Eerste zin Op een zondag in de late zomer van 1937 trok er over Salzkammergut een ongewoon hevig onweer, dat het tot dan toe tamelijk saai voortkabbelende leven van Franz Huchel even onverwacht als ingrijpend zou veranderen.
...

Eerste zin Op een zondag in de late zomer van 1937 trok er over Salzkammergut een ongewoon hevig onweer, dat het tot dan toe tamelijk saai voortkabbelende leven van Franz Huchel even onverwacht als ingrijpend zou veranderen. Nee, De Weense sigarenboer gaat niet over Sigmund Freud, maar hij speelt er wél een belangrijke rol in. En, opmerkelijk: het is niet de pontificerende Freud die nogal overtuigd was van eigen importantie, maar een breekbare, bescheiden en oude man. Het verhaal speelt zich af in de jaren 1937-1938, net voor en net na de gedwongen Anschluss van Oostenrijk bij nazi-Duitsland. Via de aandoenlijke jonge Franz, door zijn moeder uit de provincie als leerjongen naar een sigarenboer in Wenen gestuurd, zijn we er getuige van hoe de bruine klauw zich steeds vaster om het land sluit. Franz krijgt een relatie met de Boheemse Anezka, bezorgt professor Freud diens sigaren en de krant (en wint zijn advies in bij zijn liefdesverdriet over Anezka, die ten slotte met een SS-man trouwt), en wordt gedwongen de sigarenzaak te bestieren als de joodse eigenaar ervan wordt gearresteerd. Een en ander met de onnavolgbare Seethaler-toets (zie ook Een heel leven), waarin helderheid en vanzelfsprekendheid zich op geheimzinnige wijze verbinden tot iets dat een melancholiek stemmende ontroering wekt. Prachtig boek.