Ladrönn & Jodorowsky
...

Ladrönn & Jodorowsky Daedalus, 64 blz., euro9,95 Opgeven staat niet in Alexandro Jodorowsky's woordenboek. De excentrieke Chileen bouwde De Incal, zijn psychologische sciencefictionstrip over goed en kwaad, de afgelopen twintig jaar uit tot een coherent fictief universum met de reeksen De technovaders, De metabaronnen en de prequel Voor de Incal. Ook een sequel moest er volgens Jodo nog van komen. Moebius - die van de aanvankelijke zesdelige Incal-serie zo'n succes maakte - zou daar minstens enkele albums van tekenen. Na amper één Moebiusdeel in 2001 bleek Na de Incal echter een doodgeboren telg in de grote familie. Jodorowsky - 80 jaar ondertussen - trommelde dan maar de Mexicaan José Omar Ladrönn op, die tot nog toe vooral Amerikaanse comics tekende. Met de nieuwe tekenaar lijkt de sequel wel op het goede - lees productieve - spoor. Het verhaal bouwt natuurlijk voort op de bestaande Incal-reeksen waarin de nietige John Difool - een nauwelijks verhulde verwijzing naar de dwaas in Jodorowsky's geliefde tarotspel - het moest opnemen tegen de schepper van het heelal. Helemaal typisch: Jodorowsky recycleert een aantal verhaalelementen zoals een vreselijke besmettelijke ziekte en een gekloonde president uit zijn eerdere sequelpoging, maar wijkt daar ook opvallend van af, zodat de twee sequels als parallelle universa naast elkaar kunnen bestaan. En laten die gelijktijdige werkelijkheden nu net een van de thema's van Final Incal zijn. Persoonlijk konden we de symbolische psychedelica uit De Incal vooral pruimen door Moebius' fantasierijke grafiek en krijgen we nogal snel jeuk op onaangename plaatsen van Jodorowsky's gegoochel met klonen, archetypes en alternatieve identiteiten. Difool als kluizenaar of opperengel: het is weer eens wat anders. Echte Jodorowsky-aanhangers zullen pleiten dat De vier John Difools weer een onmisbaar puzzelstuk is in de overvloedige raadselmachine van De Incal. Bij de laatste telling zat de helft van die fanaten echter in Jodorowsky's zelfopgerichte sekte en zat de andere helft opgesloten op een plaats waar aan hun geestelijke gezondheid kan worden gewerkt. Gert Meesters