Met Johan Leysen en Gilles De Schryver in de hoofdrollen, naar een scenario van jezelf.
...

Met Johan Leysen en Gilles De Schryver in de hoofdrollen, naar een scenario van jezelf. Kristof Hoornaert: Ja, en dat had ik al geschreven in 2003, toen ik drieëntwintig was. Ik heb dus veertien jaar van alles en nog wat gedaan om dit gerealiseerd te krijgen, waaronder drie kortfilms maken om mezelf te bewijzen. Ik hoop dat het de volgende keer niet zo lang hoeft te duren. (lacht) Een emotionele trip, zo karakteriseer je Resurrection.Hoornaert: De film die me de afgelopen maanden wat dat betreft het meest is bijgebleven, is La región salvaje van de Mexicaanse regisseur Amat Escalante. Over een buitenaards wezen dat in een huisje in het bos verblijft, waar allerlei mensen naartoe gaan om zich seksueel te bevredigen. (lacht) Het ligt heel dicht bij Antichrist van Lars von Trier: hoe onze dierlijke instincten zowel helend als zelfdestuctief kunnen werken. De natuur is heel straf in beeld gebracht. Je ziet boomwortels die de aarde opvreten, stromend water, copulerende dieren. Heel metaforisch, met angstaanjagende geluiden zoals in The Shining. Ook Sigur Rós blinkt in je lijstje. Hoornaert: Ik heb ze gezien in Vorst Nationaal. Ook heel emotioneel: het zijn soundscapes die je meenemen in een soort trance. Sigur Rós heb ik in 2001 leren kennen via de soundtrack van Vanilla Sky, maar ik had ze nog nooit live gezien. Een mooie ervaring, al moet ik zeggen dat er mensen bij mij waren die er helemaal niets aan vonden. Het blijft muziek waarvoor je je moet openstellen. Repetitief ook, maar daar hou ik van. Philip Glass, Max Richter: ook zij brengen je in een bepaalde gemoedstoestand. Je wordt er melancholisch van. Of depressief. (lacht) Alles met mate, dan breekt het lijntje niet. Hoornaert: In het Fotomuseum van Antwerpen heb ik ook de tentoonstelling van Ai Weiwei gezien. Een deel daarvan sprak mij weinig aan, maar wél sterk waren de duizenden kleine foto's van vluchtelingen, verspreid over drie gigantische muren. Van een afstand kon je daar niets van maken. Pas als je dicht genoeg stond, zag je wat zo'n foto liet zien. Dat was net wat hij wilde tonen: dat er zó veel vluchtelingen zijn dat je het overzicht kwijtraakt, en de voeling met die individuele mensen. Tot slot heb je, mooi binnen de context van je film, nog een tip voor 2018. Hoornaert: Ja, dit jaar komt van Paul Schrader een update uit van zijn boek Transcendental Style in Film. Geschreven in de jaren zeventig, nog vóór zijn scenario's voor Taxi Driver en Raging Bull. Hij bespreekt daarin de regisseurs Yasujiro Ozu, Robert Bresson en Carl Dreyer en hun werk: cinema die realistisch begint, afwijkt naar iets magisch en bij een catharsis uitkomt. Het zijn films met een traag ritme en ruimte voor interpretatie van de kijker, in wiens hoofd de verwerking van de film pas begint wanneer die gedaan is. Wel, zo werkt mijn film ook.