Hoewel zijn rijkgevulde carrière in de film en de letteren anders doet vermoeden, was de Senegalees Ousmane Sembène (1923-2007) afkomstig uit een arm, ongeletterd gezin. Als visserszoon en manusje-van-alles trok hij in 1938 naar de hoofdstad Dakar om tijdens de Tweede Wereldoorlog te worden ingelijfd bij het Franse leger. Het was pas na de oorlog, toen hij in Parijs en Marseille werkte als arbeider en zich aansloot bij de communistische vakbond, dat Sembè...

Hoewel zijn rijkgevulde carrière in de film en de letteren anders doet vermoeden, was de Senegalees Ousmane Sembène (1923-2007) afkomstig uit een arm, ongeletterd gezin. Als visserszoon en manusje-van-alles trok hij in 1938 naar de hoofdstad Dakar om tijdens de Tweede Wereldoorlog te worden ingelijfd bij het Franse leger. Het was pas na de oorlog, toen hij in Parijs en Marseille werkte als arbeider en zich aansloot bij de communistische vakbond, dat Sembène zijn eerste stappen zette in het artistieke milieu. Eerst als schrijver, met de sociale roman Le Docker Noir (1956) over een zwarte dokwerker die in de haven van Marseille opbokst tegen uitbuiting en racisme. Later, toen hij begin jaren zestig naar zijn geboorteland terugkeerde, ook als film-maker aangezien Sembène besefte dat zijn geëngageerde boeken alleen de Senegalese elite zouden bereiken. Voor zijn debuutfilm La Noire de... (1966) - over een arm Senegalees meisje dat in Frankrijk gaat werken als gouvernante - baseerde Sembène zich op een van zijn eigen novelles en leverde daarmee meteen de allereerste zwart-Afrikaanse speelfilm af. Na dit veelgeprezen debuut - meteen goed voor de prestigieuze Prix Jean Vigo - volgden films als Mandabi (1968) en Xala (1975), die in zijn eigen dialect - het Wolof - werden opgenomen. Daarmee werd Sembène in het westen algauw tot 'de vader van de Afrikaanse film' gedoopt en wist hij de Afrikaanse film ook eindelijk op de wereldkaart te zetten. Niet iedereen was met zijn pionierswerk opgezet. Zijn hele carrière lang zou Sembène zich immers blijven verzetten tegen het neokolonialisme, de hypocrisie van de nieuwe Afrikaanse bourgeoisie, de uitbuiting van vrouwen en vooral: de dictatoriale, inhumane trekjes van de radicale islam. Veel van zijn films, zoals het controversiële Ceddo (1977) - over een stam die haar cultuur weigert over te geven aan het islamitische imperialisme - werden door de Senegalese overheid dan ook verknipt of verboden. Maar Sembène heeft zich nooit laten muilkorven. Zijn allerlaatste, nog altijd vurig geëngageerde film Moolaadé (2004) - gaat over meisjes die zich verzetten tegen de vrouwenbesnijdenis en het religieuze patriarchaat dat hen daartoe verplicht. Hij ruste in onvrede. 6-16/3, Brugge Info en programma: www.cinemanovo.be.Door Dave Mestdach