Mocht u bij The Fall, haar vierde plaat alweer, meer van hetzelfde verwachten, dan komt u bedrogen uit. In haar dertigste levensjaar - 'een bijzonder leuk bowlingverjaardagsfeestje, trouwens' - is Norah Jones een andere vrouw geworden. Ze brak na meer dan negen jaar met Lee Alexander, haar lief en vaste bassist en song- en tekstschrijver. Ze zwierde haar band buiten en experimenteerde met een nieuwe groep - vier nieuwe groepen om precies te zijn, met schoon volk als gitarist Marc Ribot (Tom Waits, Elvis Costello), drummer Joey Waronker (Beck, R.E.M.) en toetsenist James Poyser (Erykah Badu, Al Green) in de gelederen. Het gevolg is een nieuwe sound, waarin de hand van producer Jacquire King, verantwoordelijk voor platen van onder meer Kings of Leon, Modest Mouse en vooral Tom Waits, duidelijk te horen is. Minder piano, meer gitaar. Minder jazz, meer indie. Meer groove, minder braaf. Een nieuwe wind, kortom.
...

Mocht u bij The Fall, haar vierde plaat alweer, meer van hetzelfde verwachten, dan komt u bedrogen uit. In haar dertigste levensjaar - 'een bijzonder leuk bowlingverjaardagsfeestje, trouwens' - is Norah Jones een andere vrouw geworden. Ze brak na meer dan negen jaar met Lee Alexander, haar lief en vaste bassist en song- en tekstschrijver. Ze zwierde haar band buiten en experimenteerde met een nieuwe groep - vier nieuwe groepen om precies te zijn, met schoon volk als gitarist Marc Ribot (Tom Waits, Elvis Costello), drummer Joey Waronker (Beck, R.E.M.) en toetsenist James Poyser (Erykah Badu, Al Green) in de gelederen. Het gevolg is een nieuwe sound, waarin de hand van producer Jacquire King, verantwoordelijk voor platen van onder meer Kings of Leon, Modest Mouse en vooral Tom Waits, duidelijk te horen is. Minder piano, meer gitaar. Minder jazz, meer indie. Meer groove, minder braaf. Een nieuwe wind, kortom. En met succes: de prima single Chasing Pirates spookt nu al weken in ons hoofd, terwijl de rest van de plaat eindelijk eens niet als een doorslagje van million seller Come Away With Me klinkt. Stof genoeg voor een gesprek tussen Me and Misses Jones. Over haar breuk met Alexander wil ze het niet hebben, gelukkig hadden we nog andere vragen klaarliggen. Een over haar nieuwe kapsel, bijvoorbeeld! Jones: Er valt iets voor te zeggen, ja. Ik denk dat ik de voorbije twee jaar heel wat veranderingen heb doorgemaakt. Dat ik nu een kort kopje heb, zal dus wel niet helemaal toevallig zijn. Maar goed, het is maar haar. Ik denk dat een nieuwe sound qua statement ook wel kan tellen. Jones: Het is grappig dat mensen mij met jazz associëren. Ik denk niet dat ik ooit een jazzplaat heb gemaakt, om eerlijk te zijn. Jazz is altijd een grote invloed geweest, maar het was maar een van de invloeden. Blues en country waren even belangrijk. Dat gezegd zijnde, klinkt The Fall inderdaad anders dan Come Away With Me of de opvolgers ervan. Mijn eerste drie platen hadden een uitgeklede, akoestische sound. Voor The Fall wilde ik iets anders: stevigere drumgrooves, meer gelaagdheid, meer elektrische gitaar. En ik denk dat we daar wel in geslaagd zijn. De muziek klinkt voller, vind je niet? Jones: Dit is wie ik op dit moment ben. Come Away With Me was wie ik zeven jaar geleden was. Bij elke plaat die ik gemaakt heb, had ik wel een hand in de productie en de songs. Nu, ik moet wel zeggen dat ik de voorbije tien jaar veel heb bijgeleerd. Ik weet beter hoe ik de sound die ik voor ogen heb, kan bereiken en hoe ik mijn muzikanten moet sturen in de richting die ik wil. Bij de vorige platen was het meer een kwestie van een groep bij elkaar te krijgen en hopen dat het resultaat zou meevallen. Nu heb ik meer controle over wat er in de studio gebeurt. Jones: Niet echt. Toen ik zei dat ik als Tom Waits wilde klinken, had ik het vooral over de productie van Mule Variations - dat gelaagde, hoekige geluid. Daarom wilde ik ook samenwerken met Jacquire King, de producer van die plaat. Qua stem vrees ik dat ik niet in zijn buurt kom: daarvoor zal ik altijd wel iets te zoetgevooisd klinken. Maar dat citaat over Tom Waits is een beetje overroepen. Ik denk dat de andere invloeden op de plaat veel belangrijker waren. Jones: Ik heb mijn leven lang naar oude muziek geluisterd. Oude soul, oude country en oude blues. De laatste jaren heb ik nieuwe muziek leren kennen. Hedendaagse bands met een hedendaags geluid. Hiphop bijvoorbeeld - vandaar die nadrukkelijke groove op de plaat - maar ook MGMT, Okkervil River en Santigold - het geluid van haar Santogold heeft me in sommige nummers bijna rechtstreeks beïnvloed. Ik heb ook even overwogen om Beck als producer te vragen. Op zijn eigen manier is Beck een jonge Tom Waits: een geweldige songschrijver die de prachtigste lovesongs kan schrijven, maar evengoed de vreemdste geluiden in zijn nummers verwerkt. Uiteindelijk durfde ik hem echter niet te bellen. I chickened out. Jones: Ben ik wat? Een Indian girl? Ah, een indiegirl! Bwa, het is maar wat je indie noemt. Ryan maakt country - hij is door dezelfde shit als ik beïnvloed. Dat hij indie genoemd wordt, is enkel omdat dat momenteel een populaire term is. Wat cool is, wat niet cool is, wat indie is of wat voor oude mensen is: het kan me eigenlijk niets schelen. Ik denk trouwens dat ik net iets te veel platen heb verkocht om nog voor een imago van indiegirl te gaan. Jones: In alle eerlijkheid: het is een zegen. Ik word teruggebeld als ik iets inspreek op de voicemail van een of andere producer. Ik kan werken met de mensen met wie ik wil werken, en daar zit mijn platenverkoop zeker voor iets tussen. En Blue Note heeft me altijd laten doen wat ik wilde. Het is een label dat niet bang is voor wat vernieuwing - godzijdank. Jones: Het kan van alles betekenen. Veel van de songs zijn geschreven in de herfst - het zou dus op het seizoen kunnen slaan. Maar evengoed over neervallen en jezelf weer oprapen. Of over falling in love en falling out of love. Je kunt het interpreteren zoals je wil. Jones: Ik denk dat dat te kort door de bocht is. Ik vind dat mensen naar de plaat moeten luisteren en ze kunnen interpreteren zoals ze dat zelf willen. Zonder dat hen verteld wordt hoe ze naar deze plaat moeten luisteren. Dus alsjeblieft, vertel je lezers niet dat dit een break-upplaat is. Jones: Ligt dat niet aan jouw Engels? Je ne pense pas! Is het niet veeleer dat 'The Fall' een persoonlijker plaat is, die voor de buitenwereld moeilijker te begrijpen is? Jones: Soms is wat ik echt met een tekst bedoel een beetje verborgen, ja. Dat heb ik ook geleerd tijdens het maken van The Fall. Vroeger polijstte ik mijn teksten meer. Nu zijn ze ruwer, compromislozer, meer wat ik zelf wil zeggen. Chasing Pirates gaat bijvoorbeeld over een obsessie voor iets - het is een metafoor. Maar meer wil ik daar niet over kwijt. Jones: An American Werewolf in London? Absoluut. Ik zal het maar bekennen: ik heb een zwak voor goedkope horror, liefst zo cheesy mogelijk. Rosemary's Baby, Drive Me To Hell, de The Evil Dead-trilogie: niets leuker dan me in de zetel oprollen in een dekentje en eens goed bang worden. Jones: Ik denk dat ik amper dertig seconden te zien ben. En ik heb alleen meegedaan omdat ze het zo lief gevraagd hadden - ze hadden niet eens geld om me te betalen. Een leuke ervaring, maar voorlopig ziet het er niet naar uit dat ik meer rollen zal aannemen. Een hoofdrol zoals in Wong Kar-Wais My Blueberry Nights zie ik even niet zitten, wegens te tijdrovend. Weet je, ik heb geen behoefte om de filmwereld te veroveren: mijn focus ligt op muziek maken. The Fall Uit op 17/11 bij Blue Note. DOOR GEERT ZAGERS