Op vrijdag 25 juni 1988 stond de muziekwereld even stil. Alle kranten, van The Wall Street Journal tot TheLos Angeles Times, blokletterden op hun voorpagina dat Motown aan MCA zou worden verkocht. Hoe kon een autonoom en eigengereid instituut zichzelf te koop stellen? En dan nog wel aan een megamaatschappij met de reputatie van een zielloze geldwolf. Het ging toch allemaal zo goed?
...

Op vrijdag 25 juni 1988 stond de muziekwereld even stil. Alle kranten, van The Wall Street Journal tot TheLos Angeles Times, blokletterden op hun voorpagina dat Motown aan MCA zou worden verkocht. Hoe kon een autonoom en eigengereid instituut zichzelf te koop stellen? En dan nog wel aan een megamaatschappij met de reputatie van een zielloze geldwolf. Het ging toch allemaal zo goed? Niet dus. Met oprijzende conglomeraten die de kleine garnalen opkochten, was de industrie zelf drastisch veranderd, en ook bij Motown was niets meer zoals vroeger. De ooit zo geoliede machine piepte en knarste al jaren, plus: de portemonnee was leeg. De man bij wie het eens was begonnen, Berry Gordy Jr., kon het niet opbrengen om nog langer te strijden. The game was up. Gordy was net geen zestig jaar tevoren in Detroit City ter wereld gekomen in een arm zwart gezin met acht kinderen in een tijd dat de depressie de samenleving in een verstikkende wurggreep hield. Tussen het harde labeur bij zijn vader door vond Gordy vertier in boksen en muziek. Het lijkt nogal moeilijk verenigbaar: de man die het dankzij zijn flinke vuisten even tot profbokser schopte, zat ook graag op zijn kamer liefdesliedjes te componeren. Omdat hij onmogelijk in de voetsporen van Sugar Ray én Nat King Cole kon treden, hing hij op zijn 21e zijn handschoenen definitief aan de haak en koos hij voluit voor de kunst van de melodie. Erg vlotjes liep dat in het begin niet. Het platenzaakje dat hij na zijn militaire dienst in Korea had opgericht, ging meteen bankroet, waardoor hij onder meer aan de lopende band van Lincoln-Mercury belandde. Maar dan werd Reet Petite, een song die hij voor Jackie Wilson had geschreven, een onverwoestbare rock-'n-rollklasssieker. De aanvragen om nummers te schrijven stroomden binnen, en Gordy stelde nooit teleur. Forse disputen over royalty's brachten Gordy ertoe om zijn eigen muziekuitgeverij op te richten. Met 800 dollar die hij van het familiespaarfonds had geleend, stampte hij niet lang daarna zijn eerste label uit de grond: Tamla. Het was echter het in 1959 gestichte Motown dat hem legendarisch zou maken. Voor de naam liet hij zich inspireren door de florerende auto-industrie van Detroit: Motown is een samentrekking van 'Motor' en 'Town', wat volkser klonk dan 'City'. Er werd onderdak gevonden in een oude fotostudio op West Boulevard, die weinig bescheiden tot ' Hitsville' werd omgedoopt. Op de geval viel te lezen: ' The Sound Of Young America. ' Met Way over There van The Miracles, de eerste hit die over het hele land uitkwam, maakte Motown haar entree in de muziekscene. Gordy had The Miracles ontdekt tijdens een auditie bij een andere producer. Die had de band toen de deur gewezen, waar een geïnteresseerde Gordy hem vriendelijk opving. Geheel terecht, zo bleek. Smokey, de frontman van de groep ontpopte zich niet enkel tot zijn intimus en boezemvriend, maar ook tot een van de sleutelfiguren vanMotown. In datzelfde jaar wist Gordy nog heel wat andere ruwe diamanten op te delven. De slungelige Marvin Gaye, die zichzelf nog lang als een geboren crooner beschouwde, kwam erbij. Ook The Primettes, een meiden-kwartet met Diana Ross dat al vlug The Supremes zou komen te heten, bleek een aardig potje te kunnen zingen. Verder had Motown ook nog The Tempts, The Contours en Mary Wells in de rangen. En Mickey Stevenson, die nieuw talent moest opsnorren, was met The Funk Brothers komen aanzetten, stuk voor stuk doorgewinterde jazzmusici die als vaste begeleidingsband de typische Motownsound met zijn prominente bas, tamboerijnen en een grote nadruk op het ritme zouden scheppen. Door die overdaad aan talent kon op niets minder dan het allerbeste worden gefocust. Op de wekelijkse productievergaderingen in Gordy's kantoor werden primitieve takes afgespeeld, waarna iedereen zijn eigen mening kon spuien om de rommel van de toppers te scheiden. De enige vraag was daarbij of Amerika - en liefst ook de hele wereld - het zou lusten. Als het merendeel van de aanwezigen zijn hand in de lucht stak, stond de band het jaar daarop meestal voor volle zalen. Bleef het stil, dan kon hij later nog altijd met een nieuw nummer komen aandraven. Het zaakje liep zo goed dat doorheen het land concertsoirees met uitsluitend artiesten van eigen huis werden georganiseerd, de zogenaamde Motortown Revues. Het was een ideale kans om nieuwe aanwinsten als Stevie Wonder en Martha and the Vandellas naast gevestigde waarden te presenteren. Gordy's zussen Gwen en Anna namen de leiding van de artiestenafdeling, waar sterren leerden welke tenues ze moesten aantrekken of hoe ze over het podium moesten schrijden. Die unieke zorg moest er onder meer voor zorgen dat hun goudhaantjes niet naar concurrerende labels overstapten. Gordy kreeg met Billy Davis, een oude kameraad die in no time deel werd van het Motowngebeuren, zelfs zijn persoonlijke stijladviseur. Door Baby Love van The Supremes, dat in '64 helemaal bovenaan in de Britse hitlijsten prijkte, had het label ondertussen vaste voet in Europa gekregen, én ver daarbuiten. De nieuwe revelatie Gladys Knight and the Pips én gigs in de legendarische maffiatent Copacabana zorgden ervoor dat het imago van Motown ook in eigen land een stevige boost kreeg. Je stond immers niet zomaar in de pub waar Frank Sinatra en Tony Bennett tot het behang hoorden. Onder het motto 'rapen wat er te rapen valt' had Gordy in 1969 bovendien The Jackson Five weten te klissen. Diana Ross, toen het liefje van Gordy en al een diva zonder weerga, had de ster van de Jacksons pijlsnel doen rijzen door haar naam aan hun eerste album te verbinden ( Diana Ross Presents The Jackson Five). Er ontstond een waanzinnige idolatrie voor Michael Jackson en zijn broertjes, zeker toen I Want You Back in februari 1970 Let It Be van The Beatles van de hoogste plaats in de hitlijsten kegelde. Motown probeerde ook zuurstof te putten uit de (raciaal) moeilijke tijden, met de moord op Dr. Martin Luther King en de oorlog in Vietnam. Het speciaal opgerichte Black Forum-label bracht toespraken van burgerrechtenactivisten uit, en vooral Stevie Wonder en Marvin Gaye profileerden zich als muzikale profeten met een geweten. Gayes What's Going On uit 1971, een lange magistrale preek over peis en vree op aarde, was een perfecte uiting van dat engagement. Het jaar nadat die unieke conceptplaat was uitgebracht, werden de kantoren naar Los Angeles overgebracht. Die verhuizing kwam er deels omdat Detroit te klein was geworden, maar evengoed omdat Berry Gordy zijn bedrijf in de filmbusiness wilde storten. Voor Mahogany (1975), een van de prenten die onder Motown Produc-tions verscheen, nam hij zelf plaats in de regiestoel. Het was zijn - intussen - voormalige liefje Diana Ross die de hoofdrol vertolkte, net als in Lady Sings The Blues (1972) trouwens, de biopic van Billie Holiday. Het publiek lustte er wel pap van. Die stap naar de filmwereld bleek achteraf evenwel geen slimme zet. Gordy had er immers zijn handen vol mee, net toen op muzikaal vlak heel wat problemen opdoken. Norman Whitfield, de grootste songschrijver sinds het HDH-trio Motown had verlaten, stapte op. En ook de artiestenstal liep leeg met het vertrek van The Marvelettes, Gladys Knight and the Pips én The Jackson Five, die Motown als dank een proces aansmeerden. Het financiële plaatje klopte voor geen kilometer meer. De totale kosten swingden de pan - niet in het minst door het filmavontuur - en de recettes konden dat gat niet vullen. Gordy trok zich op aan Stevie Wonder, die in 1976 met vijf Grammy's terugkeerde voor Songs in the Key of Life, en aan de doorbraak van The Commodores met Lionel Richie. Maar niets kon baten: net voor Motown de jaren 80 inging, werd het bedrijf insolvent verklaard. Om in de uitgaven te beknibbelen, kwam iemand zelfs met het voorstel om een alfabetische namenlijst van het personeel op te stellen en elke tweede naam daarop te schrappen. Een lening bij de bank leek uiteindelijk een beter idee. Het vertrek van Diana Ross in 1981 (die later nog zou terugkeren) en de moord op Marvin Gaye door zijn eigen vader drie jaar later brachten Gordy in een diep dal. De tv-special uit 1983 Motown 25, een ultieme hommage aan Gordy waarbij grote sterren die ooit bij het label waren ingetekend de revue passeerden, zorgde voor een laatste opflakkering van geluk. Maar zoals Gordy in zijn autobiografie schreef, het was meteen 'het afsluitende hoofdstuk van de opbouw van mijn bedrijf en de opening van de verkoop ervan.' Met een knagend geweten bleef Gordy aarzelen of hij zijn eigen kind nu moest afstaan. Maar hij stond met zijn rug tegen de muur. In juni 1988 tekende hij uiteindelijk een deal met MCA, dat Motown voor 61 miljoen dollar onder haar vleugels kreeg. Motown Productions werd verkocht aan Suzanne De Passe. Behalve Erykah Badu zou MCA (nu Universal Music) geen enkele ronkende naam meer aan zich kunnen binden, en van alle oorspronkelijke artiesten uit de hoogdagen van Motown rest enkel nog Stevie Wonder. Het label is nog slechts een schim van wat het ooit is geweest. 'Hoe zou de wereld er hebben uitgezien zonder Berry Gordy Jr.', mijmerde Diana Ross ooit. Met haar vraag verheft ze de oprichter van Motown haast tot een heilige, wat de man zeker nooit is geweest. In tegenstelling tot wat hij zelf altijd heeft beweerd, bleek bijvoorbeeld dat niet alle artiesten correct werden betaald of niet de erkenning kregen die hen toekwam. Zo klaagden The Funk Brothers in Standing of the Shadows of Motown (2003) nog dat Gordy jarenlang hun namen niet had gecrediteerd, bang dat iemand anders ze van zijn label zou wegkapen. Maar Gordy is er met Motown - samen met Stax - wel in geslaagd om een grote raciale barrière te doorbreken. Viel er op de eerste plaat van The Marvelettes uit angst voor aanslagen geen groepsfoto te bespeuren, dan stonden de verzamelde artiesten van Motown enkele jaren later al voor een uitsluitend blank publiek te zingen. Bovendien heeft Gordy talrijke artiesten de kans gegeven om zich te ontplooien, die anders misschien nooit ontdekt zouden zijn. Hij heeft een hitfabriekje opgericht, waar mensen die hij van de straat plukte, werden binnengehaald, een opleiding kregen, en als ster weer buiten wandelden. MOTOWN: The Complete No. 1's Nu uit bij Universal Door Karel Deknudt