zo deontologisch dubieus zijn, het zou een ideale schuilplaats zijn voor maffiagetuigen en vrijgelaten pedofielen.
...

Heel soms duik ik onder, diep in een spreekwoordelijke grot waar het zonlicht van aandacht niet eens mijn voeten raakt, in een plek met de garantie van volledige anonimiteit. Die plek heeft een naam en die luidt 'jeugdtheater'. Want nergens zo onzichtbaar als tijdens een tournee met uitsluitend schoolvoorstellingen. Mocht het niet zo deontologisch dubieus zijn, het zou een ideale schuilplaats zijn voor maffiagetuigen en vrijgelaten pedofielen. Terwijl volwassen theater nog steeds de zelfgenoegzaamheid koestert dat toneelstukken van 600 jaar geleden actuele maatschappijkritiek bevatten, maar zelf geen kritiek uit op de politieke plannen om alles te centreren in de grote huizen waar de raden van bestuur bevolkt worden door stromannen van partijen, blijft kindertheater in de luwte bestaan, als een vreemdsoortige zijtak. Directeurs en regisseurs onderhandelen er bikkelhard over leeftijdscategorieën en acteurs hebben er werkelijk een nine-to-fivejob, met een dagschema als opstaan, koffie, file, spelen, broodje met mayonaise en sporen van kaas, wifi zoeken, spelen, niet buigen, file en eigen kinderen oppikken. Tijdens comedytournees heb ik genoeg agressieve publieken beleefd, maar voor de ware punkervaring overtreft niks jeugdtheater. Waar elk beetje speeksel uit de mond resulteert in een collectieve kreet van walging en elke aanraking tussen twee acteurs sowieso het woord flikker doet weerklinken. Dus alle respect voor al die mannen en vrouwen on the road van cultureel centrum De Plomblom tot cc 't Schaliken. En nu als vader ontdek ik een andere zijtak, even stiefmoederlijk behandeld door haar volwassenen versie: die van de kindertelevisie. Hoewel dat niet volledig de waarheid is: ik heb altijd al een fascinatie gekend voor de vrolijkheid en de deugdzaamheid van haar schermgezichten, iets tussen ongeloof en nieuwsgierigheid. Ik verdenk daarom ook al die Ketnetters en Kzoomers van een geheim dubbelleven: als compensatie voor hun gedrag overdag verliezen ze zich 's nachts in de goorste en meest gortige activiteiten - als overlevingsstrategie, voor hun mentale gezondheid, een dagelijkse fast forward van kinds naar volwassen. Een vermoeden geruggesteund door ervaringen binnen het jeugdtheater, door hoe al die acteurs en actrices hun twaalfjarige personage uit hun systeem krijgen met een exorcisme van excessen. Zo ben ik er ook van overtuigd dat genoeg volgroeide mannen hun eigen tekening opsturen naar een kinderzender en geil hopen op het compliment 'wat heb ik een mooie grote tekening gekregen van Walter'. Maar ik kan mij vergissen. Neerkijken op kindertelevisie is natuurlijk voor open doel scoren (een uitdrukking als een onderdeel van de orwelliaanse mediastrategie van de Rode Duivels, opgehemeld alsof ze als enigen de Belgische ark mogen bevolken bij de Grote Overstromingen), maar één voorbeeld wil ik u niet ontzeggen. Dames en heren, Kwiskwat op Ketnet, een programma dat ik voor heel andere redenen bekijk dan mijn zoon. Hij geniet van de computergeanimeerde figuren, Kit en Kabobbel (wat vreemd genoeg óók klinkt als een cultureel centrum) en consorten, die eerst een paar vragen beantwoorden en dan mogen racen. Allemaal kleurrijk, snel en goed gemaakt. Ik daarentegen vestig mijn aandacht op het enige personage van vlees en bloed, de Kwizentator, vertolkt door Ward Kerremans. Toch in de Vlaamse versie, want het originele Britse Kerwhizz is zo geconstrueerd dat elk land dat het programma aankoopt enkel moet dubben en eventjes een acteur voor een green screen moet zetten. En blijkbaar staat er in het contract een rigide regel over het kostuum, want de versie uit Israël toont ons de Kwizentator in eenzelfde goedkoop ruimtekostuum als hier, dat eruitziet als iets wat een dronken moeder in elkaar zou flansen de nacht voor het schoolfeest. Over Ward Kerremans weet ik weinig, enkel dat hij in 2009 de knapste Vlaming was volgens Joepie, als eerste op een lijst met Dean, Anthony Arandia en Jay-J. (Ik gun u een witregel om weg te dromen bij deze namen of ze even te googelen.) Hoe zijn bijdrages precies opgenomen worden, weet ik ook niet. Maar ik heb wel een vermoeden, afgaande op zijn blik, die een existentiële leegte verraadt. Het is mijn hypothese dat deze jongen van 26 hetzelfde werkschema als Ben Crabbé wordt opgelegd, één keer per week een dag lang een marathon aan afleveringen opnemen en terug naar huis of kroeg. Met dit verschil dat de heer Crabbé tussen opnames door van hemd mag wisselen en Ward zich nooit kan verlossen van zijn zweetmagneet van een kostuum. En nog belangrijker: terwijl een opname van Blokken Ben de kans biedt om te converseren met levensechte kandidaten, beleeft Ward fundamentele eenzaamheid tijdens die uren opsluiting in de studio van het weerbericht, de enige plek bij de VRT met een green screen, met als enige menselijke contact het moment dat Frank Deboosere hem ziedend van woede weer buiten jaagt. Dus kijk naar Kwiskwat en aanschouw iets wat normaal enkel te zien is tijdens de strafste theaterproducties: een man op het randje van de waanzin die zich staande probeert te houden. Of kijk naar echt goeie kinderseries op Ketnet als Kika en Bob (mee ontwikkeld door Vincent Bal). Of het werkelijk heerlijke Larva, een animatiepareltje uit Zuid-Korea over een gele naaktslak en iets ondefinieerbaar roods. Odes van anderhalve minuut aan absurditeit, kungfufilms en horror. Een serie ontwikkeld door Tuba Entertainment, waarvan de makers zelf toegeven niet kinderen als doelgroep te beschouwen en die dus op Ketnet beland lijkt als een vergissing. Een perfecte samenvatting van goeie kindertelevisie en -theater: de beste dingen ontstaan onder de radar, in de niche, in de dode hoek van betweters, schijtluizen en zij die zogezegd denken in het belang van de kinderen. JOOST VANDECASTEELEKIJK NAAR KWISKWAT EN AANSCHOUW IETS WAT NORMAAL ENKEL TE ZIEN IS TIJDENS DE STRAFSTE THEATERPRODUCTIES: EEN MAN OP HET RANDJE VAN DE WAANZIN DIE ZICH STAANDE PROBEERT TE HOUDEN.